Culturele geografie: verschil tussen versies

389 bytes toegevoegd ,  15 jaar geleden
lay-out, wat formuleringen, links, interwiki
k (+cat)
(lay-out, wat formuleringen, links, interwiki)
De '''culturele geografie''' (ook wel '''cultuurgeografie''') wordt tegenwoordig gezien alsis een specialisatie binnen het brede werkveld van de [[sociale geografie]]., Datdie isbijzondere echterwaarde niethecht altijdaan zosociaal-culturele geweestaspecten bij het analyseren en verklaren van ruimtelijke processen. InDeze specialisatie heeft zich in de loop der jaren isontwikkeld uit de culturele cultuur(landschaps)geografie steeds van karakter[[Otto veranderd.Schlüter]] Ween onderscheiden[[Carl achtereenvolgens:Sauer]].
 
*De==Begin cultuur(landschaps)geografie20e vaneeuw: Otto Schlüter==
*De cultuurlandschapsgeografie van Carl Sauer
*De nieuwe culturele geografie (cultuurgeografie)
 
[[Otto Schlüter]] ([[1872]]-[[1952]]) zag het landschap als het centrale object van de geografie. Alles wat daar niet onder valt, bracht hij onder bij de [[politieke geografie]]. Het ging om het zichtbare landschap, dat volgens hem in feite een afspiegeling is van de cultuur van de menselijke groep. Hij maakte een onderscheid tussen '[[cultuurlandschap]]' en '[[natuurlandschap]]', hoewel het onderscheid tussen deze twee typen niet altijd eenvoudig aan te geven is. Mede dank zij het werk van Schlüter ontwikkelde het landschapsbegrip zich tot een van de centrale aandachtspunten in de [[Duitsland|Duitse]] geografie van de eerste helft van de twintigste eeuw.
 
Het landschapsbegrip vond om verschillende redenen een goede voedingsbodem, samenhangend met de toen heersende opvattingen en doelstellingen binnen de geografie. