Nadja (roman): verschil tussen versies

1 byte verwijderd ,  8 jaar geleden
k (welke→die; sp)
 
==== Derde deel ====
Het derde deel van ''Nadja'' is pas in 1963 door André Breton aan de roman toegevoegd en heeft vooral het karakter van een soort reflectief nawoord. De verteller André constateert dat er in zijn relatie met Nadja een soort diepte in hun verstandhouding moet zijn geweest die het bewuste en rationele heeft overstegenontstegen: vanuit een soort wakende logica herinnert hij zich Nadja als een ‘gedroomde ervaring van de werkelijkheid zelf’. Zo is hij uiteindelijk een korte periode geraakt tot kort bij het onmogelijke, het unieke, het mysterieuze, het enerverende, kortom: het essentiële: ''“Wat zou ik zonder jou beginnen met die liefde voor het geniale die ik altijd in me heb gevoeld, in naam waarvan ik hier en daar enkele herkenningen heb kunnen beproeven? Het geniale: ik verbeeld me te weten waar het is, bijna waarin het bestaat en ik meende dat het in staat was alle grote hartstochten aan zich te binden. Ik geloof blindelings aan het geniale van jou”.'' Tegelijkertijd constateert hij bij Nadja ook een soort van ondoordringbaarheid en soort ‘gesluierde absentie’: uiteindelijk kom je hoogstens, heel even, heel dicht bij.
 
De roman eindigt met de gevleugelde woorden: ''“De schoonheid zal convulsief zijn, of zij zal niet zijn”.''
Anonieme gebruiker