Nazgûl: verschil tussen versies

3 bytes verwijderd ,  4 jaar geleden
k
Wikipedia:Wikiproject/SpellingCheck. Help mee!, replaced: gevangen genomen → gevangengenomen met AWB
k (Wikipedia:Wikiproject/SpellingCheck. Help mee!, replaced: Tenslotte → Ten slotte (3) met AWB)
k (Wikipedia:Wikiproject/SpellingCheck. Help mee!, replaced: gevangen genomen → gevangengenomen met AWB)
 
De Nazgûl waren onzichtbaar, maar zij kleden zich in mantels met een kap om zich vorm te geven. De belangrijkste van de Nazgûl droeg een kroon. Tijdens de slag om [[Minas Tirith]] sloeg hij zijn kap terug: “De Zwarte Ruiter gooide zijn kap achterover, en zie! Hij droeg een koningskroon, maar toch stond deze niet op een zichtbaar hoofd. De rode vuren schenen tussen de kroon en de enorme bemantelde schouders door. Uit een onzichtbare mond klonk een dodelijke lach.”
Bij de overval op [[Weertop]] kon [[Frodo]], omdat hij de Ring had aangedaan, de [[Tovenaar-Koning]] zien: “De derde was rijziger dan de anderen: zijn haar was lang en glanzend en op zijn helm stond een kroon.”
 
De Nazgûl waren bewapend met messen en zwaarden, de Tovenaar-Koning hanteerde ook een strijdknots.
[[Faramir]] heeft een eigen versie van die geschiedenis, die hij vertelt aan Frodo en [[Sam Gewissies|Sam]] in [[Henneth Anûn]]: “De vallei van [[Minas Morgul]] is heel lang geleden tot het kwaad vervallen en werd een dreiging en verschrikking terwijl de verbannen Vijand nog ver weg was en [[Ithilien]] nog voor het grootste deel aan ons toevertrouwd. Zoals ge weet was die stad eens een sterke veste, trots en schoon, Minas Ithil, de tweelingzuster van onze eigen stad. Maar zij werd door woeste mannen ingenomen over wie de Vijand tijdens zijn eerste heerschappij had geheerst en die na zijn val dakloos en zonder leider rondzwierven. Men zegt dat hun vorsten mensen uit Númenor waren die tot slechtheid waren vervallen; aan hen had de Vijand ringen van macht gegeven en hij had hen opgeslokt: zij waren levende geesten geworden angstaanjagend en slecht. Toen hij weg was namen zij Minas Ithil in en woonden er en vervulden haar, en de hele vallei eromheen, met verrotting; zij scheen leeg, maar toch was het niet zo, want een vormeloze angst leefde binnen de verwoeste muren. Negen Heren waren er en na de terugkeer van hun Meester, die zij in het geheim met zijn voorbereidingen hielpen, werden zij weer sterk. Toen reden de Negen Ruiters uit door de poorten van angst en wij konden hen niet weerstaan.”
 
De Tovenaar-Koning van de Nazgûl had een speciale haat tegen koning Eärnur van Gondor, omdat deze hem in Angmar verslagen had. Hij daagde daarom koning Eärnur vanuit Minas Morgul uit voor een tweegevecht. Eärnur reed naar Minas Morgul maar werd verraden door de Tovenaar-Koning en gevangen genomengevangengenomen. Hij stierf onder martelingen. En met hem stierf de laatste koning van Gondor en brak het tijdwerk van de stadhouders aan.
 
Nadat Sauron weer naar Mordor was teruggekeerd werden er twee Nazgûl naar [[Dol Guldur]] gestuurd om die vesting te bezetten. Een van hen was het plaatsvervangend hoofd van de Nazgûl, [[Khamûl]], de Schaduw van het Oosten. Hij werd de luitenant van Sauron in Dol Guldur. Overigens was Khamûl de Nazgûl die, op de Tovenaar-Koning na, het snelst de aanwezigheid van de Ring bespeurde. Maar hij werd ook het meest verward door daglicht.
De Nazgûl kwamen in Isengard twee dagen nadat [[Gandalf (personage)|Gandalf]] hier ontsnapt was. Saruman vertelde de Heer van de Ringgeesten dat Gandalf wist waar de Gouw lag. De Nazgûl gingen nu op zoek in Rohan. Hier onderschepten zij een boodschapper van Saruman die contacten onderhield met het [[Zuiderkwartier]] van de Gouw, waar Saruman zijn [[pijpkruid]] haalde.
Ten slotte kwamen de Nazgûl op 22 september bij de [[Sarnvoorde]], de rivier aan de zuidelijke grens van de Gouw. Hier werden zij aanvankelijk tegengehouden door de Dúnedain, die de Gouw bewaakten. Maar 's nachts was de macht van de Nazgûl zo groot dat zij de Dúnedain wegvaagden.
Zij kwamen in [[Hobbitstee]] net nadat Frodo vertrokken was. En over de achtervolging van de Nazgûl op Frodo, Sam, [[Merijn]] en [[Peregrijn Toek|Pepijn]] gaat het eerste deel van In de Ban van de Ring.
 
Overigens was het Khamûl die in Hobbitstee met de vader van Sam Gewissies sprak en die de Hobbits door het bos volgde en hen net miste bij de [[Pont van Bokkelburg]].
135.589

bewerkingen