Erwin Schrödinger: verschil tussen versies

24 bytes verwijderd ,  7 jaar geleden
k
stijl; spelling
k (stijl; spelling)
| portaal = Natuurkunde
}}
'''Erwin Rudolf Josef Alexander Schrödinger''' ([[Wenen]], [[12 augustus]] [[1887]] – aldaar, [[4 januari]] [[1961]]) was een [[Oostenrijk]]s [[natuurkundige]] die beroemd werd door zijn bijdragen aan de [[kwantummechanica]] en in het bijzonder de [[Schrödingervergelijking]] waarwaarvoor hij in 1933 de [[Nobelprijs]] voor kreeg.
 
Schrödinger is ook bekend van "[[Schrödingers kat]]", een [[gedachte-experiment]] uit 1935 omtrent het begrip [[superpositie (natuurkunde)#Kwantummechanica|superpositie]] in de kwantummechanica.
 
== Biografie ==
Erwin Schrödinger werd in Wenen geboren als enig kind van het middenklasse-echtpaar Rudolf en Georgine Schrödinger. ErwinHij genoot privéonderwijs tot zijn elfde jaar. In 1898 studeerde hij aan het [[Akademisches Gymnasium]]. Als jongen hield hij van Duitse poëzie en excelleerde in vele vakken. In 1906 ging hij naar de [[universiteitUniversiteit van Wenen|universiteit]] waar hij in 1910 zijn doctoraal in de [[natuurkunde]] behaalde.
 
Aan de universiteit werd hij sterk beïnvloed door [[Friedrich Hasenöhrl]], een briljante fysicus die werd gedood tijdens de [[Eerste Wereldoorlog]] zou omkomen. Tijdens zijn Nobeltoespraak merkte Schrödinger op dat indien Hasenöhrl niet was gesneuveld, niet hij maar Hasenöhrl in Stockholm zou wordenzijn geëerd. In 1911 werd hij de assistent van hoogleraar [[Franz-Serafin Exner]] (1849-1936).
 
=== Middelste jaren ===
In 1914 verkreeg Schrödinger zijn [[habilitatie]]. Tussen 1914 en 1918 nam hij deel aan de Eerste Wereldoorlog als officier bij de Oostenrijkse artillerie aan het Italiaanse front. Op 6 april 1920 trad hij in het huwelijk met Annemarie "Anny" Bertel (1896-1965), die hij reeds voor de oorlog had ontmoet. Nog datzelfde jaar werd hij de assistent van [[Max Wien]] aan de [[universiteitUniversiteit van Jena]], en in september 1920 verkreeg hij de positie van buitengewoon hoogleraarschap theoretische natuurkunde in [[Stuttgart]]. In 1921 werd hij benoemd tot gewoon hoogleraar aan de [[universiteitUniversiteit van Breslau]].
 
In de herfst van 1921 vertrok hij naar de [[universiteitUniversiteit van Zürich]] waar hij de leerstoel theoretische natuurkunde overnam van [[Max von Laue]]. De zes jaar die hij aan Zürich verbleef waren waarschijnlijk de productiefste van zijn wetenschappelijke carrière. In januari 1926 publiceerde Schrödinger in de ''Annalen der Physik'' het artikel ''Quantisierung als Eigenwertproblem'' over de golfmechanica en wat tegenwoordig bekendstaat als de Schrödingervergelijking – een van de beroemdste vergelijkingen uit de [[kwantummechanica]].
 
In 1927 volgde hij [[Max Planck]] op als hoogleraar aan de [[Humboldtuniversiteit|Friedrich Wilhelm-universiteit]] in Berlijn. Omdat hij hekel had aan het antisemitisme van de nazi's besloot Schrödinger in 1933 uit eigen beweging in ballingschap te gaan en Duitsland te verlaten. Via [[Frederick Lindemann]] kwam hij terecht op het ''Magdalen College'' van de [[universiteitUniversiteit van Oxford]]. Kort na zijn aankomst ontving hij, samen met [[Paul Dirac]], de [[Nobelprijs voor de Natuurkunde]].
 
