Michele Sindona: verschil tussen versies

341 bytes verwijderd ,  7 jaar geleden
overbodige links verwijderd
(+{{wiu}} - Artikel zonder enige vorm van opmaak, grotendeels kritiekloos gebaseerd op bronnen van dubieuze aard die, uit wat voor overtuiging dan ook, liefst zoveel mogelijk de nadruk lijken te willen leggen op maffiale banden en praktijken, waardoor e...)
(overbodige links verwijderd)
'''Michele Sindona''' ([[Patti (Italië)|Patti]], [[8 mei]] [[1920]] - [[Voghera]], [[22 maart]] [[1986]]) was een [[Italië|Italiaanse]] [[advocaat (beroep)|advocaat]] en [[bankier]].
 
Het was [[Salvatore Lucania|Lucky Luciano]] die Sindona aanbeval bij [[Max Corvo]], [[Victor Anfuso]] en [[Vincent Scamporino]], die hem in dienst namen als verbindingsman met de kringen van de maffia, die ingeschakeld moest worden als bondgenoot in de strijd tegen het fascisme, bij de voorbereiding van de Amerikaanse invasie in Sicilië. In 1944 stond Sindona in contact met maffiabaas [[Calogero Vizzini|Calò Vizzini]].
In [[1944]] stond Sindona in contact met maffiabaas [[Calogero Vizzini|Calò Vizzini]].
 
Aanvang [[1956]] begint Sindona in [[Milaan (stad)|Milaan]] aan een langdurige samenwerking met de Amerikaanse maffia via de tussenpersoon [[Joe Adonis]].
 
Op [[12 oktober]] [[1957]] was Sindona in de salon van het Hotel del Pelmes in [[Palermo (stad)|Palermo]] aanwezig bij de ontmoeting van de belangrijkste hoofden van de Amerikaanse en de Siciliaanse [[Cosa Nostra]]. Onder de aanwezigen waren [[Joe Bananas]], [[Joseph Palermo]], [[John Di Bellis]] van de familie [[Familie Genovese|Genovese]], [[Vito Vitale]], [[Genco Russo]] en [[Salvatore Lucania|Lucky Luciano]]. Bij deze bijeenkomst werd de strategie voor de internationale drugs- en wapenhandel opgesteld en werd [[Albert Anastasia]] ter dood veroordeeld. Tien dagen later werd deze in [[New York City|New York]] vermoord.
 
Begin [[1959]] kochten Michele Sindona, het [[Istituto per le Opere Religiose]] en de [[Continental Illinois Bank]] (de grootste bank in de VS) de [[Banca Privata Finanziaria]].
 
In de jaren 60 was hij een van de agressiefste bankiers ter wereld. Het imperium van Sindona bestuurde een ontelbaar aantal banken en andere financiële instellingen.
 
In december 1965 gaf Sindona grote sommen geld aan de fascistische [[Movimento Sociale Italiano|MSI-voorzitter]]-voorzitter [[Junio Valerio Borghese]], de latere oprichter van het [[Fronte Nazionale]], die in de nacht van 7 op 8 december 1970 een poging tot een staatsgreep zou plegen die op het laatste moment afketste.
 
In [[1968]] trad Sindona in zaken met [[Roberto Calvi]], de directeur van de Banco Ambrosiano. In november van datzelfde jaar verkreeg hij de macht over de [[Finanziaria Sviluppo]]. In [[1970]] nam de Banco Ambrosiano het bedrijf Compendium van Sindona over. Sindona verwierf op zijn beurt op [[30 juni]][[ 1971]] de controle over de "Centrale". Een poging om de Bastogi over te nemen ketste af op 8 oktober.
 
Op 15 april 1973 prees [[Giulio Andreotti]] tijdens een bezoek aan [[New York City|New York]] Michele Sindona als ''Salvatore della Lira'' (Redder van de Lire).
 
Op 17 mei 1973 probeerde Michele Sindona het kapitaal van de Finambro-bank te verhogen van een miljoen naar 160 miljard lire, maar dit werd geblokkeerd door minister La Malfa en verschillende financiers.
 
In januari 1974 werd Sindona door de Amerikaanse ambassadeur te Rome gelauwerd als "Man van het Jaar".
 
Op 27 september besloot het ''Ministro del Tesoro'' (ministerie van de schatkist) om de [[Banca Privata Finanziaria]] te liquideren. [[Giorgio Ambrosoli]], een [[Milaan (stad)|Milanese]] [[advocaat (beroep)|advocaat]], werd tot curator benoemd.
In de VS ging de [[Franklin Bank]] failliet, waarop de [[Verenigde Staten|Amerikaanse]] regering Sindona beschuldigde van bankbreuk.
 
In de VS ging de [[Franklin Bank]] failliet, waarop de [[Verenigde Staten|Amerikaanse]] regering Sindona beschuldigde van bankbreuk.
 
