Soera De Koe: verschil tussen versies

71 bytes toegevoegd ,  8 jaar geleden
In afwachting van de juiste bronnen geen selectieve opsomming van ayaat die een willekeurige wikipediaan belangrijk vindt
(In afwachting van de juiste bronnen geen selectieve opsomming van ayaat die een willekeurige wikipediaan belangrijk vindt)
}}
[[Bestand:Qur'anic Manuscript - 4 - Hijazi script.jpg|thumb|right|Oud manuscript met deel van Soera De Koe]]
'''Soera De Koe''' is een [[soera]] uit de [[Koran]].
'''Soera De Koe''' is het tweede en langste hoofdstuk ([[soera]]) van de [[Koran]]. De titel is afkomstig van een passage die begint bij vers 67. Soera De Koe bevat een groot deel van de voorschriften die voor moslims van belang zijn. Een centraal thema van Soera De Koe is dat de islam altijd al het juiste geloof was, en dat Abraham, Mozes en Jezus dat ook aanhingen. Joodse en christelijke noties die daarvan afwijken, inclusief de Bijbelboeken zoals we die nu kennen, zijn daardoor in de islamitische visie onjuist.
 
In de verzen 67-71 van deze soera geeft [[Musa (profeet)|Musa]] zijn volk (de joden) op gezag van [[God (islam)|God]] opdracht een koe te slachten. De soera ontleent zijn naam aan deze passage. Het Koranverhaal doet denken aan een passage in de [[Tenach]], [[Numeri]] 19:1-9. In deze soera stelt het volk echter allerlei vragen, kennelijk met de bedoeling om onder het brengen van het offer uit te komen. Dit is een voorbeeld van veel andere passages in deze soera, waarin het joodse volk op een negatieve manier wordt belicht.
==Inhoud==
Soera De Koe behandelt een groot aantal thema's en neemt een aantal opmerkelijke standpunten in:
* Het boek (de Koran) bevestigt de vroegere geschriften (de [[Bijbel (christendom)|Bijbel]]) (v. 89). Eén van de [[Zuilen van geloof]] is daarom het geloof in [[Islamitische heilige boeken|boeken die in de islam heilig zijn]], waaronder de [[Thora]] en het [[Evangelie]].
* Joden en christenen die de Koran tegenspreken, spreken hun eigen geschriften tegen (v. 140, 146, 175-176);
* niet-moslims (vooral Joden) zijn slecht en verdienen een [[Hel_(mythologie)#Hel_in_de_islam|verschrikkelijke straf]] (v. 275) (met als bijzonderheid dat sommige joden in apen zijn veranderd omdat ze de [[sjabbat]] niet hielden (v. 65));
* Allah heeft onbeperkte macht over alles en iedereen (v. 284);
* verlangen naar de dood is beter dan verlangen naar het leven (v. 94-96);
* het christelijke geloof in Jezus als [[Zoon van God|Gods zoon]] is een dwaling (v. 116);
* Abraham en [[Ismaël]] zijn de stichters van de [[Ka'aba]] in [[Mekka]] (v. 125);
* de gebedsrichting ([[qibla]]) is terecht veranderd van Jeruzalem naar Mekka (v. 142);
* moslims moeten 'vechten', ook als ze daar niet van houden (v. 216);
* drinken en gokken zijn per saldo niet goed (v. 219) (andere Koranpassages zijn afwijzender op dit punt);
* het is een moslimman niet toegestaan te trouwen met een vrouw die geen moslima is (v. 221).
 
'''Soera De Koe''' is het tweede ende langste hoofdstuk ([[soera]]) van de Koran. Soera De Koe bevat veel voorschriften. [[KoranTafsir]]. Debehandelt titeldeze isdikwijls afkomstigtot vanin eengroot passagedetail, diemaar begintvanwege bijde versmoeilijkheidsgraad 67.en Soerahet gebruik van klassiek Arabisch, wordt deze tafsir vaak niet nageslagen<ref>''De KoeKoran bevatin een grootnotendop'', deelRobbert vanWoltering deen voorschriftenMichael dieLeezenberg, voorUitgeverij moslimsBert vanBakker belangAmsterdam, zijn2009, blz. 52-53, ISBN 978 90 351 3049 4</ref>. Een centraal thema van Soerasoera De Koe is dat de islam altijd al het juiste geloof was, en dat Abraham, Mozes en Jezus dat ook aanhingen. Joodse en christelijke noties die daarvan afwijken, inclusief de Bijbelboeken zoals we die nu kennen, zijn daardoor in de islamitische visie onjuist.
Verder bevat deze soera nog een aantal instructies met betrekking tot aspecten van de islam zoals de jaarlijkse bedevaartstocht naar Mekka ([[Hadj]]), het vasten ([[Ramadan]]) en het geven van aalmoezen ([[Zakat]]).
 
