Gemeenschap van goederen: verschil tussen versies

Verwijderde inhoud Toegevoegde inhoud
en tussen geregistreerde partners vanaf de registratie
Regel 41:
 
==Wetswijziging==
Op 1 januari 2012 trad de ''Wet van 18 april 2011 tot wijziging van de titels 6, 7 en 8 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (aanpassing wettelijke gemeenschap van goederen)'' ([[Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden|Staatsblad]] 2011, 205) in werking. Het wetsvoorstel daartoe heeft ruim acht jaar in de kast gelegen. Titel 7 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (de wettelijke gemeenschap van goederen) is ingrijpend veranderd, doch niet zo ingrijpend als aanvankelijk beoogd (zie Kamerstukken II, 2002/03, 28 867, nr. 1/2). De wetgever heeft het woord "algehele" in "algehele gemeenschap van goederen" laten vallen. De belangrijkste wijzigingen zijn de volgende:
*De vruchten van goederen die door middel van een uitsluitingsclausule buiten de gemeenschap worden gehouden vallen automatisch ook niet meer in de gemeenschap (zie het nieuwe art. 1:94 lid 4); onder het huidige recht moet de erflater of schenker die een uitsluitingsclausule maakt uitdrukkelijk vermelden dat vruchten ook niet in de gemeenschap behoren te vallen;
*Beide echtgenoten worden bestuursbevoegd ten aanzien van in de gemeenschap vallende goederen; in de huidige tekst van art. 1:97 BW is alleen de echtgenoot van wiens zijde een goed in gemeenschap is gevallen bestuursbevoegd;
*Na ontbinding van de gemeenschap (art. 1:99 BW) blijft het privévermogen van elke echtgenoot afgeschermd voor uitwinning door schuldeisers ten behoeve van gemeenschapsschulden (zie de vernieuwde tweede zin van art. 1:102 BW). Slechts datgene wat een der echtgenoten heeft verkregen als gevolg van de ontbinding van de gemeenschap is vatbaar voor verhaal; onder het huidige recht kunnen schuldeisers ook privévermogen uitwinnen ten behoeve van gemeenschapsschulden.
 
Titel 8 van Boek 1, betreffende de huwelijkse voorwaarden, is eveneens op enkele punten gewijzigd. Zo is art. 1:119 BW vervallen, zodat men niet meer naar de rechtbank hoeft voor goedkeuring van huwelijkse voorwaarden die men tijdens het huwelijk maakt of wijzigt. Daarnaast zijn de in de praktijk nauwelijks gebruikte gemeenschap van vruchten en inkomsten en gemeenschap van winst en verlies (art. 1:123 tot en met 128 BW) verdwenen.
 
==Toekomst==