Schroefdraad: verschil tussen versies

1 byte toegevoegd ,  9 jaar geleden
 
Bij het aandraaien van een moer dwingt men als het ware de moer tegen de flauwe helling van de spoed van de schroefdraad op. Deze "hellings-"hoek wordt de spoedhoek genoemd. (Voorbeeld: bij een metrische schroefdraad M6is de spoed 1 mm per omwenteling; de spoedhoek is ca. 3 graden.) Het op een moer uitgeoefende koppel resulteert in een aandraaikracht ''F''<sub>k</sub> ter plaatse van de schroefdraad. In het geval van een vrijwel wrijvingsloze schroefdraad veroorzaakt de schroefdraad een kracht ''F''<sub>l</sub> loodrecht op de schroefdraad. ''F''<sub>l</sub> kan worden ontbonden in een spankracht ''F''<sub>b</sub> in de bout (wat meestal het doel zal zijn) en een kracht ''F''<sub>r</sub> die de moersleutel tegenwerkt. Kracht ''F''<sub>b</sub> wordt relatief groter bij een kleinere spoedhoek α; ''F''<sub>b</sub> is omgekeerd evenredig met de tangens van hoek α. Met een gemiddelde schroefdraadverbinding wordt een krachtvermenigvuldiging met een factor 20 of 30 gerealiseerd. In praktisch alle gevallen zal de moersleutel tevens aanzienlijke tegenwerking ondervinden door wrijving van de langs elkaar wrijvende vlakken van de schroefdraad van bout en moer. Dit is nadelig voor het aandraaien van een schroefdraadverbinding, maar het is er tevens de oorzaak van, dat een moer niet los gaat wanneer het koppel van de sleutel wordt verwijderd. Een fijne schroefdraad met kleine spoed loopt grosso modo een kleinere kans om los te gaan dan een grove draad met een grote spoed.
Omdat de totale krachtversterking evenredig is met het product van ''L''/''d'' (moersleutel) en van 1/(tangens α)(van de schroefdraadspoed), kan de trekkracht op een bout gemakkelijk worden onderschat. De schroefdraad kan dan tot over de vloeigrens worden belast, waardoor er blijvende vervorming of breuk optreedt..
 
==Toepassing==
Anonieme gebruiker