Kabeltelevisie: verschil tussen versies

26 bytes verwijderd ,  5 jaar geleden
k
Voor de [[Tweede Wereldoorlog]] bood de [[PTT (Nederland)|PTT]] de Radiodistributie aan, later [[Draadomroep]] geheten. Dit systeem bood vier radiostations via [[Telefonie|telefoonkabels]]. In de jaren zestig van de [[20e eeuw]] werd dit systeem uitgefaseerd.
 
Snel na de eerste officiële Nederlandse [[Geschiedenis van de Nederlandse televisie|televisie-uitzending in 1951]] ontstond op de daken van de huizen een heel woud van televisieantennes. Dit was niet alleen een lelijk gezicht, maar het was ook gevaarlijk: bij een storm konden slecht gemonteerde of slecht onderhouden [[Antenne (straling)|antennes]] omwaaien en schade veroorzaken. In dichtbebouwde gebieden was een goede ontvangst van ethertelevisie bovendien zeer moeizaam. Om aan deze situatie een eind aan te maken werden de eerste centrale-antennesystemen ('''CAIcentrale antenne-inrichtingen''' (CAI) aangelegd. Deelnemende huishoudens werden door een coaxkabel verbonden met een gemeenschappelijke antennemast die per huizenblok, wijk of gemeente op centraal gelegen punten werden opgesteld. Aanvankelijk was de aanleg van deze centrale-antennesystemen in strijd met de Telegraaf- en Telefoonwet: de PTT had het wettelijk monopolie op de distributie van omroepsignalen. In de praktijk werd de aanleg van particuliere '''centrale antenne-inrichtingen'''CAI gedoogd.
 
In Nederland is er ook een plan geweest om een landelijk netwerk aan te leggen, het zogenaamde CAS-net. Hiervoor is speciaal de [[CASEMA]] (Centrale Antenne Systemen Exploitatie Maatschappij) opgericht. Dit plan werd in de [[Tweede Kamer der Staten-Generaal|Tweede Kamer]] weggestemd.
11.100

bewerkingen