Johan Adriaan van der Heim van Duivendijke: verschil tussen versies

Geen verandering in de grootte ,  6 jaar geleden
Typo
k (Verandering naam categorie (per beoordelingssessie))
(Typo)
Hij bekleedde na in Den Haag [[Advocaat (beroep)|advocaat]] te zijn geweest het ambt van [[griffier]] van de Staten van Zeeland en maakte als afgevaardigde voor die provincie deel uit van de Dubbele Kamer in [[1840]].
 
Als minister van financiën onder koning Willem II zag hij zich geconfronteerd met de torenhoge staatsschuld ten gevolge van de langdurige staat van oorlog in de jaren 1830-1839. Hij stelde voor om een [[inkomstenbelasting]] in te voeren, maar de Nederlander en ook het gemiddelde kamerlidKamerlid was er nog lang niet aan toe dat hij de staat inzage zou moeten geven van zijn inkomsten. Van der Heim moest het veld ruimen, maar zijn opvolger Van Hall gebruikte de voorgestelde inkomstenbelasting als stok achter de deur om voldoende intekening te krijgen op een vrijwillig-verplichte [[staatslening]].<ref>P.J. Oud, Honderd jaren. Hoofdzaken der Nederlandsche staatkundige geschiedenis 1840-1940, Assen 1946, p.14</ref>
geschiedenis 1840-1940, Assen 1946, p.14</ref>
 
Voor 1848 was Van der Heim ook kort [[staatsraad (Nederland)|staatsraad]] en [[Gouverneur]] van [[Zuid-Holland]]. Na [[1853]] werd hij [[Commissaris van de Koningin|Commissaris van de Koning]] in die provincie. Van der Heim van Duivendijke werd bij zijn aftreden in [[1862]] tot [[Baron (titel)|baron]] verheven. Hij besloot zijn loopbaan als [[Eerste Kamer der Staten-Generaal|Eerste Kamerlid]]. Hij behoorde tot de [[ultraconservatieven]], die zich keerden tegen de politiek van [[Johan Rudolph Thorbecke|Thorbecke]] en de zijnen.
Anonieme gebruiker