Hoofdmenu openen

Wijzigingen

Geen verandering in de grootte, 5 jaar geleden
k
geen bewerkingssamenvatting
[[Bestand:Medaille Militaire 4e Republique France.jpg|100px|thumb|Medaille van na 1946]]
[[Bestand:Ruban de la Médaille militaire.PNG|100px|right|Baton]]
De '''Médaille militaire''' is een [[Frankrijk|Franse]] onderscheiding die op 22 januari 1852 door de Franse Prinsprins-president [[Napoleon III|Louis Napoleon]] werd ingesteld. Het decreet vermeldt "Mérite par la durée de leurs services, par des blessures, par des actions dignes d'éloges, ils eussent mérité un témoignage de satisfaction de la Patrie" als grond voor verlening<ref>[http://www.france-phaleristique.com/medmil.htm Decreet van 21 maart 1852, geciteerd op]</ref><ref>Vertaling: "Verdienste gedurende hun diensttijd, door hun verwondingen, door lovenswaardige daden die een blijk van lofuiting en tevredenheid van het moederland rechtvaardigen"</ref>.
 
De onderscheiding heet ook wel "le bijou de l'armée" oftewel "het sieraad van het leger"<ref name="snemm.fr">[http://www.snemm.fr/index.php?option=com_content&view=article&id=17&Itemid=54 Zie]</ref>.
 
Het is mogelijk dat de keizer een door zijn vader Koningkoning [[Lodewijk Napoleon]] ingestelde [[Koninkrijk Holland|Hollandse]] militaire [[onderscheiding]] als inspiratiebron heeft gebruikt. In een in de pompeuze stijl van zijn oud-oom Napoleon I gesteld decreet sprak de keizer van zijn "grande famille militaire" waarin de onderofficieren tekort werden gedaan omdat het [[Legioen van Eer]] exclusief moest blijven<ref>"L'admirable institution de la Légion d'honneur perdrait tout son prestige si elle n'était renfermée dans certaines limites"</ref> en in de loop der jaren steeds meer gereserveerd werd voor officieren. Toen de [[Veteranenmedaille (Frankrijk)|Veteranenmedaille]] niet meer werd toegekend bleven de onderofficieren, vanouds de ruggengraat van de strijdkrachten, zonder decoratie. Ook "gemene" soldaten en matrozen kwamen voor de Médaille militaire in aanmerking.
 
== Geschiedenis ==
De Prinsprins-president gaf de bijzondere plaats van de Médaille militaire in het decreet aan door er op te wijzen dat de soldaten en onderofficieren in de toekomst ook het Legioen van Eer zouden kunnen blijven ontvangen en dat zij die het Legioen van Eer bezaten de Médaille militaire daarna konden ontvangen zodat beide onderscheidingen naast elkaar zouden kunnen worden gedragen.
 
In zijn decreet van 22 januari 1852 stelde de Prinsprins-president de dragers van een medaille een "nationaal kasteel" in het vooruitzicht waarin, net als bij het Legioen van Eer het geval is, de dochters en (vrouwelijke) wezen van een gezin waarvan het hoofd<ref>"un château national devait servir de maison d'éducation aux filles ou orphelines indigentes des familles dont les chefs auraient été décorés de la Médaille militaire"</ref> de Médaille militaire draagt of droeg zouden worden opgevoed en opgeleid. Het is er tijdens zijn regering niet van gekomen. Pas in 2005 kregen de dochters, kleindochters en achterkleindochters van de dragers van de medaille dankzij een decreet van Presidentpresident [[Jacques Chirac]] toegang tot de meisjesschool van het Legioen van Eer<ref>décret n° 2005-301 du 31 mars 2005</ref> in [[Saint-Denis (Seine-Saint-Denis)|Saint-Denis]].
 