Er wordt ingegaan op de verhouding tussen de moslimse gemeenschap en [[jodendom|joden]]. Hierbij wordt [[Ibrahim (profeet)|Ibrahim]] (Abraham) als gemeenschappelijke vader voor beide religies gezien. In deze soera spreekt de Koran ook over Ibrahim als feitelijke stichter van de islam, de onderwerping aan God. Hij en zijn zoon Ismaël worden ook opgevoerd als de stichters van "het Huis", waarvan traditioneel wordt aangenomen dat daarmee het [[Ka'aba|heiligdom]] in [[Mekka]] wordt bedoeld. Tevens geeft deze soera hier verschillende voorschriften aan de moslims. In aya 142-152 komt de wijziging van de [[qibla]] van [[Jeruzalem]] naar Mekka aan bod.
Een twintigtal verzen (v. 222-242) gaat over huwelijk en echtscheiding. Een man mag zijn vrouw tot driemaal toe wegsturen en (onder voorwaarden) tot tweemaal toe terughalen; na de derde keer wegsturen moet de vrouw eerst met een andere man getrouwd zijn voordat de eerste haar weer mag terugnemen. De vrouw heeft bij deze gang van zaken relatief weinig rechten.
 
Verder bevat deze soera nog een aantal instructies met betrekking tot aspecten van de islam, zoals de jaarlijkse bedevaartstocht naar Mekka ([[hadj]]), het vasten ([[Ramadan|saum]]) en het geven van aalmoezen ([[Zakat|zakat]]). Klassieke geleerden telden in de hele Koran 420 verzen met een min of meer juridische inhoud, zoals deze, die niet als zodanig door niet-moslims als juridisch relevant worden gezien.<ref>''De Koran in een notendop'', Robbert Woltering en Michael Leezenberg, Uitgeverij Bert Bakker Amsterdam, 2009, blz. 59, ISBN 978 90 351 3049 4</ref>
Belangrijk zijn de instructies met betrekking tot het gewapenderhand bestrijden ([[jihad]]) van 'ongelovigen' (verzen 190-193). Sommige theologen menen dat het hier alleen over zelfverdediging gaat, anderen grijpen deze verzen juist aan als rechtvaardiging van geweld tegen niet-moslims. In deze verzen (en ook in vers 217) komt het principe naar voren dat het tegengaan van de islam erger zou zijn dan doodslag.
 
Verscheidene passages verwijzen naar Bijbelse geschiedenissen op een manier die suggereert dat het toenmalige publiek deze kende, maar aangepastgecorrigeerd aanvanuit een islamitischeislamitisch zienswijzeperspectief.
 
==DeIslamitische Koeduiding==
Aya 106 is de basis voor [[naskh]], de voorziening die het mogelijk maakt vroegere koranverzen buiten werking te laten stellen door latere.
 
De soera bevat instructies met betrekking tot het gewapenderhand bestrijden ([[jihad]]) van 'ongelovigen' (verzen 190-193). Sommige theologen menen dat het hier alleen over zelfverdediging gaat, anderen grijpen deze verzen juist aan als rechtvaardiging van geweld tegen niet-moslims. In deze verzen (en ook in vers 217) komt het principe naar voren dat het tegengaan van de islam erger zou zijn dan doodslag. Dit is overeenkomstig met het idee uit het Oude Testament dat oorlog niet goed is, maar dat heidenen en polytheïsten desalniettemin gedood moeten worden, zoals gesteld in Deuteronomium 7:2<ref>De Koran, in de vertaling van prof. dr. J.H. Kramer, bewerkt door drs. A. Jaber en dr. J.J.G Jansen, uitgeverij de Arbeiderspers, 2003, blz. 23, noot 4, ISBN 90 295 2550 9</ref>. Tafsir maakt duidelijk dat deze verzen werden geopenbaard in een tijd dat de islam nog klein en zwak was en dus geen eeuwigdurende geldigheid hebben<ref>''Tafsir Ibn Kathir (abridged), volume 1'', a group of scholars under the supervision of shaykh Safiur-Rahman al-Mubarakpuri, Maktaba Dar-us-Salam, Riyadh, second edition July 2003, ISBN 9960-892-71-9 (set), p. 534.</ref>.
In de verzen 67-71 geeft [[Musa (profeet)|Musa]] (Mozes) zijn volk (de joden) op gezag van [[Allah]] opdracht een
koe te slachten. De soera ontleent zijn naam aan deze passage. Het Koranverhaal doet denken aan een passage in de [[Tenach]], [[Numeri]] 19:1-9. In deze soera stelt het volk echter allerlei vragen, kennelijk met de bedoeling om onder het brengen van het offer uit te komen. Dit is een voorbeeld van veel andere passages in deze soera, waarin het joodse volk op een negatieve manier wordt belicht.
 
