Lodewijk II van Bourbon-Condé: verschil tussen versies

k
geen bewerkingssamenvatting
k
k
]]-->
 
De [[FrançoisFrans Henrivan deMontmorency Montmorency(1628-Bouteville1695)|Maarschalk de Luxembourg]], die tot genoegen van zijn manschappen kastelen langs de Vecht liet plunderen, had eind 1672 schoon genoeg van zijn verblijf in de ondergelopen polders. Condé, lijdend aan [[jicht|podagra]], nam tegen zijn zin het bevel weer over. De [[François-Michel le Tellier, Marquis de Louvois|Markies van Louvois]] gaf hem de opdracht wreed en onbarmhartig te zijn en zoveel mogelijk in brand te steken.<ref>Panhuysen, L. van (2009) Het Rampjaar, p. 285-286.</ref>
 
De [[Prins van Condé]] had tijdelijk het kasteel bij [[Amerongen]] betrokken, verlaten door [[Margaretha Turnor]] en vervolgens het huis van oud-burgemeester [[Johan van Nellesteyn]] aan het [[Janskerkhof]] in Utrecht.<ref>Bruin, R. de & A. Pietersma. Op geborduurde kussens. De familie Martens in politiek en bestuur. In: Erfgenamen aan het Janskerkhof. De familie Martens in Utrecht, 1628-1972. Jaarboek Oud-Utrecht 2002, p. 49.</ref> De stad Utrecht is aan de vijand ten prooi gegeven. Op 1 juni 1673 (?) trok de [[Johannes van Neercassel|bisschop van Neercassel]] door de stad in processie. Een aanval op [[Nieuwersluis]] door [[Hendrik III Julius van Bourbon-Condé]], zijn zoon, mislukte. Het leger trok verder naar [[Naarden]].
* [[Franciscus van den Enden]] steunde hem tijdens de Fronde en [[Isaac la Peyrère]] was de secretaris van Condé.
* Tijdens zijn laatste strijd zit Condé ruim 26 uur in het zadel, zijn voeten in slippers vanwege de pijn en zwellingen van jicht. Hij stijgt alleen drie keer af omdat zijn strijdros tot drie keer toe onder hem vandaan wordt geschoten.
* Na zijn overlijden liet de [[Frans van Montmorency (1628-1695)|François Henri de Montmorency-Bouteville]] een bronze en een terracotta buste, en een volledig standbeeld van marmer van Condé maken door [[Antoine Coysevox]].<ref>De bronze buste bevindt zich momenteel in het [[Louvre]], de terracotta buste en het standbeeld staan in of bij het Kasteel Chantilly (resp. in de bibliotheek en buiten).</ref>
* [[Frederik II van Pruisen]], noemde zijn lievelingspaard, een witgrijze schimmel, De Grote Condé.
 
181.146

bewerkingen