Hoofdmenu openen

Wijzigingen

2.893 bytes verwijderd, 3 jaar geleden
→‎Nederlands: Teksten omgewisseld, dit is een algemeen artikel over lidwoorden. Een uitgebreide bespreking over lidwoorden in het Nederlands hoort daarom niet hier
== Het lidwoord in verschillende talen ==
=== Nederlands ===
{{zieook|Zie [[Nederlandse_grammatica#Lidwoorden]] voor een uitgebreider overzicht]]}}
==== Bepaalde lidwoorden ====
Net als in veel andere (Indo-Europese) talen worden lidwoorden in het Nederlands altijd voor het zelfstandig naamwoord waar ze bij horen geplaatst en hebben daarbij vooral de functie om de (on)bepaaldheid van het zelfstandig naamwoord aan te duiden. Daarnaast verschaffen de lidwoorden enige informatie over het [[geslacht (taalkunde)|woordgeslacht]] ervan.
Het Nederlands kent twee bepaalde (of bepalende) lidwoorden:
* ''de'', mannelijk of vrouwelijk (overkoepelend ook wel "zijdig" genoemd)
* ''het'', onzijdig. In gesproken taal vaak klemtoonloos uitgesproken als '''t''.
 
De bepaalde lidwoorden zijn ''de'' (mannelijk, vrouwelijk en meervoud) en ''het'' (onzijdig en verkleinwoord enkelvoud). Het onbepaalde lidwoord is ''een'' (alleen enkelvoud, bij meervoud wordt ''een'' weggelaten). ''Het'' wordt vaak uitgesproken als '' 't '' en ''een'' als '' 'n ''. "Het boek" of "De straat" verwijst naar één bepaald boek of één bepaald straat, maar spreek je over "een boek/een straat" dan kan dat elk(e) boek/straat zijn. Het verschil tussen ''de/het'' en ''een'' bepaalt tevens de uitgang van het bijvoeglijk naamwoord. Zo krijgt bij ''het''- en ''de''-woorden het bijvoeglijk naamwoord de uitgang ''-e'', maar als de bepaalde lidwoorden worden vervangen door ''een'' valt bij ''het''-woorden de ''-e'' weg. Voorbeeld: het mooi''e'' meisje / de mooi''e'' hoed → een mooi_ meisje / een mooi''e'' hoed (zie verder [[#Verbuigingen van het bijvoeglijk naamwoord]]).
''Het'' wordt enkel gebruikt voor een enkelvoudig onzijdig woord. Om een meervoud aan te duiden wordt altijd ''de'' gebruikt. Voorbeelden:
* ''de'' sleutel (mannelijk enkelvoud, dus ''de'')
* ''de'' vakantie (vrouwelijk enkelvoud, dus ''de'')
* ''het'' gebouw (onzijdig enkelvoud, dus ''het'')
* ''de'' bomen (meervoud, dus ''de'')
* ''de'' bossen (meervoud, dus ''de'', hoewel in het enkelvoud onzijdig ''het'' bos)
 
==== Onbepaald lidwoord ====
Het Nederlands kent slechts één onbepaald (of onbepalend) lidwoord:
* ''een'', in gesproken taal vaak uitgesproken als '''n''.
 
Het onbepaalde lidwoord ''een'' wordt in het Nederlands alleen gebruikt voor een enkelvoud, om een onbepaald meervoud aan te duiden wordt simpelweg géén lidwoord gebruikt. Voorbeeld:
* Daar staat ''een'' huis (onbepaald enkelvoud, dus ''een'')
* Daar staan huizen (onbepaald meervoud, dus geen lidwoord)
 
De zuidelijke dialecten van het Nederlands kennen drie onbepaalde lidwoorden:
* ''ne'' of ''nen'' voor een onbepaald mannelijk enkelvoud (''ne man'')
* ''een'' voor een onbepaald vrouwelijk enkelvoud (''een vrouw'')
* ''e'' voor een onbepaald onzijdig enkelvoud (''e kind'')
 
==== Ontkennend lidwoord ====
Het ontkennend lidwoord ''geen'' duidt op de afwezigheid van iets of op een ontkenning:
* We hebben ''geen'' kaas meer (duidt op de afwezigheid van kaas)
* Dat is ''geen'' goede grap (Dat is ''niet een'' goede grap)
 
==== Verbuiging lidwoorden ====
Daarnaast kent het Nederlands nog enkele oudere [[verbuiging]]svormen die gedicteerd worden door de verschillende [[naamval]]len. In principe worden de bezittelijke voornaamwoorden (''mijn, jouw, zijn, haar, ons, uw, jullie'' en ''hun'') en het ontkennend lidwoord ''geen'' vervoegd zoals het onbepaalde lidwoord ''een'', bijvoorbeeld: ''Dat is zijn'''''s''''' inzien'''''s''''' een slecht idee'' (''een'''''s''''' inzien'''''s''''').'' In het meervoud bestaat er geen onbepaald lidwoord in het Nederlands, daarom is in het schema het woord ''geen'' gebruikt.
 
{| class="wikitable" style="text-align:center;"
! colspan="10" |lidwoorden<ref>{{Aut|H. Coppé}}: ''Nederlandsche spraakkunst in drie leergangen voor de middelbare scholen, colleges, athenea en normaalscholen'', Brugge 1920, achtste druk, p. 14 en 15.</ref>
|-
!
! colspan="6" |enkelvoud
! colspan="6" |meervoud
|-
|
|colspan="2" | mannelijk
|colspan="2" | vrouwelijk
|colspan="2" | onzijdig
|colspan="3" | alle geslachten
|-
|
| bepaald || onbepaald
| bepaald || onbepaald
| bepaald || onbepaald
| bepaald || onbepaald || ontkennend
|-
| [[nominatief]] || de || een || de || een (ene) || het || een || de ||- || geen (gene)
|-
| [[genitief]] || des || eens || der || ener || des || eens || der || - || gener
|-
| [[datief]] || de(n) || een (enen) || de(r) || een (ener) || het (den) || een (enen) || de(n) || - || geen (genen)
|-
| [[accusatief]] || de (den) || een (enen) || de || een (ene) || het || een || de || -|| geen (gene)
|}
 
 
Verbogen lidwoorden (''ene'', ''ener'', ''enes''/''des'', ''der'', ''den'') worden nauwelijks nog gebruikt (daarom staan de oorspronkelijke verbuigingen tussen haakjes in het schema). Sinds de jaren tachtig is bijvoorbeeld ''[[commissaris van de Koning(in)]]'' gangbaarder dan ''commissaris der Koningin'' of ''des Konings'' (CdK). Bij ''[[procureur des Konings]]'' is echter alles bij het oude gebleven, net als in bepaalde namen en [[versteende taalvorm|staande uitdrukkingen]]:
* [[Den Helder|'''Den''' Helder]]
* [['s-Hertogenbosch|''''s-'''Hertogenbosch]] (des Hertogen bosch, ook wel '''Den''' Bosch)
* Het [[Koninkrijk der Nederlanden|Koninkrijk '''der''' Nederlanden]]
* [[Willem van Oranje|De vader '''des''' vaderlands]]
* ten enenmale
 
==== Lidwoord voor een bezittelijk voornaamwoord ====
Bij een aantal (zelfstandig gebruikte) bezittelijke voornaamwoorden, waaronder ''mijne, jouwe, zijne, hare, onze'' en ''hunne'', kunnen ook lidwoorden staan.
* Dat huis is '''''het''' mijne''.
* Mijn zus is groter dan '''''de''' jouwe''.
 
=== Lidwoorden in andere talen ===