Hoofdmenu openen

Wijzigingen

1 byte toegevoegd, 4 jaar geleden
k
Lang niet alle [[lijst van talen van de wereld|talen]] kennen lidwoorden. Ook in de [[Indo-Europese talen]] was het lidwoord oorspronkelijk niet aanwezig, totdat zich in een aantal subfamilies – waaronder de [[Germaanse talen|Germaanse]] en [[Romaanse talen]] – uit de afgezwakte vormen van het [[aanwijzend voornaamwoord]] het bepaalde lidwoord ontwikkelde. Het onbepaalde lidwoord ontwikkelde zich uit het telwoord ''één''. Vermoedelijk gebeurde dit in de periode van het [[Frankische Rijk]]. Vanuit deze talen werd het gebruik van lidwoorden vervolgens overgenomen door aantal andere talen die in [[Europa (werelddeel)|Europa]] gesproken werden, zoals het [[Albanees]], het [[Hongaars]] en de [[Keltische talen]]. In het oostelijker deel van Europa drong deze taalvernieuwing niet door, vandaar dat bijvoorbeeld het [[Russisch]] tot op de dag van vandaag geen lidwoord kent.<ref>{{Aut|[[Nicoline van der Sijs]]}}, ''Dialectatlas van het Nederlands'', Amsterdam 2011, elfde druk, p. 73</ref>
 
Lidwoorden worden echter ook aangetroffen in andere taalfamilies dan de Indo-Europese, bijvoorbeeld in [[Semitische talen|Semitische]] en [[Malayo-Polynesische talen|Polynesische talen]]. Ook het [[Oudgrieks]] kende al dezes bepaalde lidwoorden.
 
Het lidwoord staat vaak voor het zelfstandig naamwoord, maar soms ook erachter (bijvoorbeeld in het Albanees). Soms gedraagt het lidwoord zich als een [[cliticum]], waarbij het aan het zelfstandig naamwoord is "vastgehecht" en niet als afzonderlijk woord voorkomt.