Rijksban: verschil tussen versies

14 bytes toegevoegd ,  4 jaar geleden
Merkwaardig, maar inderdaad fout. Er stond 'het keizerlijk kamergerigt' en dat lijkt normaliter te verwijzen naar het rijkskamergerecht, maar kennelijk gaat het om het koninklijk kamergerecht, de voorloper daarvan
(Het Rijkskamergerecht bestond nog niet)
(Merkwaardig, maar inderdaad fout. Er stond 'het keizerlijk kamergerigt' en dat lijkt normaliter te verwijzen naar het rijkskamergerecht, maar kennelijk gaat het om het koninklijk kamergerecht, de voorloper daarvan)
De ban hield in dat door of namens de [[keizer]] een persoon of stad buiten de rechtsgemeenschap van het Rijk werd geplaatst. Hem of haar werden alle burgerlijke, [[feodaliteit|feodale]] en politieke rechten ontnomen. Aanvankelijk hield zo'n ban een [[vogelvrij]]verklaring in, maar vanaf de vijftiende eeuw veranderde het karakter en was de ban er vooral op gericht de veroordeelde te dwingen tot materiële genoegdoening. De klager in het proces waarin de ban was uitgesproken, kreeg met de rijksban middelen in handen om desnoods zelf bezittingen aan de veroordeelde te (laten) ontnemen. Het was overigens niet altijd een gemakkelijke zaak om zo'n vonnis ook te laten uitvoeren, omdat er geen centraal gezag was dat dit overal af kon dwingen.<ref name="kossmann-putto">Johanna Kossmann-Putto, ''[https://books.google.nl/books?id=dJ5M4NE1AnUC Het heimelijk gerecht. Het Westfaalse veemgerecht en de noordelijke Nederlanden in de late middeleeuwen]'', Hilversum: Verloren, 1993, p. 51-53</ref>
 
Een ban of [[vogelvrij]]verklaring was een oud element van het [[Germaans recht|Germaanse recht]]. Sinds 1220 kon de rijksban niet alleen door de keizer of [[Rooms-koning]] worden uitgesproken, in artikel 7 van de [[Confoederatio cum principibus ecclesiasticis]] was vastgelegd dat de rijksban na zes weken op de kerkelijke [[excommunicatie|ban]] volgde. Daarvoor was geen proces nodig en er was ook geen mogelijkheid voorzien voor een juridisch verweer. Later legden ook rijksgerechtshoven, [[veemgerecht]]en<ref name="kossmann-putto" /> en het [[Rijkskamergerecht]] de rijksban op.
 
Sinds de [[Mainzer Landfrieden]] van 1235<ref>(Artikel 25 en 26)</ref> werden ook steden en personen die een in de ban gedane persoon huisvestten automatisch in de ban gedaan.
In 1456 werd de stad [[Groningen (stad)|Groningen]] door de vrijstoel ([[veemgericht]]) te [[Bad Wünnenberg|Wünnenberg]] (bij [[Paderborn]]) in de rijksban gedaan na een klacht van [[Dirk van Heukelom]]. Dit vonnis werd echter in 1465 door een keizerlijke rechtbank ongedaan gemaakt, omdat het veemgericht zijn bevoegdheden te buiten zou zijn gegaan. Op diezelfde dag werd Dirk op zijn beurt door keizer [[Keizer Frederik III (1415-1493)|Frederik III]] in de rijksban gedaan. Uiteindelijk werd de zaak in 1486 in der minne geschikt.<ref>H.O Feith, [https://books.google.nl/books?id=C1pZAAAAcAAJ&pg=PA164 &ldquo;Groningen veroordeeld door het veemgericht te Wunnenberg in 1456&rdquo;], ''Bijdragen voor vaderlandsche geschiedenis en oudheidkunde'', negende deel, 1853, p. 164</ref>
 
De Duitsers gebruikten de uitdrukking "''In Acht und Bann''".<ref>Eduard Eichmann, ''Acht und Bann im Reichsrecht des Mittelalters''. Paderborn 1909.</ref> omdat kerkelijke en wereldlijke repressie hier samengingen.
 
{{Appendix}}
46.388

bewerkingen