Trekschuit: verschil tussen versies

7 bytes toegevoegd ,  8 jaar geleden
geen bewerkingssamenvatting
Geen bewerkingssamenvatting
Geen bewerkingssamenvatting
Het schip wordt getrokken door de [[snikjong]] ook genaamd [[jagertje]]. Dit trekken wordt [[jagen (schip)|jagen]] genoemd. Het pad waarlangs de jager loopt heet [[jaagpad]]. De lijn werd aan scheepszijde veelal op enige hoogte aan een mast vastgemaakt zodat deze over bosschages en dergelijke heen liep. Op scherpe hoeken en kruisingen van vaarten en dergelijke stonden [[rolpaal (paal)|rolpalen]] waar buiten langs de lijn werd geleid om te voorkomen dat het schip daar de kant in werd getrokken.<ref>Frans Prins e.a.: Punterbouw Schreur, 11 generaties punterbouwers. Giethoorn 2008, blz. 77</ref>
 
Er werden voor de trekvaart speciale scheepstypen gebruikt. Deze moesten vrij licht zijn om zo toch enige snelheid te kunnen maken. Ze werden veelal getrokken door een paard in draf en haalden naar schatting een snelheid van zeven kilometer per uur. Uit tekeningen uit de 17e eeuw blijkt dat trekschuiten vaak rechte vallende stevens hadden. In Groningen en Zuid-Holland werd de [[snebbeschuit]] hiervoor veel gebruikt. In Noord-Holland werden trekschuiten veelal als [[tjalkKaag (schip)|kaag]] aangeduid. In 1621 stelt het Groninger stadsbestuur ronde voorstevens verplicht, waardoor de [[spitse praam]] ontstond. Een scheepstype dat zeer veel voor trekvaart is gebruikt, is de [[snik]]. In 1645 worden de snikkeschippers voor het eerst genoemd, namelijk in [[Leeuwarden (stad)|Leeuwarden]].<ref>G. J. Schutten: Verdwenen Schepen, de houten beroepsvaartuigen, vrachtvaarders en vissersschepen van de Lage Landen, Zutphen 2007, ISBN 9789057304866 , blz. 168</ref>
 
==Zie ook==