Sint Eloyen Gasthuis: verschil tussen versies

25 bytes verwijderd ,  6 jaar geleden
k
Omzetting verouderd sjabloon + check op 40000
(onvindbaar en onduidelijk)
k (Omzetting verouderd sjabloon + check op 40000)
[[AfbeeldingBestand:Ingang Sint Eloyen Gasthuis Utrecht.JPG|thumb|250px|De ingang aan de Boterstraat]]
Het '''Sint Eloyen Gasthuis''' is het [[gildehuis]] in de [[Boterstraat (Utrecht)|Boterstraat]] 22 in de [[Nederland]]se stad [[Utrecht (stad)|Utrecht]]. Sinds 1440 vergaderden en feestten in dit huis de broeders van het Smedengilde van [[Eligius|St. Eloy]], maar in en om het huis werden ook zieke en armlastige gildebroeders verzorgd en verpleegd. Het was dus ook een soort [[hospice]]. Het Smedengilde is zonder onderbreking blijven bestaan tot op de dag van vandaag en behoort daarmee tot de alleroudste nog bestaande organisaties uit de [[middeleeuwen]].
 
==Oudste geschiedenis van het Smedengilde==
[[AfbeeldingBestand:Smeetoren Utrecht.jpg|thumb|250px|[[Smeetoren]], tekening van [[Cornelis van Hardenbergh|C. van Hardenbergh]]'']]
Het Smedengilde zelf dateert zeker van [[8 mei]] [[1304]], want op deze dag is, met de bekrachtiging in de eerste Gildebrief, het stadsbestuur overgedragen aan de toenmalige eenentwintig [[Gilde (beroepsgroep)|gilden]]. Omdat het stadsbestuur niet zal zijn overgedragen aan een jonge organisatie is het gilde ongetwijfeld veel ouder.
Al in de dertiende eeuw bestonden er [[broederschap]]pen van [[Ambacht (handwerk)|ambacht]]slieden.
 
Na de [[Gulden Sporenslag]] ([[1302]]), een demonstratie van de macht en kracht van die georganiseerde burgers, namen ook in de noordelijke Nederlanden de [[gilde (beroepsgroep)|gilde]]n snel in betekenis toe. Beroepsverenigingen die tot gilden werden verheven, met voorgeschreven rechten en plichten, kregen daarmee een [[monopolie]]positie. Onder die verenigingen bevond zich het gilde van de Utrechtse smeden, het Smede Gildt [[Eligius|St. Eloy]].
Lid van dat gilde waren onder meer de hoefsmeden, de slotenmakers, de goud- en de zilversmeden en de geweer- en pistoolmakers. De [[smid|smeden]] oefenden destijds hun beroep uit in wat thans [[Wijk C]] heet. Voor de verdediging van de stad was hen de 'Smeesector' toegewezen, met de [[Smeetoren]] in de [[stadsmuur]]. In [[1643]] werd op deze toren het Astronomisch Instituut gevestigd. Die "sterrenwacht" verhuisde in [[1854]] naar het [[bolwerk]] [[Sonnenborgh (Utrecht)|Sonnenborgh]] en de Smeetoren werd in [[1855]] gesloopt.
 
 
==Moeilijke tijden==
[[AfbeeldingBestand:Utrecht- Sint Eloyen Gasthuis 38314.jpg|thumb|250px|Sint Eloyen Gasthuis rond 1725 van [[Louis Philippus Serrurier]]'']]
De groei van de metaalnijverheid kwam vermoedelijk reeds vóór [[1670]] ten einde, maar de Franse bezetting van [[1672]]-[[1673]] vormde de nekslag. Een geleidelijk herstel daarna eindigde in een nieuwe crisis in het midden van de [[18e eeuw]]. Na [[1750]] leidden economische stagnatie en sociale polarisatie tot groeiende spanningen. De vooral in Utrecht krachtige patriottenbeweging van 1780-1787 was daar een manifestatie van. Waren er ook leden van St. Eloy actief in deze beweging?
 
De periode eindigde met de intocht van vreemde troepen. In [[1795]] maakte de Franse inval een einde aan de gewestelijke zelfstandigheid en legde de basis voor de Nederlandse eenheidsstaat. De centrale macht berustte voortaan in Den Haag en daar werd de opheffing van de ambachtsgilden bevolen in [[1798]].
De pogingen de gilden te verbieden, stuitten op verzet. Binnen enkele jaren reeds werden nieuwe vergelijkbare organisaties opgericht. Ook de aan de gilden gerelateerde instellingen kenden een taai leven. Sommige bestaan nog steeds, zoals het St. Eloyen Gasthuis en zijn broederschap.
Het [[monopolie]] van de gilden verdween en vrije vestiging van ambachtslieden werd mogelijk. Op advies van de vroedschap schreef het smedengilde zich in 1803 in bij de voorloper van de huidige [[Kamer van Koophandel]] onder de naam Handelsbedrijf der Smeden. Zo werden rechtspersoon en bezittingen van het Smede Gildt zeker gesteld. De gildebroeders noemden zichzelf voortaan broeders.
 
