Zinskern: verschil tussen versies

480 bytes toegevoegd ,  8 jaar geleden
→‎Voorbeeld: uitleg en voorbeeld toegevoegd
k
(→‎Voorbeeld: uitleg en voorbeeld toegevoegd)
De '''zinskern''' is in de traditionele [[zinsontleding]] de benaming voor de grammaticale basis van de [[zin]], die uit het [[onderwerp (zinsdeel)|onderwerp]] en het volledige [[gezegde (taalkunde)|gezegde]] bestaat. In een deel van de gevallen bestaat zij uit het onderwerp en alleen de [[persoonsvorm]]. Een persoonsvorm is immers altijd vereist, maar vaak is deze binnen de zin niet het [[hoofdwerkwoord]]. In die gevallen vormt het hele gezegde samen met het onderwerp de kern.<ref> Functioneel-syntactisch is de zin volgens de [[ANS]] in het algemeen te karakteriseren als 'een verbinding van een onderwerp (subject) en ten minste een gezegde (predikaat)'.</ref>. Alle met de persoonsvorm samenhangende werkwoordelijke vormen (de zogeheten [[werkwoordelijke rest]] van het gezegde) moeten tot de zinskern worden gerekend. Bij een [[naamwoordelijk gezegde]] hoort daar ook het [[naamwoordelijk deel van het gezegde]] bij.<br> Volgens meer moderne inzichten is dit echter ook vaak het geval met bepaalde andere [[niet-werkwoordelijke rest]]en, die onmisbare aanvullingen zijn. Kenmerkend voor de zinskern is dat deze combinatie in principe al een zelfstandige zin kan vormen, in tegenstelling tot de voorwerpen en de bepalingen, de zogeheten [[satelliet (taalkunde)|satellieten]].
 
==VoorbeeldVoorbeelden==
*''Ik'' (onderwerp) ''ben'' (persoonsvorm) [gisteren][erg][lang] <vrije, niet noodzakelijke toevoegingen> ''in die winkel geweest'' <werkwoordelijke rest + noodzakelijke niet-werkwoordelijke aanvulling>.
 
In deze zin vormen ''Ik ben'' of ''Ik ben geweest'' niet de complete zinskern, want daar is dan minstens nog wel een zekere plaatsbepaling bij nodig (bijvoorbeeld ''er''). Zonder die plaatsbepaling kan ''Ik ben'' of ''Ik ben geweest'' ook wel zelfstandig gebruikt worden, maar krijgt deze zin een heel andere betekenis ('Ik ben aan de beurt [geweest]'}. In dit laatste geval zou ''aan de beurt'' weer wel een noodzakelijke (niet-werkwoordelijke) aanvulling zijn. Andere elementen ([gisteren], [erg] [lang]) kunnen daarentegen wel weggelaten worden.
 
*''Vader'' (onderwerp) ''heeft'' (persoonsvorm) ''moeder'' (meewerkend voorwerp) voor haar verjaardag <vrije, niet noodzakelijke toevoeging> ''prachtige bloemen'' (lijdend voorwerp) ''gegeven'' (werkwoordelijke rest).
In dit verband onderscheidt men werkwoorden die 1, 2, of 3 vaste aanvullingen kennen. Men spreekt dan van 1-, 2-, of 3-plaatsige werkwoorden.
 
Zogeheten [[transitief werkwoord|transitieve werkwoorden]] hebben in de zinskern niet alleen plaats voor een onderwerp, maar ook voor een [[lijdend voorwerp]]. Sommige transitieve werkwoorden hebben in de zinskern ook plaats voor een [[meewerkend voorwerp]]. In dit verband onderscheidt men werkwoorden die 1, 2, of 3 vaste aanvullingen kennen. Men spreekt dan van 1-, 2-, of 3-plaatsige werkwoorden.
 
== Verwante begrippen ==
Wanneer de zinskern niet reeds als zelfstandige zin dienst doet, vormt hij een [[constituent (taalkunde)|constituent]] binnen de zin als geheel.
19.647

bewerkingen