Geld: verschil tussen versies

2 bytes toegevoegd ,  8 jaar geleden
geen bewerkingssamenvatting
k (Robot: la:Pecunia is een etalage-artikel)
Geld is ontstaan als [[commodity]]geld, maar bijna alle hedendaagse geldsystemen zijn gebaseerd op [[fiduciair geld]]. Fiduciair geld heeft geen intrinsieke [[gebruikswaarde]] als een fysieke goed en ontleent haar waarde louter en alleen aan het feit dat een overheid dit geld als een [[wettig betaalmiddel]] aanduidt; dat wil zeggen dat dit geld moet worden geaccepteerd als een vorm van betaling binnen de grenzen van het land, voor "alle schulden, zowel publieke- als private".
 
De [[geldhoeveelheid]] van een land bestaat uit [[chartaal geld]] (bankbiljetten en munten) en direct [[opvraagbare depositorekening]]en of 'bankgeld' (de balans in [[betaalrekening|betaal-]] en [[spaarrekening]]en). Deze direct [[opvraagbare depositorekening]]en zijn bijna altijd veel groter dan de hoeveelheid chartaal geld. [[Bankgeld]] is niet tastbaar en bestaat alleen in de vorm van verschillende bankrecords. Ondanks het feit dat bankgeld niet tastbaar en immaterieel is, voert bankgeld nog steeds de basisfuncties van geld uit, (aangezien bankgeld algemeen als een vorm van betaling wordt aanvaard).
 
== De rol van geld ==
{{Zie hoofdartikel|ruilhandel}}
In de [[oudheid]] werd handel gedreven doordat goederen en diensten rechtstreeks uitgewisseld werden in een verhouding die onderling overeengekomen werd. Men kon bijvoorbeeld een brood ruilen voor vijf eieren. [[Ruilhandel]] heeft drie grote nadelen:
* Er is niet altijd een wederzijds verlangen. Als er een tijd weinig behoefte is aan ei, heeft de boer een probleem.
* Veel producten zijn bederfelijk. Iemand kon niet sparen door veel brood op te sparen.
* Het is moeilijk om producten op waarde te schatten. Eén brood is vijf eieren waard, maar het moet ook een maatstaf hebben voor vlees, melk, enzovoorts.
 
=== Goederengeld ===
 
Om geschikt te zijn als goederengeld moest een product aan de volgende voorwaarden voldoen:
* '''Niet gevoelig voor inflatie''' (moeilijk te vermeerderen of na te maken),
* '''Waardevast''' (niet bederfelijk),
* '''Hoge waarde per gewichtseenheid''' om transport te vergemakkelijken.
 
In het Romeinse Rijk was zout een product dat moeilijk te winnen was. Daardoor was het een waardevol en waardevast product, en dus geschikt voor gebruik als goederengeld. De soldaten van het Romeinse leger werden betaald met zoutstaven, ''Salarium'' genoemd. Het huidige woord ''[[salaris]]'' is daar van afgeleid.
 
Bankkapitaal wordt dus geschapen door leningen aan te gaan bij een bank. Als alle bankschulden zouden worden afbetaald, zou er ook geen geld meer in omloop zijn. Alle bankschulden zijn rentedragend. Daarom spreken we van rentedragend geld. Een bank kan niet eindeloos veel geld scheppen. Dat zou tot massale inflatie leiden, door een
[[aanbod (economie)|overaanbod]] aan kapitaal. Bovendien zou de kans bestaan dat een bank onvoldoende contant (chartaal) geld in huis heeft om in alle verzoeken om contant geld te voorzien. Als dat gebeurt, is een bank failliet. Als veel eigenaren hypotheken niet kunnen betalen, kan een bank dwingen tot verkoop van een huis. Vaak heeft de bank met verlies een huis verkocht.
 
De hoeveelheid geld die een bank kan scheppen is afhankelijk van de grenzen die de [[Europese Centrale Bank]] stelt. Deze stuurt op inflatie alleen. Het bankwezen kan dus net zoveel geld scheppen als zij van de ECB mag, die zich op haar beurt laat beperken door de inflatoire ontwikkeling van de euro. Dit is het geheim van hoe de nationale valuta in onze tijd worden geschapen.
56

bewerkingen