In zijn decreet van 13 juni 1852 stelde de Prinsprins-president vast dat een [[Maarschalkmaarschalk van Frankrijk]] de Médaille militaire ook kon ontvangen, net als een generaal of admiraal die Ministerminister van Oorlog was geweest. De eerste twee Médailles militaires waren voor Graafgraaf [[Honoré Reille]] (1755-1860) en Graafgraaf [[Jean-Baptiste Vaillant]] (1790-1872)<ref name="snemm.fr"/>. Beiden waren Maarschalkmaarschalk van Frankrijk en Maarschalkmaarschalk Reille had nog onder Napoleon I gevochten.
 
Maarschalk [[François Achille Bazaine|Bazaine]] ontving voor zijn inzet in Mexico het grootkruis van het Legioen van Eer in 1863 en de Médaille militaire in 1865. Op 20 oktober 1888 en 24 november 1909 breidden de Presidentenpresidenten [[Marie François Sadi Carnot]] en [[Raymond Poincaré]] dit voorrecht uit tot de commandanten van legerkorpsen die het Grootkruis van het Legioen van Eer al bezaten of dat bevel drie jaar uitoefenden. Ook de hoogste militaire leiders, leden van de "Conseil supérieur de la guerre", kwamen voor de medaille in aanmerking wanneer hun verdiensten dat rechtvaardigden. De Franse maarschalken [[Ferdinand Foch]], [[Joseph Joffre]], [[Philippe Pétain]], [[Jean de Lattre de Tassigny]], [[Alphonse Juin]] en [[Philippe Leclerc de Hauteclocque]] (postuum) ontvingen de Médaille militaire<ref>De lijst is niet compleet</ref>. [[Charles de Gaulle]] kreeg de medaille niet
 
De traditie om een Maarschalkmaarschalk van Frankrijk met deze voor de lagere rangen gereserveerde medaille te onderscheiden is binnen de wereld van orden en onderscheidingen uitzonderlijk. Voor wie al met het Legioen van Eer onderscheiden is geldt een verlening van de Militaire medaille als de hoogste eer die de Franse president kan verlenen.
 
Het lint dat de Prinsprins-president in 1852 koos is dat van de [[Orde van de IJzeren Kroon (Napoleontische Orde)|Orde van de IJzeren Kroon]] die door zijn oom Napoleon I werd ingesteld.
 
In 1852 pleegde Louis Napoleon een geslaagde staatsgreep. De Prins-president werd nu Napoleon III Keizer der Fransen.
De dragers ontvingen in 1852 een jaarlijks pensioen van 100 francs "om brood en tabak van te kopen". Dat is sindsdien gewijzigd in een maandelijks pensioen van vier Euro en zevenenvijftig cent. De [[inflatie]] is nooit gecompenseerd. Sinds 2005 komen ook de kinderen van de dragers van de medaille voor een plaats op een van de scholen van het Legioen van Eer in aanmerking.
 
Officieren behandelen de onderofficieren die de Médaille Militaire dragen traditioneel als hun gelijken. Deze traditie gaat terug op Maarschalkmaarschalk Canrobert die een korporaal met de medaille onderscheidde en de woorden "Et maintenant tu es autant que moi, nous sommes égaux" sprak. [[François Certain Canrobert]] (1809 - 1895), werd in 1856 Maarschalk van Frankrijk.
 
In de dagen na de instelling werd de medaille nog gezien als een "Légion d'honneur au rabais", een mindere uitvoering van een decoratie, de veldtochten van de Franse legers onder Napoleon III in Italië, Afrika, [[Indochina]] en Mexico brachten daarin verandering. In 1900 was de Médaille militaire een onderscheiding die in hoog aanzien stond<ref>Legeralmanak van 1900: "C'est la récompense d'honneur suprême. Bien que née d'hier, est-il une distinction qui mérite plus d'estime ? On a pu dire avec orgueil qu'elle est immaculée.
In 1852 werden 4250 medailles uitgereikt. Op 7 juni 1859 werd de eerste vrouw met de Militaire Medaille onderscheiden, het was Marie-Jeanne Rossini, marketenster bij het régiment des zouaves de la garde. Zij was de Franse troepen met haar mobiele keuken gevolgd tijdens de campagne in Noord-Italië. Een militaire onderscheiding voor een vrouw was in Europa ongebruikelijk maar het Franse leger liet de verzorging van de troepen voor een groot deel aan vrouwen over en ook Napoleon I had al vrouwen in het Legioen van Eer opgenomen. Uiteindelijk zou Napoleon III negen van deze zogeheten "cantinières" met de Médaille militaire onderscheiden.
 
