Catilinarische redevoeringen: verschil tussen versies

geen bewerkingssamenvatting
Geen bewerkingssamenvatting
Geen bewerkingssamenvatting
Met medewerking van verklikkers slaagde Cicero erin op [[3 december]] de in [[Rome (stad)|Rome]] achtergebleven bondgenoten van Catilina te arresteren. Als verantwoording gaf hij hiervoor zijn '''Derde Catilinarische Rede''' voor de Senaat. Door middel van foltering werd de bekentenis van de medewerkers van Catilina afgedwongen, waarna zij in voorlopige hechtenis werden gehouden.
 
Omdat in de stad het gerucht ging dat de bondgenoten van Catilina hun aangehouden collega's met geweld wilden bevrijden, én omdat Cicero's ambtstermijn er bijna opzat, wilde Cicero geen tijd meer verliezen. Na het aanhoren van de '''Vierde Catilinarische Rede''' sprak de Senaat op 5 december het collectieve doodvonnis uit over alle gearresteerden, die terstond naar de gevangenis werden gebracht en werden gewurgd. Cicero assisteerde persoonlijk bij de executie. Toen hij bij het verlaten van de gevangenis onder de menigte kijklustigen op het forum een aantal medeplichtigen herkende, riep hij triomfantelijk uit : "Vixerunt!" = "Ze zijnhebben er geweestgeleefd!".
 
Maar Catilina zelf was nog steeds in leven. Het regeringsleger werd nu, onder de leiding van de andere consul Antonius, naar Etrurië uitgestuurd om de opstandelingen te bestrijden. In het begin van het jaar 62 kwam het in de buurt van Pistoria tot een "veldslag", waarbij de opstandelingen werden verslagen en Catilina sneuvelde als een held (zelfs zijn aartsvijand Cicero moest toegeven dat hij vocht als een leeuw). In het ouderwetse Latijn van Sallustius lezen we over de verslagenen de woorden advorsis volneribus, wat wil zeggen dat ze niet op de vlucht waren geslagen en recht in de vijandelijke zwaarden waren gelopen.
Anonieme gebruiker