Juliette Récamier: verschil tussen versies

26 bytes toegevoegd ,  7 jaar geleden
taal
(sp, opmaak)
(taal)
 
==Biografie==
Juliette was de dochter van een notaris en werd opgevoed in het klooster ''l’Abbaye royale de la Déserte'' in Lyon opgevoed.
 
In 1793, op 15-jarige leeftijd, trouwde zij met de veel oudere bankier Jacques Récamier (1751-1830), die aanvankelijk intiem met haar moeder omging. Het verhaal ging dat zij zijn natuurlijke dochter was en dat hij haar trouwde tijdens het [[schrikbewindTerreur (Franse Revolutie)|Schrikbewind]] om haar toekomst veilig te stellen. De aristocraat ging ervan uit dat hij het wel niet lang meer zou maken en zijn leven zou eindigen op het schavot.<ref>http://parisianfields.wordpress.com/2010/10/01/the-lady-is-not-a-sofa/</ref> Récamier had geluk en bleef in leven. De eerste twee jaar bleef Juliette nog thuis wonen en onderhield een kuise en platonische relatie met haar echtgenoot.
 
[[File:Madame Récamier by Jacques-Louis David.jpg|thumb|left|Juliette Récamier, gezeten op een neo-klassieke of [[Pompei|pompeiaanse]] "chaise-longue", een model dat naar haar is vernoemd. Onaf schilderij door [[Jacques-Louis David]]]]
 
Récamier werd plotseling erg rijk tijdens het [[Directoire]]. Hij is in 1800 benoemd bij de [[Banque de France]] en al in 1802 gingen er geruchten dat hij vanwege [[staatslening|staatspapieren]] failliet zou gaan, hetgeen pas in 1805 gebeurde. Zijn pand in de Rue de la Chaussée-d'Antin, voorheen eigendom van [[Jacques Necker]],<ref>http://clec.uaicf.asso.fr/recherches_patrimoniales/recamier.htm</ref> dat door iedereen bezocht wilde worden, want het werd op [[Etrusken|Etruskische]] wijze gedecoreerd en in [[Empirestijlempirestijl]] ingericht, is gekocht door de Brusselse zakenman [[François-Dominique Mosselman]].
 
Een aanstelling als hofdame bij [[Joséphine de Beauharnais]] wees zij drie keer af.<ref>http://www.fembio.org/biographie.php/frau/biographie/jeanne-francoise-julie-adelaide-recamier/</ref>
 
Mme Récamier reisde in 1806, 1808 en 1809 naar [[Coppet]], waar zij op bezoek ging bij [[Mme de Staël]] haar beste vriendin. Récamier kreeg een huwelijksaanzoek van prins [[August van Pruisen]]. Vanwege haar contact met de Staël, die een boek over Duitsland had gepubliceerd, werd ook Juliette in 1811 verbannen door Napoleon. [[Joseph Fouché]] maakte haar duidelijk dat ze wel weg mocht gaan, maar niet kon terugkomen; Napoleon wilde Parijs voor zichzelf. Récamier woonde in Lyon, [[Châlons-en-Champagne]], en [[Chaumont]], vervolgens trok ze naar Rome, en sloot vriendschap met [[Joachim Murat]] en [[Carolina Bonaparte]].
 
[[File:Bust of Juliette Récamier.jpg|thumb|Marmeren buste van Juliette Récamier (ca 1806) door Joseph Chinard.]]
 
Terug in Parijs, na de [[Restauratie (Frankrijk)|Restauratie]] organiseerde zij een goedlopende salon en onderhield een relatie met [[Benjamin Constant (schrijver)|Benjamin Constant]], die in 1815 tot [[Raad van State (Frankrijk)|staatsraad]] werd benoemd. Ook [[Jean Victor Moreau]] kwam op bezoek, alsmede [[Karel XIV Johan van Zweden|Jean-Baptiste Jules Bernadotte]], [[Lucien Bonaparte]], [[Jean-Jacques Ampère]], [[Charles Augustin Sainte-Beuve]], [[Victor Cousin]] en [[François René de Chateaubriand]], minister van buitenlandseBuitenlandse zakenZaken, met wie zij niet wilde trouwen, maar tot het einde van haar leven een relatie onderhield.
 
In 1819 vertrok zij naar een klooster ''l'Abbaye-aux-Bois'' toen aan de rand van Parijs gelegen, nu Place Récamier. [[Alphonse de Lamartine]], [[Honoré de Balzac]] en [[Victor Hugo]] lazen er hun eerste werk voor. De nonnetjes droegen er zorg voor dat al het bezoek om middernacht weer weg was.
In 1830 stierf haar echtgenoot. Haar rol nam af na de [[Julimonarchie]].
 
Mme Récamier werd aan het einde van haar leven blind en stierf tijdens een [[cholera]]-epidemie. Zij ligt begraven op de [[Cimetière de Montmartre]].
 
==Werken==
Anonieme gebruiker