Binding (textiel): verschil tussen versies

10 bytes toegevoegd ,  10 jaar geleden
k
Geen bewerkingssamenvatting
== Weefsels ==
Een weefsel bestaat uit kettingdraden, die in de lengterichting lopen en inslagdraden die in de breedterichting lopen. De weverij kent 3 grondbindingen. Alle andere bindingen zijn van deze drie afgeleid. De grondbindingen zijn:
* de plat of [[effen binding]]: [[Schering (textiel)|ketting]] en [[inslag (textiel)|inslag]] liggen beurtelings boven en onder ofwel de ketting weeft 1 op, 1 neer en de tweede kettingdraad weeft het spiegelbeeld. Dit is de binding met het kleinste rapport: 2 kettingdraden breed en twee inslagen hoog. Het weefsel heeft een regelmatig uiterlijk en is zeer stabiel.
* de [[keperbinding]]. Het kenmerk hiervan is een schuine lijn in het weefsel. Het weefsel is soepeler dan een effen weefsel en makkelijker vervormbaar. De ketting van de kleinste keperbinding weeft 1 op, 2 neer en elke volgende draad begint 1 inslag hoger, zodat de bindingspunten elkaar raken. Het rapport is 3 kettingdraden bij 3 inslagen en de voor- en achterkant van het weefsel zijn verschillend.
* de [[satijnbinding]]. Bij deze binding raken de bindingspunten elkaar niet, zodat geen kenmerkende lijn in het weefsel ontstaat. Ook bij deze binding is de voor- en achterkant verschillend en hiervan wordt bij [[jacquard]]- en [[damast (textiel)|damastweven]] gebruik gemaakt. De kleinste satijnbinding is 5 kettingdraden breed en 5 inslagen hoog.
169.402

bewerkingen