Billie Nelson: verschil tussen versies

16 bytes verwijderd ,  5 jaar geleden
geen bewerkingssamenvatting
k
In 1965 stak hij over naar het vasteland, waar hij in de [[Grand Prix-wegrace van Duitsland|GP van Duitsland]] met zijn Norton 6e werd. In de Senior TT werd hij twaalfde en in [[TT Assen|Assen]] viel hij uit. In de Sidecar TT werd hij samen met Freeman zesde. In 1966 scoorde hij geen enkel WK-punt, maar hij reed zijn races nu voornamelijk in Europa, maar voor de Sidecar TT stak hij over naar het eiland Man om als gastbakkenist van [[Otto Kolle]] (BMW) te fungeren.
 
Vanaf 1967 reed hij een aantal jaren niet meer op Man, waarschijnlijk omdat de overtocht als [[privérijder]] te duur en het startgeld te laag was<ref>[[Privérijder]]s meden vaak de Grands Prix, omdat ze moesten leven van start- en prijzengeld. Ze gingen liever naar internationale races waar de [[fabrieksrijder]]s niet verschenen. Daar kregen ze meer startgeld. De oversteek naar het [[Man (eiland)|eiland Man]] vanaf het vasteland van Europa was erg duur, kostte veel tijd en de kans op prijzen was er klein.</ref>. In de 500 cc 500cc-klasse eindigde hij als negende in de WK-eindstand omdat hij punten scoorde in Duitsland en [[Grand Prix-wegrace van Finland|Finland]], maar zijn beste race was de zijspanrace in [[Autodromo Nazionale Monza|Monza]], waar hij als vervanger van [[Eduard Dein]] in het zijspan van [[Georg Auerbacher]] (BMW) de race won. Auerbacher/Dein/Nelson eindigden als tweede in de WK-stand.
 
In 1968 stapte Nelson eindelijk van zijn verouderde Norton af. Hij reed nu met een Hannah-[[Paton (motorfiets)|Paton]], waarmee hij vaak uitviel. Toch wist hij in de [[Grand Prix-wegrace van de DDR|GP van de DDR]] en de [[Grand Prix-wegrace van Tsjechoslowakije|GP van Tsjechoslowakije]] punten te scoren en eindigde hij als vijftiende in het 500 cc-WK. In Finland had hij veel indruk gemaakt toen hij met [[Jack Findlay]] om te tweede plaats vocht, maar Nelson moest snelheid terug nemen toen zijn [[stroomlijnkuip]] los begon te raken. In de 350 cc 350cc-klasse eindigde hij als dertiende in het WK, ook met een Paton.
 
1969 Was zijn beste seizoen. Hij werd als [[fabrieksrijder]] voor Paton tweede in Assen, de DDR en Finland en sloot het seizoen af als 4e in de 500 cc500cc-eindstand. In 1970 ging het weer veel slechter. In de 500 cc 500cc-klasse finishte hij alleen in Duitsland en de DDR en viel vijf keer uit. In de 350 cc 350cc-klasse kwam hij nu uit met een [[Yamaha (motorfiets)|Yamaha]] en daarmee werd hij uiteindelijk veertiende.
 
In 1971 reed hij slechts drie 500 cc 500cc-races met zijn Paton, maar hij scoorde steeds punten en eindigde als zestiende in het WK. In de 350 cc 350cc-klasse werd hij met de Yamaha zelfs derde in Finland en eindigde hij het WK als elfde. In de 250 cc 250cc-klasse startte hij met een Yamaha ook in Finland en Zweden en eindigde hij als 26e. In 1972 startte hij in negen van de twaalf GP's en had hij dus weer een druk seizoen. Hij had nu een 500 cc Yamaha en werd 8e in het WK. In de 350 cc 350cc-klasse, ook met een Yamaha, eindigde hij als twintigste. In 1973 werd hij met de Yamaha tiende in de WK-stand, maar mede dankzij een tweede plaats in de 350 cc [[Grand Prix-wegrace van Spanje|GP van Spanje]] werd hij vijfde in de 350 cc 350cc-klasse. Hij was de tweede Yamaha-coureur achter [[Teuvo Länsivuori]]. In dit seizoen finishte hij alle wedstrijden waarin hij aan de start kwam.
 
Tijdens een raceweekend op [[23 oktober]] [[1972]] in [[Rungis]] werden Billie Nelson en [[Dave Simmonds]] gealarmeerd door de moeder van [[Jack Findlay]]. In diens caravan was een beginnende brand, en Nelson en Simmonds probeerden die samen met SimmondSimmonds's vrouw Julie te blussen. Toen in de caravan een gasfles explodeerde raakte Simmonds dodelijk gewond. Zijn vrouw Julie Simmonds-Boddice (de zus van zijspancoureur [[Mick Boddice]]) en Billie Nelson werden met lichte brandwonden in het ziekenhuis opgenomen<ref>Motor 1972 nr. 44 pagina 1829: In Memoriam Dave Simmonds</ref><ref>
{{citeer boek|author=Mick Walker|Titel=Mick Walker's Japanese Grand Prix Racing Motorcycles|publisher=Redline Books|location=Low Fell, [[Tyne and Wear]], [[Engeland]]|year=2002|month=november|pages=85|ISBN=0953131181}}</ref>.
 
Ook in 1974 had hij aanvankelijk een vrij goed seizoen, waarin hij zowel in de 350- als de 500 cc 500cc-klasse veel punten scoordehaalde. Bij de voorlaatste GP, die van [[Grand Prix-wegrace van Joegoslavië|Joegoslavië]], startte hij echter ook in de 250 cc250cc-klasse.
 
==Overlijden==
Tijdens de 250 cc 250cc-race in [[Circuit Opatija|Opatija]] reed hij met een [[Yamaha TD 2]]. Waarschijnlijk door een [[vastloper]] werd hij aan het einde van het rechte stuk bij de hoofdtribune tegen de strobalen geworpen. Billie Nelson vloog over de barrière in het publiek, waarbij zeven toeschouwers gewond raakten. Hij werd naar het ziekenhuis van Opatija gebracht, waar men aanvankelijk nog dacht dat hij naar Engeland gerepatrieerd kon worden. In de nacht overleed Billie Nelson echter aan een hoofdwond en inwendige bloedingen. Hij werd [[postuum]] negende in de 500 cc 500cc-klasse en tiende in de 350 cc 350cc-klasse.
 
Billie Nelson liet zijn vrouw Pat en dochter Sarah achter. Na zijn dood werd de "Billie Nelson Foundation" opgericht om studiegeld voor Sarah in te zamelen.
477.084

bewerkingen