Handrij Zejler: verschil tussen versies

1.392 bytes toegevoegd ,  15 jaar geleden
geen bewerkingssamenvatting
(link)
'''Handrij Zejler''' (° [[1 februari]] [[1804]], [[Bautzen|Bautzen-Salzenforst]] (Oppersorbisch: ''Budyšin-Słona Boršć'') - † [[15 oktober]] [[1872]], [[Lohsa]] (Oppersorbisch: ''Łaz'')) was een [[Sorbischsorbisch|Oppersorbisch]] schrijver en dichter en geldt als grondlegger van de moderne Sorbische poëzie.
 
na het gymnasium in Bautzen studeerde Zejler tussen 1825 en 1829 theologie in Leipzig (''Lipsk''). Hier werd hij een van de leidende figuren van "Sorabija", de Sorbische studentenvereniging. De vereniging gaf onder leiding van Handrij Zejhler ook het tijdschrift "Serbska Nowina" uit, waarin Sorbische taal- en volkskundige onderwerpen aan bod kwamen. Beïnvloed door de slavische Romantiek schreef hij vele gedichten, die later ingang vonden in de volkscultuur. Een klein deel van zijn werk schreef Zejler in het Duits, het Sorbischtalige werk is inmiddels door [[Jurij Brězan]] en anderen naar het Duits vertaald. Handrij Zejler keerde na zijn studie weer terug naar de [[Lausitz]] om er in 1835 geestelijke te worden. Zijn hele leven zou hij werkzaam zijn in [[Lohsa]] (Łaz).
 
Vanaf 1842 tot 1848 was Zejler redacteur van het Sorbische weekblad "Tydzenska Nowina". In 1847 richtte hij de ''Maćica Serbska'' (Nedersorbisch: ''Maśica Serbska'') op, dat de centrale organisatie werd voor de opleving van de Sorbische cultuur. Hierin was Zejler samen met [[Jan Smoler|Jan Arnošt Smoler]], [[Jaroměr Imiš|Jaroměr Hendrich Imiš]] en [[Korla Kocor|Korla Awgust Kocor]] de centrale figuur.
 
Handrij Zejler schreef de Oppersorbische tekst voor het Sorbische volkslied "[[Rjana Łužica]]". In het Nedersorbisch is de titel "Rědna Łužyca".
 
 
{{wiu2}}
[[categorie:Sorbisch schrijver|Zejler]]
[[de:Handrij Zejler]]
13.691

bewerkingen