Hoofdmenu openen

Wijzigingen

21 bytes verwijderd, 3 jaar geleden
typo's
| imdb = 0004769
}}
'''Charles Eugene Patrick (Pat) Boone''' ([[Jacksonville (Florida)]], [[1 juni]] [[1934]]) is een [[Verenigde Staten|Amerikaanse]] [[zanger]] en acteur. Aanvankelijk maakte hij rock-'n-roll, later in zijn carrière stapte hij over naar hetop [[gospelgospelmuziek]]genre.
 
==Biografie==
Boone groeide op in Nashville, in de staat [[Tennessee]] en begon in [[1954]] platen op te nemen voor [[Republic Records]]. In [[1955]] bracht hij een cover uit van de single "Ain't That a Shame" van [[Fats Domino]], en verbrak de verkooprecords van de originele uitvoering aanzienlijk. Het is representatief voor de beginperiode van Boones loopbaan, die vooral gericht was op het oppoetsen van [[rhythm -and -blues]]-hits tot meer toegankelijke versies, waardoor de [[rock-'n-roll]]-deuntjes een veel groter publiek bereikten. Dit ging echter niet ten koste van de originele uitvoerenden, want ook hen bracht hij onder de aandacht. Bluesartiest [[Little Richard]] zei ooit: "het was Pat Boone die me miljonair maakte".
 
Boone had het imago van een frisse vlotte jongen, die zowel tieners als hun ouders aansprak. Zijn zangstijl, een volle bariton, volgde in de lijn van zijn idool [[Bing Crosby]]. Al snel stapte hij dan ook meer en meer over op het zingen van [[Ballade (dichtvorm)|balladesballade]]s.
 
In populariteit moest Pat Boone eind [[1950-1959|jaren '50]] alleen [[Elvis Presley]] boven zich dulden. En net als Elvis deed hij een poging tot wat acteerwerk. Hoewel hij aanzienlijk minder films maakte dan Elvis, wordt er gezegd dat zijn films aanzienlijk meer kwaliteit hadden. Elvis zei zelf over Pat Boone: "He is one of the nicest guys I've ever met."
 
Zijn opname voor de titelsong van de film 'April Love' uit [[1957]] werd genomineerd voor een [[AcademyOscar Award(filmprijs)|Oscar]]. Pat schreef ook de titelsong voor de film 'Exodus'.
 
Omdat hij zichzelf zag als een devote [[wedergeboorte (christendom)|wedergeboren]] [[christen]], weigerde hij muziek en filmrollen die tegen zijn morele standaarden ingingen, inclusief rollen met toenmalig sekssymbool [[Marilyn Monroe]]. Verdere activiteiten behelsden het presenteren van televisieprogramma's eind jaren 50, en in de [[1960-1969|60-er jaren 60]] startte hij met schrijven van zelfhulpboeken voor pubers.
 
Door een invasie van Britse rock-'n-roll-artiesten als [[The Rolling Stones]], [[The Beatles]] en [[The Kinks]] eindigde Boones carrière als hitmachine, hoewel hij in de jaren 60 nog steeds plaatjes bleef maken. In de [[1970-1979|jaren '70]] stapte hij over op [[gospelmuziek]] en [[countrymuziek|country]], en bleef hij optreden in andere media, met name op de [[radio]]. Momenteel is hij [[diskjockey]] van een populaire Amerikaanse 'gouwe-ouwe'-zender en runt hij zijn eigen platenmaatschappij, die plaatjes uit de jaren 50, die geen plek meer krijgen binnen de grote platenlabels, opnieuw uitbrengt.
 
Boone trouwde in [[1953]] met Shirley Lee Foley, dochter van Red Foley, en kreeg met haar vier dochters: Cherry, Lindy, Debby en Laury. In de jaren 60 en 70 toerde de familie rond als gospelartiesten, en maakten ze gospelalbums als ''The Pat Boone Family'' en ''The Family Who Prays''.
 
In [[1997]] bracht Boone een album uit met de titel ''[[No More Mr. Nice Guy (Pat Boone)|No More Mr. Nice Guy]]'', met daarop een collectie van [[heavy metal|heavymetal]]covers, opgepoetst om te passen in de Pat Boone-stijl. Om reclame te maken voor het album verscheen hij op de uitreiking van de 'American Music Awards' in zwart leer. Zijn respectabele imago was hij daarmee in één klap kwijt, in elk geval onder grote delen van zijn aanhang onder conservatieve christenen. Door deze actie werd hij ontslagen bij 'Gospel America', een televisieprogramma van de zender 'Trinity Broadcasting Network'. Wel werd de muziek van deze cd vaak gebruikt in de pauzes van hardrock- en heavymetalconcerten en viel de cd in de smaak bij de wat oudere garde hardrockers die er de humor wel van inzagen en de uitvoering van de nummers, met onder andere een koor en een geheel orkest, wel konden waarderen.
67.821

bewerkingen