Nurhaci: verschil tussen versies

4.574 bytes toegevoegd ,  7 jaar geleden
artikel met erg veel onjuistheden geheel herschreven en uitgebreid.
k (Bot: Removing Link FA template)
(artikel met erg veel onjuistheden geheel herschreven en uitgebreid.)
| naam = Nurhaci
| leven = 1559 – 1626
 
| functie1 = [[Qing-dynastie|Keizer van Mantsjoerije]]
| periode1 = [[16161559]]-[[1626]]
| voorganger1 = -
| opvolger1 = [[Hong Taiji]]
| moeder = onbekend
}}
 
{{Infobox Volksrepubliek China namen
[[File:Ming Empire cca 1580 (nl).svg|thumb|300px|Het rijk van de Ming-dynastie eind zestiende eeuw]]
| afbeelding=
'''Nurhaci''' , ([[13 september]] [[1559]] - [[30 september]] [[1626]]), was de leider van de [[Aisin Gioro]], een van de vele clans die in de zestiende eeuw in het gebied ten noordoosten van het rijk van de Chinese [[Ming-dynastie]] leefden. Dit gebied komt geografisch overeen met wat nu aangeduid wordt als [[Mantsjoerije]]. Aan het eind van de zestiende eeuw maakte het zuidelijk deel van Mantsjoerije, het gebied van de huidige Chinese provincie [[ Liaoning]], deel uit van het Ming-rijk.
| onderschrift=
Nurhaci is de grondlegger van wat later de [[Mantsjoe|Mantsjoe-staat]] zou worden die in 1636 door zijn zoon [[Hong Taiji]] zou worden uitgeroepen.
| TChinees=努爾哈赤
 
| VChinees=努尔哈赤
[[File:Battle of Liaoyang1621.jpg|thumb|300px|De verovering van [[Shenyang]], de belangrijkste plaats van [[Liaoning]]]]
| Pinyin=Nǔrhāchì
 
| Xiao=
Aisin betekent goud en wordt in het Chinese schrift geschreven met het karakter Jin. Dat was de dynastieke naam van de [[Jurchen (volk)|Jurchen]] die als de [[Jin-dynastie (1115-1234)|Jin-dynastie]] tussen 1115 en 1260 het noorden van China hadden beheerst. De clan claimde van die dynastie af te stammen. De clan werd eerst Aisin Guren genoemd. Guren kan in het Jurchen staat ,stam, volk of hof betekenen afhankelijk van context en omstandigheden.
| Kantonees=Nòow Yìe Háa Tsèk
 
| Jyut=nou5 ji5 haa1 cek3
Nuhaci begin zijn militaire carrière in 1583 met slechts een paar honderd man van zijn eigen clan in een confederatie met die van zijn oudste zoon Cuyeng en broer Shurhaci. Vanaf het eind van de zestiende eeuw wist Nurhaci door veroveringen en sluiten van allianties de dominante leider te worden van de overige stammen van de Jurchen en andere die in het noordoosten woonden.
| Zhuang=
 
| Mantsj=[[Bestand:Nurhaci1.png|15px]]
Personen en groepen in dit deel van het huidige China werden in die periode niet ingedeeld op basis van vermeende etniciteit, maar veel meer op basis van levensstijl, loyaliteit en taal. [[Han-Chinezen]] die het gezag van Nurhaci accepteerden, levensstijl en taal overnamen konden onderdeel van de identiteit Jurchen worden. Het zelfde gold voor [[Mongolen]] in de gebieden die in het westen aan Mantsjoerije grensden. Ook transities van Jurchen naar Chinees kwamen voor.
| Arab=
 
| Miao=
Een van de belangrijkste stappen voor latere veroveringen werd door Nurhaci gelegd door het creëren van een vendelsysteem. In 1601 werd de basis daarvan gevormd. Iedere vendel was een militaire eenheid, maar daarnaast ook een woongebied en een eenheid voor economische productie. Met een vendel werden niet alleen de militairen bedoeld, maar ook de groepen personen die van hen afhankelijk waren.
| Oei=
Er waren oorspronkelijk vier vendels. In 1616 werden de Acht Vendels gecreëerd. Uiteindelijk waren er daarnaast nog acht Mongoolse vendels en acht Chinese vendels. Iedere vendel was een militaire eenheid, maar daarnaast ook een woongebied en een eenheid voor economische productie. Met een vendel werden niet alleen de militairen bedoeld, maar ook de groepen personen die van hen afhankelijk waren. De vendels zouden na de verovering van China tot diep in de achttiende eeuw een belangrijke pijler blijven van de organisatie van het [[Qing-dynastie| Qing-rijk]] in China.
| Mong=
 
| Tib=
 
| Tibpin=
In 1621 had Nurhaci de verovering van Liaoning afgerond en van [[Shenyang]] zijn hoofdstad gemaakt
| Tibwyl=
In 1616 had hij zijn dynastie hernoemd als de Latere Jin en de titel van Khan van de khans aangenomen. Zijn eerste bondgenoten, zijn zoon Cuyeng en zijn broer Shurhaci had hij inmiddels laten vermoorden.
| Tibipa=
 
| Kor=
Nurhaci streefde naar na de eerste veroveringen naar een meer gecentraliseerde machtsstructuur. Hij probeerde daarmee de macht van de aristocratie van de Jurchen te beperken. Hij gaf zijn vier resterende zonen de titel van '' Hosoi Beile '' ( Belangrijkste Hoofdman) . Ook andere '' beile '' waren vrijwel altijd familieleden van Nurhaci of leiders van voor de verovering nog onafhankelijke stammen. Die controleerden hun eigen groepen en gevangenen, maar alle Han-Chinezen waren de uitsluitende verantwoordelijkheid van Nurhaci.
| Kaz=
 
