Hoofdmenu openen

Wijzigingen

28 bytes toegevoegd ,  7 jaar geleden
k
geen bewerkingssamenvatting
Hotz wilde als jongen al schrijver worden en schreef vanaf de jaren vijftig verhalen. Hij stuurde die pas in 1974 naar een [[uitgeverij]], [[De Arbeiderspers]]. De verantwoordelijke uitgever [[Theo Sontrop]] wilde ze zonder aarzeling publiceren en nog datzelfde jaar debuteerde hij in [[Maatstaf (tijdschrift)|Maatstaf]] met het verhaal ''De tramrace''. Zijn [[debuut]]bundel ''Dood weermiddel'' werd enthousiast ontvangen en ook voor de bundels die volgden bleef de waardering zeer groot. Alleen zijn enige [[roman (literatuur)|roman]] ''De vertekening'' had minder succes, mogelijk doordat zijn kracht vooral lag in het korte verhaal. In 1998 werd hem de [[P.C. Hooft-prijs]] toegekend voor zijn totale [[oeuvre]]. Op zijn verzoek werd die hem, anders dan gebruikelijk, zonder verdere feestelijkheden uitgereikt op een kleine bijeenkomst bij hem thuis.
 
Het oeuvre bestaat voornamelijk uit verhalen, deels geïnspireerd door de romans van [[J. van Oudshoorn]]. Zij zijn in een zeer sobere, maar precieze stijl geschreven. De sfeer van de verhalen is bepaald niet opgewekt, maar wel rijk aan [[ironie|ironische]] observaties. Vaak zijn ze gesitueerd in een vroegere periode van de twintigste eeuw. Ze worden bevolkt door mannen wie het in hun leven heeft tegengezeten en die staan in een moeizame verhouding tot doorgaans dominante vrouwen. In veel verhalen zijn [[autobiografie|autobiografische]] elementen verwerkt. Volgens [[Maarten 't Hart]], die met hem bevriend was, zou bij een bepaalde rangschikking van die verhalen een soort levensroman van Hotz kunnen worden samengesteld. Opvallend zijn de liefde en de detaillering waarmee voorwerpen, met name [[fortificatie]]s en historische transportmiddelen als de [[stoomtram]] en de [[luchtschip|zeppelin]], worden beschreven.
 
Enkele van zijn verhalen werden nog tijdens zijn leven vertaald in het [[Frans]]. Na zijn dood verscheen ook een [[bloemlezing]] in het [[Duits]].
 
== Persoonlijk ==
Hotz woonde lange tijd aan de Rijnsburgerweg in Leiden en vanaf zijn elfde jaar in [[Oegstgeest]]. Hij trouwde in 1956. Vanaf 1959 woonde het echtpaar aan de [[Mallemolen (Den Haag)|Mallemolen]] in Den Haag. In 1961 werd hun zoon Jeroen geboren. Het huwelijk werd in 1964 ontbonden. Hij keerde toen terug naar hetzelfde huis in Oegstgeest waar hij als kind had gewoond. Tot aan zijn dood woonde hij daar op kamers bij zijn oudere zuster Atie. In die jaren ontwikkelde hij zich door zijn toenemende blindheid en andere gezondheidsproblemen steeds meer tot een teruggetrokken man, die weinig buiten kwam.