Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam: verschil tussen versies

correctie wikilinks VDGA, Agnietenkapel
kGeen bewerkingssamenvatting
(correctie wikilinks VDGA, Agnietenkapel)
| naam = Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam
| afbeelding = Bijzondere Collecties OTM.jpg
| onderschrift = De Bijzondere Collecties aan de [[Oude Turfmarkt]] te Amsterdam. Foto: Monique Kooijmans, UvA.
| opgericht =
| gesloten =
| locatie = Oude Turfmarkt 129, [[Amsterdam]], [[Netherlands]]
| type =
| aantal in bezit =
| onderschrift2 =
}}
 
[[File:Amsteldam Daniel Stopendaal.jpg|thumb|Kaart van de ‘wydvermaarde en beroemde koopstad Amsteldam met d’omleggende landen ’, door landmeter Gerrit Drogenham, gegraveerd door Daniel Stopendaal en uitgegeven door Nicolaas Visser. Heruitgave door Reinier en Josua Ottens (Amsterdam, ca. 1750). Collectie Kaartenzaal.]]
De '''Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam''' maken onderdeel uit van de [[Universiteitsbibliotheek van Amsterdam]]. Bij de Bijzondere Collecties is het erfgoed van de [[Universiteit van Amsterdam]] ondergebracht, zoals zeldzame en kostbare boeken, manuscripten, prenten en tekeningen, foto's, archieven, wetenschappelijke instrumenten en schilderijen. Met internationaal vermaarde verzamelingen op het gebied van boekgeschiedenis, Joodse cultuur, kerkgeschiedenis, cartografie, letterkunde, grafische vormgeving en zoölogie is het een van de grote erfgoedbibliotheken in Europa.
[[File:Abraham Levi Rayz beshraybung.jpg|thumb|Abraham Levi ben Menahem Tall, ‘Rayz beshraybung’, 1719-1724. Een reisverhaal in het Jiddisch door Centraal-Europa. Collectie Bibliotheca Rosenthaliana.]]
De schenking van een belangrijke collectie Joodse en Hebreeuwse werken van Leeser Rosenthal in 1880 leidde tot de oprichting van de eerste afdeling binnen de Universiteitsbibliotheek, de [[Bibliotheca Rosenthaliana]], met een eigen conservator en gehuisvest in een eigen zaal. Daarna werden er al snel afzonderlijke conservatoren aangesteld voor de gedrukte werken en de handschriften. Ordening op formaat leidde tot de inrichting van een platenkamer en een kaartenzaal. Verscheidene schenkingen en bruiklenen kregen hun eigen zaal, in 1901 bijvoorbeeld de verzameling van Vereeniging Vondelmuseum die samengevoegd met de al aanwezige Vondel-werken het Vondelmuseum vormde. Het Bilderdijkmuseum werd gevormd naar aanleiding van een tentoonstelling in 1908 en in 1918 in bruikleen gegeven, hoewel het lang opgesteld bleef in het [[Stedelijk Museum Amsterdam]], evenals het Multatuli-museum. In 1926 kregen deze verzamelingen een eigen tentoonstellingsruimte in de Universiteitsbibliotheek. In 1935 volgde het Frederik van Eeden-museum, dat eveneens in deze zaal werd ondergebracht. Deze ‘musea’ waren in werkelijkheid collecties, die zo belangrijk werden gevonden dat zij een eigen plek kregen, met enkele vitrinekasten.
De Universiteitsbibliotheek bood daarnaast huisvesting aan bibliotheken van kerkelijke instellingen, waarmee vanouds een intensieve band bestond, als eerste het [[Evangelisch Luthers Seminarium]] in 1871, gevolgd door de [[Remonstrantse Gemeente Amsterdam]] in 1878 en in 1968 door de [[Verenigde Doopsgezinde Gemeente Amsterdam|Verenigde Doopsgezinde Gemeente]].
 
== Verzelfstandiging van de afdelingen ==
== Universitaire collecties ==
[[File:Beta vulgaris Pokorny.jpg|thumb|A. Pokorny, ‘Beta vulgaris’, botanische wandplaat eind negentiende eeuw. Collectie Universiteitsgeschiedenis.]]
Tegelijkertijd met de belangrijkste collecties werden er verscheidene musea gevormd bij de Universiteit van Amsterdam, zoals het anatomisch [[Museum Vrolik]] (1863), het [[Zoölogisch Museum Amsterdam]] (1898), het [[Universiteitsmuseum De [[Agnietenkapel (Amsterdam)|Agnietenkapel]] (1916), het [[Allard Pierson Museum]] (1934) en het [[Computermuseum]] (1991). Daarnaast werden er verspreid over de universiteit collecties gevormd ten behoeve van onderwijs en onderzoek, zoals apparatuur, onderwijsplaten en onderwijsmodellen.
 
== Samenvoeging ==
In 2005 werd besloten al het bibliothecaire erfgoed, tezamen met het Universiteitsmuseum, het Computermuseum en het verspreide erfgoed onder te brengen in één afdeling: de Bijzondere Collecties. In 2007 verhuisden de Bijzondere Collecties naar de [[Oude Turfmarkt]], naast het Allard Pierson Museum, waarmee intensief wordt samengewerkt. De drie zogenaamde [[Philips Vingboons|Vingboons]]-panden en het voormalige [[Sint-Bernardusgesticht]] werden verbouwd en samengevoegd. Alleen de Artis Bibliotheek, waarvan de collectie één geheel vormt met het gebouw, bleef gevestigd aan de [[Plantage Middenlaan]].
 
== Verzamelgebieden ==
18.202

bewerkingen