Zijn baan aan Oxford liep stroef; vooral zijn onconventionele levensstijl (zijn open relatie met twee vrouwen) werd niet door iedereen aanvaard. In 1934 gaf Schrödinger aan de [[Princeton-universiteit]] lezingen; hij kreeg er zelfs een vaste aanstelling aangeboden maar nam deze na lang uitstel uiteindelijk toch niet aan. Daarentegen keerde hij terug naar zijn geboorteland Oostenrijk waar hij in 1936 hoogleraar natuurkunde werd aan de [[universiteitUniversiteit van Graz]].
 
=== Latere jaren ===
De ''[[Anschluss]]'' van Oostenrijk bij nazi-Duitsland in 1938 leverde voor Schrödinger meteen problemen op vanwege zijn eerdere vertrek uit Duitsland vijf jaar daarvoor, en watdat door de Duitse autoriteiten was opgevat als een onvriendelijke daad. Kort daarna lukte het hem om naar Italië te vluchten, van waar hij doorreisde naar Oxford en later naar de [[universiteitUniversiteit van Gent]]. Aan die universiteit kreeg hij in [[1939]] een [[eredoctoraat]] toegekend.
 
Na een kort verblijf in Gent vertrok hij naar Ierland, om te helpen bij de opbouw van het ''[[Dublin Institute for Advanced Studies]] in [[Dublin]]. Dit instituut moest de Europese tegenhanger gaan worden van het Amerikaanse ''[[Institute (DIAS)for Advanced Study]]'' in [[DublinPrinceton (New Jersey)|Princeton]]. Op voorspraak van de Ierse premier [[Éamon de Valera]], een voormalig wiskundedocent, werd hijSchrödinger benoemd tot directeur van de school voor theoretische natuurkunde, een functie die speciaal voor hem werd ingesteld. Het instituut moest de Europese tegenhanger gaan worden van het Amerikaanse ''[[Institute for Advanced Study]]'' in [[Princeton (New Jersey)|Princeton]]. Hij bleef in Dublin tot aan zijn pensionering in 1955. Hierop keerde hij als hoogleraar terug naar Wenen waar hij op 73-jarige leeftijd zou overlijden aan de gevolgen van [[tuberculose]].
 
== Golfmechanica ==
De basis van zijn [[golfvergelijking]] ontstond in 1925, toen Schrödinger zich tijdens de kerstvakantie in 1925 met 'een Weense vriendin' zich had teruggetrokken in het Zwitserse skioord [[Arosa (Zwitserland)|Arosa]]. Zijn beschouwingen kwamen voort uit een verhandeling over het zogenaamde [[golf-deeltjesdualisme]] van de jonge Franse student [[Louis-Victor de Broglie]], waarop [[Albert Einstein]] hem opmerkzaam had gemaakt. De [[hypothese van De Broglie]] zette hij om in een [[wiskunde|wiskundige]] vergelijking, de naar hem vernoemde [[Schrödingervergelijking]]. Op 27 januari publiceerde hij in ''Annalen der Physik'' het eerste deel van het vierdelige artikel met de titel "kwantisering als probleem van eigenwaarden", waarin hij het concept van de [[golfmechanica]] vastlegde.<ref>{{Citeer journal
|author=E. Schrödinger
|year=1926
 
== Persoonlijke leven ==
Schrödinger had een lang, gelukkig en zeer open huwelijk met zijn echtgenote Annemarie Bertel, de dochter van een gerespecteerd chemicus. Hij hield nauwgezet een dagboek bij met analyses, namen en data over zijn talrijke seksuele escapades, waaronder een tienermeisje dat hij had verleid en bezwangerd terwijl hij in dienst was als haar wiskundeleraar. Hoewel zijn eigen huwelijk kinderloos bleef had hij buitenechtelijke kinderen bij tenminste drie van zijn maîtresses. Een van hen was Ruth Georgie Erica, de op 30 mei 1934 in Oxford geboren dochter van hem en Hilde March. Hilda was de vrouw van zijn collega [[Arthur March]], die op zijn beurt een minnaar was van Schrödingers vrouw Annemarie.
 
== Bibliografie ==
53.216

bewerkingen