Landpissebedden: verschil tussen versies

Geen verandering in de grootte ,  5 jaar geleden
Landbewonende pissebedden kunnen alleen overleven in permanent vochtige omgevingen; de grootste vijand van deze soorten is uitdroging. Dit komt doordat pissebedden met hun pleopoden op de onderzijde van de buik ademhalen en deze moeten altijd vochtig blijven. De pleopoden zijn voorzien van een wijdvertakt systeem van zeer fijne buisjes, en kunnen beschouwd worden als een soort primitieve longen, ze zijn van de bovenzijde overigens niet te zien. Hiernaast hebben landpissebedden een [[ammoniak]]- en waterdoorlatend pantser waardoor ze continu transpireren. De pissebed hoeft ondanks de naam nooit te plassen, omdat de stikstofverbindingen (ammoniak) het lichaam verlaten middels verdamping door het [[exoskelet]]. Pissebedden worden meestal in groepen aangetroffen, en ook dit heeft met hun behoefte aan vochtigheid te maken; als ze tegen elkaar aan zitten verdampt er minder water per pissebed dan wanneer ze allemaal los van elkaar zouden zitten waardoor ze als groep voordeel van elkaar hebben. Ze kunnen waarschijnlijk ook de geur van soortgenoten waarnemen om elkaar zo beter te kunnen vinden.
 
Een pissebed kan als hij is uitgedroogd water 'drinken' door de [[uropode]]n, de twee staart-achtige aanhangsels aan de achterzijde van het lichaam, in het water te laten zakken. De uropoden bestaan uit een buitenste deel en een binnenste, dit laatste deel lijkt op een buisje waar door de [[capillaire werking]] water wordt opgezogen. Een teveel aan water kan worden afgegeven door de uropoden op een droogdroge bodem te drukken.
 
==Soorten==
Anonieme gebruiker