In 1914 was het aantal verleende medailles bij het aanbreken van de [[Eerste Wereldoorlog]] gestegen tot 103 .000. De Franse regering verleende in die bloedige oorlog die Frankrijk 1 .697 .800 doden en 4 .266 .000 gewonden had gekost 230 000 Médaille militaires waarvan een groot aantal postuum werd verleend. Onder de gedecoreerden was één vrouw, de telefoniste Marguerite Coragliotti die in 1918 zwaargewond was geraakt en één duif. Het gaat om "Vaillant" die met het nummer 787-15 geringd was en in 1929 stierf. Deze op 4 juni als koerier gebruikte vogel was de laatste beschikbare [[postduif]] in het zwaar bevochten Fort de Vaux bij Verdun geweest. Het dier was door commandant Raynal met de boorschap "We houden vol maar worden met gas aangevallen en de rook is uiterst gevaarlijk. We dreigen ten onder te gaan. Souville reageert niet op onze optische seinen. Dit is mijn laatste duif."<ref>Originele tekst: "Nous tenons toujours, mais nous subissons une attaque par les gaz et les fumées très dangereuses. Il y a urgence à nous dégager. Faites-nous donner de suite toute communication optique par Souville qui ne répond pas à nos appels. C'est mon dernier pigeon "</ref> weggestuurd en had tegen de verwachting in het hoofdkwartier bereikt.
 
In 1939 bij het begin van de Tweede Wereldoorlog telde men 540 000 medailles. Bij het eeuwfeest van de medaille in 1952 waren 987.000 000medaillesmedailles uitgereikt waarvan slechts 84 aan vrouwen. In de Tweede Wereldoorlog steeg het aantal medailles en ook in de daaropvolgende koloniale oorlogen in Vietnam en Algerije werden Médaillles militaires uitgereikt zodat het totaal in 1964 772 000 Fransen en buitenlanders in leven waren die deze medaille droegen. De Franse regering heeft de Kanselier van het Legioen van Eer opdracht gegeven om het aantal dragers scherp te reduceren. Zo wordt het aanzien van de medaille, net als die van het Legioen van Eer waarvoor eveneens strenge quota zijn vastgesteld, gegarandeerd. In 2008 waren er 178 000 dragers van de Médaillés militaire in leven.
 
De Franse regering gaat zeer zorgvuldig om met de administratie van zijn onderscheidingen. Het oorspronkelijke decreet uit 1852 werd in 1852, april 1918, oktober 1918, februari 1919, juli 1934, november 1962, december 1963, februari 1965, november 1981, april 1991, mei 2010, en januari 2012 gewijzigd. Verder zijn er circulaires waarin een en ander wordt uitgewerkt. Voor iedere periode wordt een contingent medailles ter beschikking gesteld voor vreemdelingen, bijvoorbeeld voor het [[Vreemdelingenlegioen]]<ref>Décret n° 2012-74 van 23 januari 2012 : stelde voor het tijdvak tot 31 december 2014 een contingent van 50 medailles beschikbaar.</ref>.
 
Al sinds het keizerlijk bewind van Napoleon III ontvangen de dragers van de Médaille militaire een door de minister van Oorlog, later de Ministerminister van Defensie, getekend [[diploma]] dat hen zonder de gebruikelijke registratiekosten en andere leges wordt uitgereikt. De uitreiking zelf geschied binnen een carré van militairen na het uitreiken van mogelijke kruisen van het Legioen van Eer. Daarna nemen de officier die de onderscheidingen uitreikte samen met de zojuist met de Médaille militaire en het Legioen van Eer onderscheiden militairen samen een parade van de troepen af.
 