Dit betekende het begin van de instorting van Sindona's kaartenhuis aan financiële instellingen in Europa en de VS. In de crash was ook het [[Istituto delle Opere Religiose]] betrokken. Sindona moest de VS ontvluchten. Met Sindona verdween ook een lijst van 500 Italianen die via zijn banken clandestien enorme bedragen naar het buitenland hadden laten verdwijnen.
Op 24 oktober 1974 vaardigde de Italiaanse magistratuur een opsporingsbevel uit tegen Sindona wegens bedrieglijke bankbreuk. De rechters bevestigden dat Sindona fungeerde als witwasser van geld van de belangrijkste exponenten van Cosa Nostra, onder anderen [[Stefano Bontade]], [[Salvatore Inzerillo]] en [[John Gambino]]. Hij investeerde hun geld in beleggingsinstellingen, onroerend goed en hotels in [[Florida (staat)|Florida]] en op [[Aruba]].
 
Van 1974 tot 1979 stond Sindona in nauw verband met [[Licio Gelli]] en de [[Propaganda Due|P2]]. Deze banden werden door Giorgio Ambrosoli ontdekt.
Op 12 juli 1979 werd Ambrosoli vermoord door de Amerikaanse huurmoordenaar [[William Joseph Aricò]].
 
Op 2 augustus verdween Sindona in [[New York City|New York]]. Hij probeerde voor te wenden dat hij door terroristen ontvoerd was, maar dat mislukte. In werkelijkheid bleef hij 75 dagen ondergedoken op Sicilië, waar hij zich in contact stelde met separatistische bewegingen. Hij liet zich in zijn been schieten, om het verhaal van de ontvoering enige geloofwaardigheid te verlenen. De politiearts [[Miceli Crimi]], tevens lid van de P2 was hem hierbij behulpzaam. Vervolgens vertrok Sindona naar [[Griekenland]] en later naar [[Oostenrijk]]. Op 16 oktober dook hij weer op in New York. Vier dagen later werd [[Luigi Cavallo]] gearresteerd op verdenking van medeplichtigheid aan de schijnontvoering.
 
Het doek valt definitief op 13 juni 1980 als de Amerikaanse rechter Sindona tot 25 jaar veroordeeld wegens het faillissement van de Franklin Bank. Op 12 juli wordt hij ook nog in staat van beschuldiging gesteld voor de moord op Ambrosoli.
 
Het openbaar ministerie van Milaan, op zoek naar bewijs voor de mogelijke betrokkenheid van Licio Gelli en Miceli Crimi bij de in scène gezette ontvoering van Sindona, beval de huiszoeking van Gelli's villa en kantoren. Daarbij wist hij de hand te leggen op documenten die het bewijs leverden voor het bestaan van een samenzwering achter de façade van de vrijmetselaarsloge P2, waarvan 963 broeders lid bleken te zijn, omvattende agenten van de geheime diensten, politici, beleggers, bankiers, hoge ambtenaren en personen uit de showbusiness. Opmerkelijk was dat de meesten van hen ostentatief katholiek waren, en dat het Vaticaan 15 dagen eerder nog een persbericht had uitgegeven waarin verwezen werd naar het [[canoniek recht]], volgens welke regels mensen op straffe van excommunicatie geen lid mogen zijn van de vrijmetselarij. Die regels dateerden echter al van 1738...
 
Bij de P2 leek alles samen te komen: de [[Bomaanslag op de Piazza Fontana]], de olieschandalen, de intriges van de geheime diensten, de banden tussen Gelli, Sindona, Calvi, de internationale financiële wereld, de maffia, de CIA en plegers van staatsgrepen in Argentinië en Italië.
 
Door zijn arrestatie kwamen de banden tussen [[Vaticaanstad|Vaticaanse]] bank ''[[Istituto per le Opere Religiose]]'' onder leiding van [[aartsbisschop]] [[Paul Marcinkus]], de maffia en de loge [[Propaganda Due]]P2 aan het licht. In het kielzog van Sindona ging de [[Banco Ambrosiano]] met president [[Roberto Calvi]] ten onder.
 
Op 25 maart 1984 gingen de VS akkoord met de uitlevering van Sindona aan Italië waar hij terecht moest staan voor de bankbreuk van de Banca Privata. Op 25 september werd Sindona van de gevangenis in Otisville overgebracht naar de Regina-Coeligevangenis in Rome. De Italiaanse rechtszaak mondde uit in Sindona's veroordeling tot een levenslange gevangenisstraf op 19 maart 1986.
 
Nadat hij enkele interviews gegeven had waarin hij dreigde zijn banden met de maffia prijs te geven, stierf Sindona in de zwaar beveiligde gevangenis van Voghera aan een [[espresso]] vergiftigd met [[cyanide]].
 
{{Appendix|2=
79.883

bewerkingen