Koeren: verschil tussen versies

19 bytes verwijderd ,  4 jaar geleden
k
typo, replaced: gevangen genomen → gevangengenomen met AWB
k (typo, replaced: gevangen genomen → gevangengenomen met AWB)
[[Bestand:Balten 1200.svg|300px|miniatuur|{{Legenda|#DBFA88|Het Koerse woongebied omstreeks 1200}}]]
De '''Koeren''' ( [[Duits]]: ''Kuren''; [[Lets]]: ''Kurši''; [[Litouws]]: ''kuršiai'') waren een [[West-Baltische talen|West-Baltische]] stam die van de 5e tot de 16e eeuw aan de oevers van de [[Oostzee]] leefde in de huidige westelijke delen van [[Letland]] en [[Litouwen]]. Zij gaven hun naam aan de streek van [[Koerland]] (''Kurzeme''), en zij spraken de oude [[Koers (taal)|Koerse taal]].
 
Het Koerse land werd in 1266 door de [[Lijflandse Orde]] veroverd. Uiteindelijk gingen ze met andere Baltische stammen op in de ethnogenesis van de [[Litouwers]] en [[Letten]].
 
== Geschiedenis ==
 
Tijdens de late ijzertijd trokken de Koeren vanuit het zuiden van Koerland verder naar het noorden, waarbij ze de [[Oostzeefinse talen|Oostzeefinse]] [[Lijven]] die in de kustgebieden van Noord-Koerland leefden voor een groot deel assimileerden.
 
De Koeren stonden bekend als woeste krijgers, uitstekende zeelieden en piraten. Zij waren betrokken bij diverse oorlogen en bondgenootschappen met Deense en Zweedse [[Vikingen]].
 
In c. 750 vocht [[Sigurd Hring]], koning van Denemarken en Zweden, tegen de binnenvallende Koeren in het zuidelijke deel van het huidige Zweden.
 
[[Grobiņa]] was een belangrijke kolonie van [[Gotland]]ers tijdens de [[Vendeltijd]]. ''Egils Saga'' beschrijft een Vikingexpeditie door Thórólf en Egill Skallagrímsson in Koerland. Regelmatig voerden de Koeren gezamenlijke campagnes uit met de inwoners van [[Saaremaa (eiland)|Saaremaa]]. Samen vielen ze in 1187 [[Sigtuna (stad)|Sigtuna]] aan, toen de belangrijkste stad van Zweden. De Koeren vestigden tijdelijke nederzettingen in Oost-Zweden en de eilanden [[Gotland]] en [[Bornholm (eiland)|Bornholm]].
Tijdens de [[Lijflandse Kruistocht]] boden de Koeren voor een lange tijd stevig verzet. In 1210 werden de Koeren, met acht schepen, in de buurt van Gotland aangevallen door een Duitse kruisvaardervloot. De Koeren wonnen en Duitse bronnen beweren dat er 30 kruisvaarders werden gedood.
 
In juli 1210 vielen de Koeren [[Riga]] aan. Een grote Koerse vloot kwam aan in de monding van de [[Westelijke Dvina]] en belegerde de stad. Na een dag van gevechten waren de Koeren echter niet in staat door de stadsmuren te breken. Ze staken over naar de andere oever om hun doden te verbranden en rouwden voor drie dagen. Later hieven ze de belegering op en keerden terug naar Koerland.
 
In 1228 vielen de Koeren samen met de [[Semgallen (volk)|Semgallen]] opnieuw Riga aan. Hoewel ze opnieuw niet succesvol waren in het bestormen van de stad, vernietigden ze een klooster in [[Daugavgrīva]] en doodden alle monniken daar.
In 1230 tekende Lammechinus, hoofdman van de noordelijke Koeren, een vredesverdrag met de Duitsers. De landen die zij bewoonden werden bekend als ''Vredecuronia''. De zuidelijke Koeren bleven de indringers echter weerstaan​​.
 
De Koeren legden in die tijd hun wapens niet neer. Ze gebruikten de hongersnood als voorwendsel om de monniken toch niet toe te staan het land binnen te komen. Later probeerde de Orde de Koerse cavalerie in de strijd tegen de Litouwers in te zetten, maar de Koeren waren terughoudend bij deze gedwongen samenwerking en kwamen meermalen in opstand.
 
In 1260 waren de Koeren betrokken bij de [[Slag van Durbe]], een van de grootste veldslagen in Lijfland in de 13e eeuw. Zij werden gedwongen om aan de kant van de kruisridders te vechten. Toen de strijd begon, verlieten de Koeren de ridders omdat de ridders niet instemden om eventuele Koeren die door de [[Samogitië|Samogitiërs]]rs gevangen genomengevangengenomen werden te bevrijden. Volgens de bronnen vielen de Koeren de ridders zelfs van achteren aan. Ook de [[Esten]] en andere lokale rekruten volgden al snel en verlieten de ridders, hetgeen de Samogitiërs aan de overwinning hielp. Het was een zware nederlaag voor de Orde en spoedig daarna braken opstanden tegen de kruisvaarders uit in de Koerse en [[Pruisen (volk)|Pruisische]] landen.
 
Het Koerse verzet werd uiteindelijk bedwongen in 1266, toen geheel Koerland werd verdeeld tussen de Lijflandse Orde en het nieuwe [[Prinsbisdom Koerland|Bisdom Koerland]]. De Koerse edelen, onder wie 40 clans afstammelingen van de Koerse koningen in de stad [[Kuldīga]], behielden hun persoonlijke vrijheid en een aantal van hun privileges.
43.325

bewerkingen