Katholieke Kerk in Tsjechië: verschil tussen versies

986 bytes toegevoegd ,  9 jaar geleden
geen bewerkingssamenvatting
De meerderheid van de bevolking is katholiek. Een klein deel van de katholieken behoort tot het Byzantijnse [[Apostolisch Exarchaat van de Tsjechische Republiek|Apostolisch Exarchaat]].
 
Van 1949 tot 1990 stonden alle kerkelijke organisaties onder controle van het communistisch regime, dat ook de salarissen van de geestelijken betaalde. In 1990de isjaren 1950 en het begin van de jaren 1960 was de verhouding tussen de Kerk officieelen de communistische staat zeer slecht. De primaat van Tsjechoslowakije, Mgr. Beran, had tot 1965 huisarrest en werd ontheven van zijn taak als aartsbisschop (hij werd vervangen door een [[apostolisch administrator]]). Het aantal kerken liep terug van 10473 in 1948 tot 3200 in 1967, het aantal priesters van 7040 tot 4700, het aantal bisschoppen van twaalf tot vier (acht diocesen werden bestuurd door priesters, aangesteld door de staat gescheiden).
 
In 1968 werd de [[Grieks-katholieke Kerk]] met ca. 300 000 gelovigen, die in 1950 door een besluit van de burgerlijke overheid bij de [[Orthodoxe Kerk]] van Tsjechoslovakije was ingelijfd, in haar zelfstandigheid en haar bezittingen hersteld.µ
 
Na de val van [[Alexander Dubček|Dubček]] (1969) was de situatie voor de Kerk, speciaal wat betreft de mogelijkheden tot het geven van godsdienstonderricht op de scholen, weer aanzienlijk ongunstiger geworden.
 
In 1990 is de Kerk officieel van de staat gescheiden.
 
In 1920 maakte een deel van de Katholieke Kerk zich los van Rome, waarmee de Tsjechoslowaakse Kerk, een nationale katholieke kerk, ontstond (sinds 1971 [[Tsjechoslowaakse Hussitische Kerk]] geheten).
35.673

bewerkingen