| Thai=
Nurhaci creëerde een [[kanselarij]] . Daaronder waren mensen met een etnische achtergrond als Han of Mongool die echter van identiteit gewisseld waren en die van de Jurchen hadden overgenomen. Die schreven proclamaties in het Chinees en begonnen met het vertalen van klassieke Chinese teksten. Die kanselarij werd een van de belangrijkste instrumenten in het verder beperken van de macht van de '' beile ''
| Thaiipa=
 
| Kirg=
In 1599 had Nurhaci de opdracht gegeven tot het creëren van een nieuw schriftsysteem, gebaseerd op het Mongoolse. Dat kreeg maar weinig toepassing. De verbinding tussen het gesproken en geschreven woord was gebrekkig door een discrepantie tussen het klinkerssysteem van het Jurchen en dat van Mongools. Met name het Mongoolse schrift bleef gehanteerd worden als een literaire [[lingua franca]]. Pas in de periode van [[Hong Taiji]] werd dit schriftsysteem uitgebreid met een groot aantal [[diakritisch teken| diakritische tekens]] waardoor het mogelijk werd om de klanken van de gesproken taal om te zetten naar een schrift. Daardoor ontstond ook de taal die – later – [[Mantsjoe (taal)|Mantsjoe]] genoemd zou worden.
| Viet=
 
| Rus=
Na 1621 stokte het veroveringsproces. Dat had ook te maken met logistieke problemen op het gebied van voedselaanvoer. Er regelmatig situaties dat er onvoldoende voedsel was om zowel de eigen bevolking van de Jurchen als ook de legertroepen te voeden. Tot aan de inname van [[Peking]] in 1644 was er steeds een urgente vraag naar met name graan. In 1622 moest er een vorm van distributie ingesteld worden. In 1623 en 1625 waren er vormen van verzet van Chinezen, die hun levensstijl hadden behouden in het veroverde Liaoning. In 1626 leed het leger van Nurhaci een zware nederlaag tegen dat van Ming. Om voldoende voedsel voor het leger te krijgen was buit van veroverde gebieden essentieel. Het stagneren van dat proces leidde tot de wens bij sommige stamleiders terug te keren naar de ´´goede oude dagen´´ van raids en plunderingen en het streven naar een staat en de verovering van China op te geven. De Mantsjoes waren in feite niet sterk genoeg om een plan voor directe en rechtstreekse verovering van China uit te voeren. Nurhaci werd opgevolgd door zijn zoon [[Hong Taiji]].
| Tailu=
 
| Hani=
{{appendix|2=
| Akha=
 
| letterl=
* {{en}} Perdue, Peter C. (2005) China marches West; The Qing Conquest of Central Eurasia, Belknap Press of Harvard University Press, ISBN 0-674-01684-X
| Anders=
* {{en}} Crossley, Pamela Kyle,(1999): A Translucent Mirror, History and Identity in Qing Imperial Ideology, University of California Kress, ISBN 0520344243
* {{en}} Rowe, William T. (2009) China's Last Empire: The Great Qing, Belknap Press of Harvard University Press, ISBN 9780674036123
}}
'''Nurhaci''', '''keizer Taizu''' of '''Nuerhachi''' ([[13 september]] [[1559]] - [[30 september]] [[1626]]) was de laatste stamleider van de [[Jianzhou Jurchen]] en de eerste [[kan (titel)|khan]] van de latere [[Qing-dynastie]]. Hij wordt beschouwd als de grondlegger van de Mantsjoestaat en wordt ook gezien als degene die de opdracht gaf tot de ontwikkeling van een geschreven taal voor de [[Mantsjoe (taal)|Mantsjoetaal]]. Nurhaci's organisatie van het Mantsjoevolk, zijn aanvallen op de [[Ming-dynastie]] en de Koreaanse [[Joseon-dynastie]] alsmede zijn verovering van de Chinese noordoostelijke provincie [[Liaodong]] vormden de start van de verovering van China door de Qing-dynastie.
 
In 1568 overleed de moeder van Nurhaci. Hij werd door de tweede vrouw van zijn vader uit zijn dorp verbannen. Later nam hij dienst bij de Chinese generaal [[Li Chengliang]]. In 1583 werden zijn vader en grootvader tijdens een veldslag door het rivaliserende opperhoofd van de Jurchen, [[Nikan Wailan]], gedood. Met Chinese hulp verenigde hierna Nurhaci geleidelijk de verschillende stammen. In 1599 liet hij de geschreven [[Mantsjoe (taal)|Mantsjoe]]-taal creëren. In 1616 stichtte hij de Qing-dynastie. In 1618 keerde hij zich tegen de [[Ming-dynastie]].
 
In 1626 overleed Nurhaci nadat hij tijdens een veldslag geraakt werd door een kanonskogel. Hij werd begraven in het Zhaoling mausoleum en werd opgevolgd door zijn negende zoon [[Hong Taiji]]. Verhalen deden de ronde dat Hong Taiji een gemalin van Nurhaci gedwongen had tot zelfmoord om te voorkomen dat zijn opvolging gevaar liep door haar streven haar eigen zoon [[Dorgon]] tot khan te maken.
 
 
[[Categorie:Keizer van China]]
 
[[Categorie:KeizerGeschiedenis van China]]
11.211

bewerkingen