Katholieken: verschil tussen versies

18 bytes verwijderd ,  8 jaar geleden
geen bewerkingssamenvatting
k (wijziging op verzoek, zie Wikipedia:Verzoekpagina voor bots met AWB)
Tot 1795 konden katholieken geen openbare functies bekleden. De [[Grondwet]] van 1813 legden de tijdens de [[Bataafse Republiek|Frans-Bataafse Tijd]] verworven rechten voor katholieken weliswaar vast, maar feitelijk bleef er op veel terreinen sprake van een achterstelling. Zo was de ambtelijke top en militaire top vrijwel geheel [[protestant]]s. Tot ver in de [[twintigste eeuw]] zou er bij grote groepen protestanten sprake zijn van een anti-katholieke houding (anti-papisme), omdat Nederland door hen als een protestants land werd beschouwd.
 
Een belangrijk deel van de katholieke politici (maar niet alle!) sloot zich rond 1840 aan bij de liberalen. Liberalen en katholieken streefden naar democratische hervormingen. Dit verbond leidde er in 1848 mede toe dat het toezicht van de koning op de katholieke kerk ([[recht van placet]]) werd afgeschaft.
 
Dat de emancipatie van de katholieken nog niet voltooid was, bleek al in 1853 toen de [[paus]] besloot voor het eerst sinds de 16e eeuw weer [[bisschop]]pen in [[Nederland]] te benoemen. Het liberale [[kabinet-Thorbecke I]] verzette zich daar op grond van de liberale Grondwet van 1848 niet tegen, maar in protestantse kring ontstond hierover veel beroering. Zij deden een beroep op de protestantse koning. Deze [[Aprilbeweging]] leidde zelfs tot de val van het kabinet. Het pauselijke besluit bleef daarna overigens gehandhaafd.
Anonieme gebruiker