IRAS (satelliet): verschil tussen versies

1 byte toegevoegd ,  5 jaar geleden
k
Het project was een samenwerkingsverband tussen de [[Verenigde Staten]], Nederland en het [[Verenigd Koninkrijk]]. De Amerikaanse bijdrage werd gecoördineerd vanuit de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie [[NASA]], die zorgde voor het ontwerp en ontwikkeling van de [[telescoop (optica)|telescoop]], met als hoofdaannemer de firma Ball Aerospace uit [[Boulder (Colorado)|Boulder]] in [[Colorado (staat)|Colorado]]. <br />De Nederlandse bijdrage werd gecoördineerd door de [[Nederland]]se ruimtevaartorganisaties [[NIVR]] en [[Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium|NLR]], die instonden voor de levering van het feitelijke ruimtevoertuig en de samenbouw en test van de hele satelliet en de [[software|vluchtsoftware]]. Hoofdaannemers voor het Nederlandse deel waren [[Dutch Space|Fokker Space]] en [[Thales Groep|Hollandse Signaal]], dat destijds een onderdeel van [[Koninklijke Philips Electronics N.V.|Philips]] was.<br />De Britse bijdrage werd gecoördineerd door de Science and Engineering Research Council (SERC) die instond voor het volgen van de satelliet en ontvangst van de gegevens. Hoofdaannemer hiervoor was het [[Verenigd Koninkrijk|Britse]] Rutherford Appleton Laboratory uit Chilton in [[Oxfordshire]].<br />
 
== De Satellietsatelliet ==
IRAS was een veel grotere satelliet dan [[Astronomische Nederlandse Satelliet|ANS]], de eerste Nederlandse satelliet. In 1983 was het zelfs de grootste satelliet die tot op dat moment in Europa was gebouwd. Bij de lancering woog IRAS 1083 [[kilogram]], met een hoogte van 3,86 meter en een breedte van 2,16 meter met dichtgeklapte [[zonnepaneel|zonnepanelen]]. IRAS bestond voornamelijk uit twee grote onderdelen, de infrarode telescoop en het door Nederland geleverde ruimtevoertuig ("spacecraft") inclusief de zonnepanelen. Met een gewicht van ruim 800 kilogram vormde de telescoop het grootste gedeelte van de satelliet.
De zonnepanelen leverden totaal 500 watt [[elektriciteit|elektrisch]] [[vermogen (natuurkunde)|vermogen]] waarvan 250 watt continu nodig was. Het overschot werd opgeslagen in een Nikkel-Cadmium [[oplaadbare batterij|accu]], die aan de buitenzijde van het ruimtevoertuig was bevestigd. Het ruimtevoertuig bevatte alle apparatuur ten behoeve van de standregeling, registratie van de [[astronomie|astronomische waarnemingen]] en de [[telecommunicatie|communicatie]] met de [[Aarde (planeet)|Aarde]]. Vrijwel alle taken van het ruimtevoertuig werden aangestuurd door twee [[computer|boordcomputers]] die vanaf de grond opnieuw [[Programmeren (computer)|geprogrammeerd]] konden worden.
 
De belangrijkste taak van het standregelingssysteem was ervoor zorg te dragen dat de telescoop nooit in de richting van de Aarde of de [[Zon]] zou kijken. Blootstelling van de zeer gevoelige infrarood detectoren aan deze hemellichamen zou onherstelbare schade aanrichten.
 
131.676

bewerkingen