==Tradities en gebruiken==
De vele tradities en gebruiken van het gasthuis liggen de huidige broederschap na aan het hart. Een zeer tot de verbeelding sprekend gebruik is de viering van [[Hoveniersmaandag]].
 
===Hoveniersmaandag===
Hoveniersmaandag is traditioneel de dag waarop meiden en knechten van de [[tuinderij]]en rond [[Utrecht (stad)|Utrecht]] hun jaarloon uitbetaald kregen. Een jaar lang ploeteren en dan met flink geld op zak 'kermis vieren' leidde tot 'ruige' taferelen met ongekende gulzigheid. Dit gedrag leidde in Nederland, dat in de negentiende eeuw in de ban was geraakt van een 'beschavingsoffensief', tot ontzetting: de kermis is onzedelijk, woest en onbeschaafd. Ook in Utrecht wordt het stadsbestuur bewerkt met petities om de oude jaarmarkt-kermis af te schaffen. Het College van [[Regent (bestuurder)|Regenten]] van het Sint Eloyen Gasthuis acht het raadzaam om de broeders op de avond van de beruchte Hoveniersmaandag, de derde maandag in juli, van de kermis weg te houden. De broeders, maar ook de hoveniersknechten en –meiden, worden die bewuste avond onthaald op een feestelijke maaltijd in het gasthuis, een maaltijd met biefstuk, brood, wafels en bier. Deze maaltijd groeit uit tot een traditie die tot op de dag van vandaag in ere wordt gehouden.
 
===St. Jan en St. Eloy===
Ook de vieringen van [[Johannes de Doper|St. Jan]], als patroon van de gasthuizen, en [[Eligius|St. Eloy]], als patroon van de smeden, hebben de [[Reformatie]] overleefd en worden nog steeds resp. eind juni en begin december gevierd.
===Overlijden van een broeder===
Op de avond van het overlijden van een broeder komen de gildebroeders bijeen in het Huis om de overledene te gedenken. Zijn stoel blijft daarbij onbezet en op zijn plaats aan tafel ligt een [[Lelie (geslacht)|lelie]]tak. Na de herdenking brengt de [[Huismeester]] de lelietak naar de nabestaanden. Tijdens de [[begrafenis]] of [[crematie]] sluiten de broeders aan achter de familie en nemen zo respectvol afscheid van hun overleden broeder.
 
===College van Regenten===
Het St. Eloyen Gasthuis wordt bestuurd door een college van 16 [[Regent (bestuurder)|regent]]en en hiermee wordt voortgeborduurd op de vroegere bestuursvorm, waarin de (toen) 16 beroepsgroepen uit het gilde in het college zitting hadden. Hun vergaderingen werden vroeger ook [[Morgenspraak|morgenspraken]] genoemd.
*''Het Utrechtse Smedengilde: Metaalbewerkers in Utrecht in de 17e en 18e eeuw'', doctoraalscriptie Nieuwere Geschiedenis van Gerard Ritter (1987).
*''De gilden van Utrecht tot 1528: Verzameling van rechtsbronnen'', uitgegeven door Mrs. J.C. Overvoorde en J.G. Ch. Joosting. 's-Gravenhage, Martinus Nijhoff, 1897.
 
===Secundair (beperkte opsomming)===
*''De smidsgezel van Utrecht: Een verhaal voor jonge lieden'' door [[Hendrik Jan van Lummel|H.J. van Lummel]] (voor 1871)
 
==Externe links==
* [http://www.sinteloyengasthuis.nl/ Sint Eloyen Gasthuis]
* [http://www.eureloy.org/ Organisaties in Europa met St. Eloy als patroon]
* [http://www.kolfbond.nl/ Koninklijke Nederlandse Kolfbond]
* [http://www.colf-kolf.nl/ Webmuseum Colf & Kolf]
 
{{Commonscat}}
{{Coor title dms|52|5|22|N|5|7|9|E|scale:3125}}
{{coördinaten|52_5_22_N_5_7_9_E_scale:3125|52° 5' NB, 5° 7' OL}}
 
[[Categorie:Bouwwerk in Utrecht (stad)]]