Wielophanging: verschil tussen versies

21 bytes toegevoegd ,  5 jaar geleden
geen bewerkingssamenvatting
 
== Algemeen ==
Wielen zijn in de regel verbonden met een voertuig met gebruikmaking van een van een [[Veer (mechanica)|veersysteem]], hetgeen een vereiste is voor een comfortabele rit, zelfs als er weinig oneffenheden zijn. Daarnaast zorgt de wielophanging, in combinatie met de vering voor een betere wegligging.<br />
Hierbij is het belangrijk wat de stand van de (het) wiel(en) t.o.v. het voertuig is, de z.g. [[stuurgeometrie]]. Dit wordt met gespecialiseerde apparatuur gemeten en het instellen wordt "uitlijnen" genoemd. Er worden 3 hoeken door middel van de ophanging ingesteld: [[balhoofdhoek]] (caster), [[Camber (hoek)|camber]] en [[sporing]].
 
**Starre assen worden meestal afgeveerd door middel van:
***[[veer (mechanica)|Schroefveren]] of
***[[Bladveer|Bladveren]]
***Luchtvering
 
==== 2. Semi-onafhankelijk ====
*Dit is lange tijd populair geweest als achterwielophanging bij voorwielaangedreven personenauto's. De achterwielen waren verbonden door langsarmen aan een "u-vormige" buis die enigszins kon torderen. Weliswaar minder star dan een starre achteras, maar het ene wiel oefent tijdens het inveren wel enige invloed uit op het andere wiel.
* Als veersysteem gebruikt men bij deze ophanging meestal: schroefveren
**Schroefveren
 
==== 3. Onafhankelijke wielophanging ====
 
== Schokdemping ==
Bij verende wielophanging ontstaat een [[Massa-veer systeem|massa-veersysteem]], dat gevoelig is voor [[Resonantie (natuurkunde)|resonantie]]: onder bepaalde omstandigheden kan het voertuig onbeheerst gaan schommelen of slingeren met ongelukken tot gevolg. Naast vering is daarom altijd een of andere vorm van [[demping]] nodig. [[Bladveer|Bladveren]] bieden door inwendige wrijving zelf al enige demping, in andere gevallen worden aparte [[schokdemper]]s toegepast.
 
== Zie ook ==
65

bewerkingen