Militairen die veroordeeld werden op grond van een aantal in de wet genoemde vergrijpen<ref>Opgesomd in titre V van het eerste boek van de Code Pénal</ref> wordt de medaille onder het uitspreken van de woorden "Vous avez manqué à l'honneur. Je déclare que vous cessez d'être médaillé militaire" ontnomen.
==Buitenlandse dragers van de medaille==
*Le général d'armée [[Alphonse de la Marmora]], ministre de la guerre du Roi de Sardaigne, le 16 août 1856.
*Sir [[William Godrington]], général des armées de la Reine de Grande-Bretagne, le 16 août 1856.
*Le grand-duc [[Nicolas Nicolaievitch Romanov]], général du génie de l'armée impériale russe, le 18 mai 1880.
*Le prince [[Karel van Roemanië]], le 8 mars 1881.
*Le chargé d'affaires du royaume de Roumanie [[Grégoire Ghika]], sergent aux francs-tireurs de Paris.
*Le général [[Dragamirov]], gouverneur de Kiev, le 14 juin 1899.
*SM [[Albert I der Belgen]], Roi des Belges, le 9 avril 1914.
*Le grand-duc [[Nicolaas Nicolaievitch]], le 14 janvier 1915.
*Le prince régent Alexander van Servië, le 6 février 1915.
*Le maréchal [[John Denton Pinkstone French]], commandant en chef des troupes britanniques, le 9 février 1915.
*SM [[Victor-Emmanuel III van Italië]], Roi d'Italie, le 9 août 1917.
*Le maréchal Sir [[Douglas Haig]], commandant en chef des troupes britanniques, le 17 août 1918.
* [[Otani-Kikuso]], commandant en chef des troupes alliées à Vladivostok, le 12 juillet 1919.
*SM [[Alfonso XIII van Spanje]], Roi d'Espagne, le 22 avril 1920.
*SM [[Ferdinand I van Roemenië]] er, Roi de Roumanie, le 18 août 1920.
*Le général [[John Joseph Pershing]], commandant en chef de l'armée des États-Unis d'Amérique, le 15 septembre 1920.
*L'amiral duc [[Thaon di Revel]], ministre de la marine italienne, le 4 juillet 1923.
*Le général d'armée [[Armando Diaz]], ministre de la guerre en Italie, le 28 juillet 1923.
*Le marquis d' [[Estella Primo de Rivera]], président du directoire militaire en Espagne, le 9 février 1926.
*SA le général prince [[Karageorgevitch]], le 3 décembre 1927.
*SAS le prince [[Lodewijk van Monaco]], le 5 octobre 1929.
*El Hadji [[Thaoui ven Mohammed Megouari el Glaoui]], pacha de Marrakech, le 22 janvier 1931.
* Admiraal [[Andrew Cunningham]], 1st Viscount Cunningham of Hyndhope 12 februari 1946
* [[Franklin Delano Roosevelt]], Président des États-Unis d'Amérique, le 8 avril 1947.
*Sir [[Winston Spencer Churchill]], le 8 mai 1947.
* Le prince [[Louis II de Monaco]], général français.
* [[Dwight David Eisenhower]], Président des États-Unis d'Amérique, le 19 mai 1952.
* le ''field marshal'' [[Bernard Montgomery|Bernard Montgomery, vicomte Montgomery of Alamein]] (9 septembre [[1958]]) ;
*Le maréchal [[Alexandros Papagos]], chef du gouvernement grecque, le 21 janvier 1954.
*SM [[Haile Selassie]], Empereur d'Éthiopie, le 28 octobre 1954.
* Maarschalk [[Josip Broz Tito]], zie de [[Lijst van ridderorden en onderscheidingen van Maarschalk Tito]]. le 5 mai 1956.
* [[Ratu]] [[Lala Sukuna|Sir Lala Sukuna]]
130.157

bewerkingen