Logische implicatie: verschil tussen versies

2 bytes toegevoegd ,  6 jaar geleden
k (Wijzigingen door 193.190.2.252 (Overleg) hersteld tot de laatste versie door Romaine)
Stel dat gegeven zijn de uitspraken A→B en A. Hieruit valt B te concluderen. Immers, als gegeven is dat we morgen gaan picknicken, in het geval dat morgen de zon schijnt (A→B) en bovendien dat morgen de zon schijnt, is de conclusie dat we morgen gaan picknicken.
 
Stel nu dat gegeven zijn de uitspraken A→B en ¬B. Hieruit valt ¬A te concluderen. Immers, stel dat morgen de zon schijnt. Gegeven is dat áls morgen de zon schijnt, dat we dan gaan picknicken morgen. DusGegeven weis gaan morgen picknicken. Het wasnu echter ook gegeven dat we morgen niet gaan picknicken (¬B). Stel nu dat morgen de zon zou schijnen. Dan zouden we dus gaan picknicken. Hier hebben we blijkbaar te maken met een tegenspraak. De aanname dat morgen de zon schijnt is hier foutief. De geldige conclusie is dus ¬A. Deze manier van bewijzen wordt overigens een '[[reductio ad absurdum|bewijs uit het ongerijmde]]' genoemd.
 
=== Conversationele implicatuur ===
Anonieme gebruiker