Hoofdmenu openen

Wijzigingen

60 bytes verwijderd, 4 jaar geleden
Net als in veel andere (Indo-Europese) talen worden lidwoorden in het Nederlands altijd voor het zelfstandig naamwoord waar ze bij horen geplaatst en hebben daarbij vooral de functie om de (on)bepaaldheid van het zelfstandig naamwoord aan te duiden. Daarnaast verschaffen de lidwoorden enige informatie over het [[geslacht (taalkunde)|woordgeslacht]] ervan.
 
De bepaalde lidwoorden zijn ''de'' (mannelijk, vrouwelijk en meervoud) en ''het'' (onzijdig en verkleinwoord enkelvoud). Het onbepaalde lidwoord is ''een'' (alleen enkelvoud, bij meervoud wordt ''een'' weggelaten). ''Het'' wordt vaak uitgesproken als '' 't '' en ''een'' als '' 'n ''. "Het boek" of "De straat" verwijst naar één bepaald boek of één bepaald straat, maar spreek je over "een boek/een straat" dan kan dat elk(e) boek/straat zijn. Het verschil tussen ''de/het'' en ''een'' bepaalt tevens de uitgang van het bijvoeglijk naamwoord. Zo krijgt bij ''het''- en ''de''-woorden het bijvoeglijk naamwoord de uitgang ''-e'', maar als de bepaalde lidwoorden worden vervangen door ''een'' valt bij ''het''-woorden de ''-e'' weg. Voorbeeld: het mooi''e'' meisje / de mooi''e'' hoed → een mooi_ meisje / een mooi''e'' hoed (zie verder [[#Verbuigingen van het bijvoeglijk naamwoord]]).
 
=== Lidwoorden in andere talen ===