Staten-Generaal der Verenigde Nederlanden: verschil tussen versies

inhoud
 
(inhoud)
De '''Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden''' vormde in 1814 en 1815 de [[volksvertegenwoordiging]] in de Nederlanden.<ref>{{Bronvermelding parlement.com}}</ref>
#REDIRECT[[Lijst van leden van de Staten-Generaal (1814-1815)]]
 
De [[Staten-Generaal van de Nederlanden]] werden na de [[Bataafse Revolutie]] in 1796 opgeheven. In 1813 werd het [[Soeverein Vorstendom der Verenigde Nederlanden]] uitgeroepen, waarna de [[Nederlandse Grondwet#Grondwet 1814|Nederlandse Grondwet van 1814]] van kracht werd en nieuwe Staten-Generaal werd gevormd.<ref>[http://www.denederlandsegrondwet.nl/9353000/1/j9vvihlf299q0sr/vi6cojba7qyf Tekst van de grondwet van 1814 betreffende de Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden]</ref>. De zittingsperiode van de Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden liep van 1 mei 1814 tot 1 september 1815. De voorzitter was van 1 mei tot 8 november 1814 jonkheer [[Jan Elias Nicolaas van Lynden van Hoevelaken|van Lynden van Hoevelaken]] en van 8 november 1814 tot 1 september 1815 graaf [[Gijsbert Karel van Hogendorp|Van Hogendorp]], die zich wegens ziekte in 1815 veelal moest laten vervangen door jonkheer van Lynden van Hoevelaken.
 
== Samenstelling ==
De Staten-Generaal was een enkelvoudige Kamer die bestond uit 55 gewone leden. Anders dan in de Staten-Generaal vóór 1795 vertegenwoordigden de afgevaardigden het gehele Nederlandse volk. Zij waren niet langer afgevaardigden van de provincies en stemden zonder last (opdracht) en ruggespraak (overleg). Hun titel was 'Edel Mogende Heeren'. De leden zouden door [[Provinciale Staten]] voor drie jaar worden gekozen, waarbij jaarlijks een derde verkiesbaar was. Omdat die Staten nog niet bestonden, vonden voor de eerste samenstelling benoemingen door de soevereine vorst [[Willem I der Nederlanden|Willem I]] plaats. De minimumleeftijd voor het lidmaatschap was 30 jaar. In de Grondwet was de mogelijkheid opgenomen om via een aparte wet benoeming van een vast aantal edelen (ten minste een vierde van de 55 leden) te regelen. Die wet kwam echter niet tot stand.
 
De Staten-Generaal werd uitgebreid met 55 buitengewone leden voor de dubbele vergadering van 8 tot 19 augustus 1815, die werd voorgezeten door jonkheer [[Nicolaas Steengracht|Steengracht van Oosterland]]. Deze dubbele vergadering moest besluiten over de grondwetsherziening die leidde tot de [[Nederlandse Grondwet#Grondwet 1815|Nederlandse Grondwet van 1815]] die de vereniging regelde van de noordelijke en de zuidelijke Nederlanden en waarbij de [[Staten-Generaal van het Koninkrijk der Nederlanden]] werd opgericht, met een [[Eerste Kamer der Staten-Generaal|Eerste]] en [[Tweede Kamer der Staten-Generaal|Tweede Kamer]]<ref>[http://www.denederlandsegrondwet.nl/9353000/1/j9vvihlf299q0sr/vi6jejayi3dc Tekst van de grondwet van 1815 betreffende de Staten-Generaal van het Koninkrijk der Nederlanden]</ref>. Die beslissing moest met meerderheid van twee derde van de aanwezige leden worden genomen.
 
== Rechten ==
De Staten-Generaal stemde over alle voorstellen van wet, maar had geen recht van [[amendement]], en evenmin een [[recht van interpellatie]] of van [[recht van enquête|enquête]]. Er bestond een beperkt [[budgetrecht]]. De gewone begroting werd eenmalig vastgesteld en daarnaast was er een jaarlijkse begroting voor buitengewone uitgaven (met name voor oorlogvoering). Er bestond wel een [[recht van initiatief]] (het recht om voordrachten aan de vorst te doen).
 
== Zie ook ==
#REDIRECT*[[Lijst van leden van de Staten-Generaal (1814-1815)]]
 
{{Appendix}}
 
[[Categorie:Staten-Generaal van de Nederlanden| ]]
58.933

bewerkingen