Voltmeter: verschil tussen versies

121 bytes toegevoegd ,  9 jaar geleden
ohm per volt
k (-interwiki)
(ohm per volt)
Een traditionele [[analoog|analoge]] voltmeter maakt gebruik van een [[weekijzermeter]] of een [[draaispoelmeter]] volgens het principe van de galvanometer. De draaispoelmeter meet de stroom door een klein [[spoel]]tje met heel veel windingen dat in het veld van een [[permanente magneet]] kan draaien. De draaiing wordt door veertjes tegengewerkt en een wijzer maakt aflezing van de draaiing mogelijk. De constructie is zodanig dat de draaiing recht evenredig is met de stroom door het spoeltje.
 
Een voltmeter wordt parallel geschakeld met het object waarover de spanning wordt gemeten. Een ideale voltmeter beïnvloedt het circuit waaraan gemeten wordt niet. Hiervoor moet de inwendige weerstand van de voltmeter [[oneindig]] hoog zijn, waarmee de door de meting onttrokken stroom nul blijft. [[Elektrostatische voltmeter]]s voldoen hieraan, hoewel ook zij een zekere hoeveelheid lading aan het te meten circuit onttrekken. Simpele (analoge of digitale) voltmeters hebben een eindige inwendige weerstand en belasten het te meten circuit enigszins.
 
Simpele (analoge of digitale) voltmeters hebben een eindige inwendige weerstand en belasten het te meten circuit enigszins. Deze weerstand is evenredig met het meetbereik waarop de meter is ngesteld en wordt dan ook gemeten in ''ohm per volt''
 
Door de toepassing van elektronische schakelingen zoals [[operationele versterker]]s en dergelijke in moderne [[digitaal|digitale]] of [[analoog|analoge]] voltmeters kan de inwendige weerstand van deze apparaten in de orde van grootte van megaohms of zelfs gigaohms komen te liggen, waarmee zij het ideaal aardig benaderen. Voor de opkomst van de halfgeleiders werd een [[buisvoltmeter]] gebruikt. Ook deze meter had een zeer hoge inwendige weerstand waardoor de beïnvloeding van de te meten schakeling tot een minimum kon worden beperkt.