Eifelaquaduct: verschil tussen versies

69 bytes toegevoegd ,  7 jaar geleden
 
===Verloop===
Het Eifelaquaduct had zijn oorsprong in de omgeving van [[Nettersheim]] in de [[vallei]] van de [[Urft (rivier)|Urft]] bij de [[Grüner Pütz]], waar zij het water uit een [[bron (water)|bron]] opnam. Als puur [[zwaartekracht]]aquaduct moest met zo goed mogelijk gebruik maken van het natuurlijk [[verval (watergang)|verval]]. Men volgde het dal van de Urft tot [[Kall (Duitsland)|Kall]] om daar de [[waterscheiding]] tussen [[Maas]] en [[Rijn]] te overwinnen. De toenmalige Romeinse [[weg- en waterbouw|ingenieur]]s hadden hier in het terrein een plaats geïdentificeerd, waar men deze waterscheiding kon overwinnen zonder gebruik te hoeven maken van [[tunnel]]s of [[pijpleiding]]en. Aansluitend verliep het traject parallel aan de noordelijke hellingen van de [[Eifel]]. De [[Erft]] werd bij [[Kreuzweingarten|Euskirchen-Kreuzweingarten]] overgestoken en tussen [[Rheinbach]] en [[Meckenheim (Noordrijn-Westfalen)|Meckenheim]] stak het Eifelaquaduct de [[Swist]] over door middel van een bakstenen [[boogbrug]]. Daarna passeerde het aquaduct in de [[Kottenforst]] bij [[Buschhoven]], ten noordwesten van [[Bonn]], de hoogten van het [[Vorgebirge]]. Deze hindernissen eenmaal genomen liep het aquaduct via [[Brühl (Rijnland)|Brühl]] en [[Hürth]] naar Keulen. In zoverre de onderweg aangetroffen bronnen voldeden aan de eisen die de Romeinse aan [[waterkwaliteit]] en kwantiteit stelden, werden deze bronnen op het aquaduct aangesloten.
 
==Kwaliteitseisen die de Romeinen aan de waterkwaliteit stelden==
[[Bestand:eifelwasserleitung05.jpg|thumb|[[Kalkaanslag]] op een deel van het Eifelaquaduct bij [[Kreuzweingarten|Euskirchen-Kreuzweingarten]]]]
De mensen in het [[Romeinse rijk]] gaven de voorkeur aan [[drinkwater]] met een hoge [[waterhardheid|hardheid]]. Dergelijk water heeft een vollere smaak als flauw smakend zacht water; het heeft echter ook de neiging tot [[kalkaanslag]] in de transportleidingen. Dergelijke [[kalkaanslag|kalkafzetting]]en zetten zich als een dikke laag af op alle delen van de transportleiding. Deze afzettingen zorgden er binnen het stedelijke [[lood (element)|loden]] [[waterleiding]]netwerk er overigens wel voor dat dit [[giftig]]e [[zware metalen|zware metaal]] niet in het drinkwater kon geraken. Het Eifelaquaduct werd ook door dergelijke afzettingen gekenmerkt, die op sommige plaatsen wel een dikte van 20 cm kon bereiken. Ondanks de vernauwing van de [[synchronisch versus diachronisch|dwarsdoorsnede]] door deze kalkafzettingen kon de leiding probleemloos de noodzakelijke capaciteit voor het watertransport beschikbaar blijven stellen. De kalkafzettingen zelf waren in latere jaren een populaire bron als [[bouwmateriaal|bouwmaterialen]].
 
Een methode om potentiële drinkwaterbronnen te testen vermeldt de Romeinse [[architect]] en auteur [[Vitruvius (architect)|Vitruvius]]:
31.884

bewerkingen