Tol (recht): verschil tussen versies

18 bytes toegevoegd ,  5 jaar geleden
k
In de tweede helft van de 19e eeuw kwamen particuliere spoorlijnen beschikbaar, waardoor het gebruik van dé traditionele vervoermiddelen waarover eeuwenlang tol werd geheven; de [[diligence]] en [[trekschuit]], sterk afnam en daarmee ook de tolgelden. De opbrengst van de zeven tollen op de weg tussen Den Haag en Haarlem nam bijvoorbeeld af met 70%.{{Bron?||2012|11|14}} Dit had als gevolg dat het aantal tollen sterk daalde. Uiteindelijk werden op 1 mei 1900 alle rijkstollen afgeschaft. Gemeentelijke en particuliere tollen gingen echter verder en stelden toltarieven op voor nieuwe vervoermiddelen als [[stoomtram]], [[fiets]] en [[auto]]. Sommige tollen bleven bestaan tot na de [[Tweede Wereldoorlog]]. Sinds de 20e eeuw wordt nog wel tijdelijke tol geheven bij verschillende bruggen en tunnels om ze te kunnen bekostigen, zoals de [[Zeelandbrug]], de [[Kiltunnel]] en de [[Westerscheldetunnel]]. De overige verbruiksbelastingen worden echter geheven middels [[wegenbelasting]]en en [[accijns|accijnzen]]. Wel resteren [[bruggeld]] (zie ook [[brugwachter]]) en [[sluisgeld]] (schutgeld; zie ook [[sluiswachter]]).
 
Verschillende geografische namen herinneren nog aan het grootschalige netwerk van tolhuizen en tolhekken. Voorbeelden zijn de Groningse gehuchten [[Noordhornertolhek]] en [[Tolhek (Zuidhorn)|Tolhek]], de Nijmeegse wijk [[Tolhuis (Nijmegen)|Tolhuis]], en het voormalige kasteel [[Tolhuis (Lobith)|Tolhuis]] bij Lobith.
 
== België en andere landen ==
81.294

bewerkingen