Staatsmijn Maurits: verschil tussen versies

2.099 bytes toegevoegd ,  9 jaar geleden
(Aanv.)
==Mijnramp 1958==
Op 3 maart 1958 kwamen in de mijn zeven mijnwerkers om het leven door een instorting in een [[Pijler (steenkoolmijn)|pijler]]. Het betrof drie Nederlanders, twee Italianen, een Pool en een Engelsman. Het duurde drie dagen voordat alle slachtoffers waren geborgen.
 
De ramp voltrok zich in een pijler die gelegen was tussen de 391 en 455 meter verdiepingen, zo’n anderhalve kilometer van de schacht. De 96 meter lange pijler was een week vóór de instorting in bedrijf genomen vanuit een doortocht. Het betrof een breukpijler, hier laat men het ontkoolde pand instorten door het ondersteuningsmateriaal weg te nemen, deze laatste handeling noemt men 'roven'. De toestand in de pijler leek volkomen normaal, het dakgesteente boven het geroofde gedeelte brak goed. Ook bij een voorafgaande speciale inspectie, die gebruikelijk is bij de ingebruikname van een nieuwe afdeling, werden geen onregelmatigheden ontdekt.
Op maandag 3 maart om 17.10 uur is plotseling de onderste daklaag, langs het front boven de pijler gaan schuiven. Hierbij werd de pijlerondersteuning over een lengte van 37 meter omver gedrukt. Ten tijde van de instorting bestond de pijlerbezetting uit 45 man, van de 18 mijnwerkers die in het ingestorte stuk werkten wisten er 11 tijdig weg te vluchten, de overige 7 mijnwerkers werden onder de instorting bedolven, en kwamen om. Met het opruimingswerk werd onmiddellijk begonnen. Omdat de instorting zich nabij de afvoergalerij had voorgedaan, was het bouwwerk hiervan verschoven. De galerij moest daarom eerst worden beveiligd. Vervolgens werd begonnen met de opruiming van de instorting. In de nacht van maandag op dinsdag werden de eerste twee slachtoffers onder de stenen vandaan gehaald. Door onafgebroken door te werken waren op donderdag alle 7 slachtoffers geborgen.
 
Bij later onderzoek naar de oorzaak van de ramp is gebleken dat zich boven de kolenlaag een laag gesteente van circa 1,70 meter dikte bevond, deze laag kwam plotseling in beweging en is daarbij afgeschoven. Daarboven bevond zich, door een glad scheidingsvlak begrensd, een hardere gesteentelaag die bij de instorting geheel intact bleef. Deze laag was dermate hard en samenhangend, dat zij het breken van de onderste daklaag niet volgde. Nadat de onderste daklaag was losgekomen is deze vervolgens weggeschoven waardoor de pijlerondersteuning omver werd gedrukt.
 
==Referenties==
Anonieme gebruiker