Knobbelzwaan: verschil tussen versies

36 bytes verwijderd ,  5 jaar geleden
geen bewerkingssamenvatting
 
== Voedsel ==
[[FileBestand:Schwanenpaar (1) beim Gründeln mit Jungen im Sonnensee, Binsfeld.JPG|thumb|250px|left|Stel zwanen eet waterplanten.]]
Hun voedsel bestaat uit [[waterplanten]]. Ze grazen ook op [[weiland|weiden]]. Ze duiken nooit zo ver dat ze volledig onder water zijn. Ze hebben een brede snavel om de waterplanten gemakkelijk af te kunnen trekken.
Om die reden hebben ze ook zo’n lange hals, die ze gemakkelijk kunnen buigen. Soms zijn alleen hun staart en hun achterpoten te zien, als ze op hun kop staan en met hun poten trappelen om de diepste planten op te vissen.
 
== Vlieg- en zwemgedrag ==
Om op te kunnen stijgen gebruikt de zwaan het wateroppervlak van een plas of sloot. Het opstijgen is een explosie van activiteit en vergt de zwaan veel energie. Net als de albatros rent de zwaan met zijn korte poten zo snel als hij kan over het wateroppervlak, terwijl hij zeer snel met zijn vleugels slaat. Naarmate de vleugels meer lift krijgen, komt de vogel hoger uit het water. Hij rent nog steeds, waarbij de poten met zwemvliezen duidelijk wervelingen in het water achterlaten, tot ze ten slotte alle contact met het water verliezen. De zwaan brengt zijn poten onder zijn staartveren, zoals een vliegtuig zijn landingsgestel intrekt en verheft zich tenslotteten slotte in de lucht. Ze vliegen in één lijn, de lange halzen vooruitgestrekt en met krachtige vleugelslagen. Als ze eenmaal in de lucht zijn, maken hun vleugels een duidelijk, laag zingend geluid. De knobbelzwaan is zo groot dat hij niet in staat is langzaam te vliegen, zonder uit evenwicht te raken en te vallen. Een zwaan landt vrijwel nooit op het droge, maar komt neer op een leeg wateroppervlak. Bij het landen heeft een zwaan nog steeds een grote snelheid, om af te remmen strekt een zwaan zijn poten naar voren en spreidt de staart, zodat de snelheid van de zwaan vermindert. Wanneer de zwaan vrijwel stil staat, vouwt een zwaan zijn vleugels op, schudt ze uit en vervolgt met gekromde nek en iets opgeheven staart zwemmend zijn weg. Bij het zwemmen leggen zwanen af en toe de poten op hun rug. Op het land vertonen zwanen een lompe, waggelende gang.
{{omrand|Cygnus olor RMOV0058.ogg|200|right}}
Om op te kunnen stijgen gebruikt de zwaan het wateroppervlak van een plas of sloot. Het opstijgen is een explosie van activiteit en vergt de zwaan veel energie. Net als de albatros rent de zwaan met zijn korte poten zo snel als hij kan over het wateroppervlak, terwijl hij zeer snel met zijn vleugels slaat. Naarmate de vleugels meer lift krijgen, komt de vogel hoger uit het water. Hij rent nog steeds, waarbij de poten met zwemvliezen duidelijk wervelingen in het water achterlaten, tot ze ten slotte alle contact met het water verliezen. De zwaan brengt zijn poten onder zijn staartveren, zoals een vliegtuig zijn landingsgestel intrekt en verheft zich tenslotte in de lucht. Ze vliegen in één lijn, de lange halzen vooruitgestrekt en met krachtige vleugelslagen. Als ze eenmaal in de lucht zijn, maken hun vleugels een duidelijk, laag zingend geluid. De knobbelzwaan is zo groot dat hij niet in staat is langzaam te vliegen, zonder uit evenwicht te raken en te vallen. Een zwaan landt vrijwel nooit op het droge, maar komt neer op een leeg wateroppervlak. Bij het landen heeft een zwaan nog steeds een grote snelheid, om af te remmen strekt een zwaan zijn poten naar voren en spreidt de staart, zodat de snelheid van de zwaan vermindert. Wanneer de zwaan vrijwel stil staat, vouwt een zwaan zijn vleugels op, schudt ze uit en vervolgt met gekromde nek en iets opgeheven staart zwemmend zijn weg. Bij het zwemmen leggen zwanen af en toe de poten op hun rug. Op het land vertonen zwanen een lompe, waggelende gang.
 
=== Galerij ===
Broedpartners blijven dikwijls hun hele volwassen leven bij elkaar.
 
Knobbelzwanen hebben per jaar maar 1één broedsel.
 
=== Galerij ===
 
== Verspreiding ==
[[Bestand:CygnusOlorNaturalHabitatMorning.jpg|thumb|300px{{largethumb}}|Knobbelzwaan in de [[Vanhankaupunginlahti]] nabij de Finse hoofdstad [[Helsinki]]]]
 
In West-Europa is de knobbelzwaan de talrijkst voorkomende zwaan, al is dat nog niet zo lang, want tot voor enkele decennia waren ze heel zeldzaam.
's Winters groepen ze samen langs beschutte zeekusten, riviermondingen en op meren. In echt strenge winters zijn ze heel talrijk. Noordoostelijke populaties trekken van november tot april naar het zuiden en het westen. In de zomer komt tegenwoordig een toenemend aantal broedgevallen voor. Na de broedtijd leven ze vaak in grote groepen.
 
{{Appendix}}
 
[[Categorie:Cygnus]]
[[Categorie:Europese exoot in Noord-Amerika]]
451.659

bewerkingen