Tanker: verschil tussen versies

Geen verandering in de grootte ,  7 jaar geleden
k
In het midden van de [[19e eeuw]] werden steeds meer [[olieveld]]en geëxploiteerd. Er werd gezocht naar een efficiëntere manier van vervoer dan de tot dan toe gebruikelijke [[Vat (verpakking)|vaten]]. Schepen met grote tanks werden sinds de [[1960-1969|jaren '60]] van de [[19e eeuw]] gebouwd. In [[1872]] werd de eerste zeegaande stoomaangedreven tanker gebouwd, de Vaderland, maar de in [[1886]] gebouwde 3000 ton [[Tonnenmaat|dwt]] Gluckauf werd bekender. In [[1893]] liep de Gluckauf aan de grond bij Fire Island in de staat [[New York (staat)|New York]] aan de grond.
 
Tussen [[1942]] en [[1945]] werden honderden [[T2 -tanker]]s gebouwd in de [[Verenigde Staten]]. Na de [[Tweede Wereldoorlog]] werden veel van deze schepen van 16.000 ton dwt verkocht aan [[rederij]]en over de hele wereld.
 
Rond [[1950]] werden [[kolen]] door [[aardolie]] vervangen als belangrijkste energiebron. Tot die tijd vervoerden olietankers over het algemeen olieproducten, omdat de [[Aardolieraffinage|raffinage]] over het algemeen dicht bij de olievelden plaatsvond. Door politieke en technische redenen verschoof de raffinage dichter naar de markt. Er kwamen steeds meer tankers, die speciaal waren gebouwd voor het vervoer van ruwe olie. Deze schepen waren eenvoudiger te bouwen en het loonde om steeds grotere schepen te bouwen. In [[1959]] werd de 114.356 ton dwt Universe Apollo gebouwd, de eerste tanker groter dan 100.000 ton dwt. Door de sluiting van het [[Suezkanaal]] in [[1967]] moesten tankers omvaren via [[Kaap de Goede Hoop]]. Hierdoor waren ze niet meer gebonden aan de maximale afmetingen van dit kanaal. Ook was het door de langere afstand gunstiger om grotere schepen te bouwen.