Rieten dak: verschil tussen versies

1 byte toegevoegd ,  7 jaar geleden
=== De ondergrond ===
Het riet wordt ondersteund door een dakconstructie bestaande uit [[spant (bouwkunde)|spanten]], waarover [[Gording (bouwkunde)|gording]]en of flieringen zijn aangebracht. Hierop worden sparren (rondhout) of [[spoor (bouwkunde)|sporen]] (rechthoekig) bevestigd, deze lopen van nok tot het ondereinde van het dakvlak, hierover worden horizontaal de rietlatten aangebracht, met een onderlinge afstand van ongeveer 28 centimeter, waarop ten slotte het riet wordt aangebracht.
Voor het vastmaken aan de rietlatten wordt een grote kromme naald, een twijgijzer gebruikt, waarmee het twijg of ijzerdraad "om de rietlat" gestoken kan worden. In plaats van een twijgijzer, Gelderse methode gebruikt men ook wel de combinatie van Goot en Naald. Het binddraad kan ook geschroefd worden "in de rietlat": dus hoewel geschroefd toch een traditioneel of open dak. Het riet op het dak wordt vervolgens met een klopper of drijfbord netjes gelijk gemaakt. De nok van een rieten dak is kwetsbaar en daarom wordt die al eeuwenlang in rietvorsten uitgevoerd in plaats van gebonden riet stro of in heideplaggen, zink of koper. Rietvorsten zijn grote boogvormige nok- of vorstpannen die al of niet met kneedbare dakmortel en/of met een luchtkalkrijke basterdmortel [[Mortel (betontype)|specie]] worden vastgezet. Keramische nokvorsten speciaal voor rieten daken, kortweg rietvorsten genoemd kunnenzijnkunnen zijn Bourgondische, Friese en Rijnlandse rietvorsten, alle met min of meer dezelfde afmetingen 660x235x210 mm. Het meest bekend zijn die in de traditionele kleuren natuurrood gestookt en blauwig duifgrijs gesmoord van rijnlandse klei. In Normandië komt een fraaie bloemenvorst voor: een bed van klei (vermengd met strohaksel) beplant met bloemen als boliris, vetplanten, daklook en dergelijke waarvan de wortels zich vastzetten in de klei en in het riet.
 
=== Schroefdak ===
Anonieme gebruiker