Een twintigtal verzen (ayaat 221-242) gaat over huwelijk en echtscheiding. Zonder de juiste tafsir worden al snel verkeerde conclusies getrokken; zo is aya 240 [[naskh|ingetrokken]] en zou de indruk kunnen ontstaan dat een vrouw nauwelijks of geen rechten heeft<ref>''Tafsir Ibn Kathir (abridged), volume 1'', a group of scholars under the supervision of shaykh Safiur-Rahman al-Mubarakpuri, Maktaba Dar-us-Salam, Riyadh, second edition July 2003, ISBN 9960-892-71-9 (set), p. 611-679.</ref>.
==Islamitische duiding==
Soera De Koe bevat veel voorschriften. [[Tafsir]] behandelt deze dikwijls tot in groot detail, maar vanwege de moeilijkheidsgraad en het gebruik van klassiek Arabisch, wordt deze tafsir vaak niet nageslagen<ref>''De Koran in een notendop'', Robbert Woltering en Michael Leezenberg, Uitgeverij Bert Bakker Amsterdam, 2009, blz. 52-53, ISBN 978 90 351 3049 4</ref>. Een centraal thema van Soera De Koe is dat de islam altijd al het juiste geloof was, en dat Abraham, Mozes en Jezus dat ook aanhingen.
 
Aya 281 daalde in Mina neer tijdens de afscheidsbedevaart. Van deze aya wordt aangenomen dat het de laatste openbaring was aan Mohammed. Dit is de eerste soera die in [[Medina (Arabië)|Medina]] neerdaalde. Een mogelijke vertaling is als volgt:
::''En vreest een dag, waarop gij teruggevoerd zult worden, naar God, waarna aan iedere ziel, gekweten zal worden, wat zij verworven heeft, zonder dat hun onrecht gedaan wordt.''<ref>De Koran, in de vertaling van prof. dr. J.H. Kramer, bewerkt door drs. A. Jaber en dr. J.J.G Jansen, uitgeverij de Arbeiderspers, 2003, blz. 37, ISBN 90 295 2550 9</ref>
 
Aya 255 wordt ook het [[Troon#Troon in de Koran|Troonvers]] genoemd. Het wordt o.a. in [[amulet]]ten gebruikt. Deze kan vertaald worden als:
Aya 256 wordt vaak aangehaald met betrekking tot de radicale islam, omdat deze aya begint met: ''Er is geen dwang in de godsdienst''<ref name=autogenerated1 />, waarmee de grondslag van fundamentalisten zou worden weggenomen.
 
Aya 281 daalde in Mina neer tijdens de afscheidsbedevaart. Van deze aya wordt aangenomen dat het de laatste openbaring was aan Mohammed. Dit is de eerste soera die in [[Medina (Arabië)|Medina]] neerdaalde. Een mogelijke vertaling is als volgt:
Aya 106 is de basis voor [[naskh]], de voorziening die het mogelijk maakt vroegere koranverzen buiten werking te laten stellen door latere.
::''En vreest een dag, waarop gij teruggevoerd zult worden, naar God, waarna aan iedere ziel, gekweten zal worden, wat zij verworven heeft, zonder dat hun onrecht gedaan wordt.''<ref>De Koran, in de vertaling van prof. dr. J.H. Kramer, bewerkt door drs. A. Jaber en dr. J.J.G Jansen, uitgeverij de Arbeiderspers, 2003, blz. 37, ISBN 90 295 2550 9</ref>
 
== Externe link ==
[[fa:بقره (سوره)]]
[[fi:Al-Baqara]]
[[fr:Al-Baqara]]
[[hi:अल-बक़रा]]
[[id:Surah Al-Baqarah]]
8.564

bewerkingen