Pruisen: verschil tussen versies

33 bytes toegevoegd ,  6 jaar geleden
(Versie 40837471 van 95.97.185.162 (overleg) ongedaan gemaakt.)
Bismarck voerde van 1871 tot 1877 de [[Kulturkampf]] tegen de [[Rooms-katholieke Kerk]]. Dit was in Bismarcks ogen een "preventieve oorlog tegen een interne vijand". Hij was bang dat de katholieke [[Zentrumspartei]] - die haar aanhang vooral in het meest katholieke zuiden van Duitsland had - een bedreiging zou gaan vormen voor het door de protestants-Pruisische elite gedomineerde keizerrijk. Hij vreesde dat katholieken samen zouden spannen met Franse en Oostenrijkse katholieken in een supranationale organisatie. In 1872 werd in Pruisen het kerkelijk toezicht op het onderwijs afgeschaft, in 1874 het [[burgerlijk huwelijk]] ingevoerd. De [[Meiwetten]] van 1873 leidden tot ontzetting uit het ambt en soms vervolging van talrijke geestelijken. De overheid onderwierp de Poolse bevolking in de oostelijke provincies aan een streng beleid van [[germanisering]]. Toen echter in [[1878]] de nieuwe paus [[Paus Leo XIII|Leo XIII]] een verzoenende houding aannam werden de meeste maatregelen teruggedraaid en werkte Bismarck zelfs samen met de katholieken in zijn strijd tegen de socialisten die sterk opkwamen.
[[Bestand:Bundesarchiv Bild 146-2004-0096, Kaiser Wilhelm II..jpg|thumb|left|150px|[[Wilhelm II van Duitsland|Wilhelm II]]]]
Wilhelm I werd in 1888 opgevolgd door zijn zoon, de "99-dagen-keizer" [[Frederik III van Duitsland|Frederik III]] (1888), die echter stervende was aan keelkanker. Frederik was in tegenstelling tot zijn vader en zijn zoon liberaal gezind, maar bereikte gedurende zijn zeer korte regeringsperiode niet meer dan het ontslag van de aartsconservatieve minister van Binnenlandse Zaken [[Robert von Puttkamer]]. Zijn zoon [[Wilhelm II van Duitsland|Wilhelm II]] (1888-1918) was evenals Bismarck conservatief gezind maar ontsloeg Bismarck in 1890 omdat hij voortaan zelf het beleid wilde bepalen en geen behoefte had aan een sterke minister-president. Vanaf toen waren de eerste ministers meestal zwakke figuren. De keizer voerde echter, in tegenstelling tot Bismarck, een riskante en ondoordachte buitenlandse politiek. Ten gevolge van deze politiek sloten de potentiële Duitse tegenstanders zich steeds meer aaneen totdat alleen Oostenrijk nog een verbond met het Keizerrijk had. Europa stevende rond [[1900]] (het ''[[fin de siècle]]'') door o.a. het alomtegenwoordige [[nationalisme]] en [[chauvinisme]] en het onderlinge wantrouwen bijna onvermijdelijk op een oorlog aan. In 1914 was het dan ook zover. De Duitse nederlaag in dedeze [[Eerste Wereldoorlog]] en de [[Novemberrevolutie]] van 1918 bracht uiteindelijk het aftreden van Wilhelm II als koning en keizer en de afschaffing van het keizerrijk.
 
Pruisen bleef binnen de nieuwe [[Weimarrepubliek]] als deelstaat [[Vrijstaat Pruisen]] gehandhaafd, ondanks aanvankelijke plannen tot het tegendeel, maar verloor zijn speciale verhouding tot het Rijk. De traditionele Pruisische elite bleef evenwel sterk in het landelijk bestuur vertegenwoordigd.
Anonieme gebruiker