Cyprus (Romeinse provincie): verschil tussen versies

geen bewerkingssamenvatting
'''Cyprus''' werd een Romeinse ''[[provincia]]'' in [[58 v.Chr.]], volgens [[Strabo (historicus)|Strabo]] omdat [[Publius Clodius Pulcher]] wrok koesterde tegen [[Ptolemaeus van Cyprus]]. Nadat hij een ''lex Clodia de Cypro'' had laten goedkeuren, die de omvorming van Cyprus tot een ''provincia'' en de [[confiscatie]] van de koninklijke goederen inhield. De senaat zond daarop [[Marcus Porcius Cato Uticensis minor]] uit om het eiland (dat heden nog steeds [[Cyprus]] genoemd wordt) te veroveren nadat hij tot ''[[tribunus]]'' was gekozen. Hij bood de toenmalige koning van Cyprus Ptolemaeus nog aan om de functie als hogepriester van Aphrodite in [[Paphos]] als compensatie voor het verlies van zijn koningschap aan te nemen, maar de vernedering was te groot en Ptolemaeus pleegde zelfmoord.
 
Cyprus werd daarop toegevoegd aan de ''provincia'' [[Cilicia]] en zou gedurende 10 jaar bestuurd worden door ''[[proconsul]]es'' van [[praetor]]iaanse rang. Zo zou [[Marcus Tullius Cicero]] aangesteld worden als ''pronconsul'' over Cilicia en Cyprus (hoewel hij zelf nooit op Cyprus schijnt te zijn geweest). WanneerToen in [[49 v.Chr.]] de burgeroorlog uitbreekt tussen [[Gnaius Pompeius Magnus maior]] en [[Gaius Iulius Caesar]] uitbrak, zienzagen de Lagiden hun kans schoon om Cyprus te heroveren.
 
[[Marcus Antonius]] gaf het eiland aan [[Cleopatra VII]] en haar zuster [[Arsinoë IV]], maar het werd opnieuw een ''provincia'' na diens nederlaag in de [[Slag bij Actium]] (31 v.Chr.) in 30 v.Chr. Cyprus zou beschouwd worden als oorlogsbuit van de Alexandrijnse oorlog en dus eigendom van Octavianus. Deze stuurde ''[[legatus Augusti pro praetore|legati Augusti pro praetore]]'' naar Cyprus om haar te beheren in zijn naam. In [[22 v.Chr.]] geeft Augustus in al zijn vrijgevigheid Cyprus terug aan de senaat en Cyprus wordt nu een aparte senatoriale ''provincia''. Het is echter opvallend dat de kopermijnen schijnen te zijn uitgebaat door ''legati'' van Augustus ([[Flavius Josephus]]).
 
Tijdens de Joodse opstand van 115 tot 116 leed het eiland ernstige verliezen waarbij men het aantal Griekse en Romeinse burgers die gedood werden op 240.000 mensen wordt geschat. Hoewel het mogelijk is dat dit getal overdreven kan zijn, waren er weinig of geen troepen gestationeerd op het eiland om de opstand te onderdrukken toen de rebellen aan het plunderen sloegen. Nadat er troepen waren gezonden naar Cyprus en de opstand was bezweerdbezworen, werd er een wet aangenomen datvolgens welke er geen enkele jood mocht landen op Cypriotische bodem mocht landen, zelfs niet bij een scheepsramp. Het verwoeste [[Salamis (Cyprus)|Salamis]] zou door [[Hadrianus]] herbouwd worden (hoewel Cyprus ''de iure'' een "senatoriale" ''provincia'' was).
 
Na de hervormingen door [[Diocletianus]] werd het onder de ''Consularis Oriens'' geplaatst. Cyprus zou met de splitsing van het [[Romeinse Rijk]] overgaan in de handen van de [[Byzantijnse Keizerrijk|Byzantijnse keizers]].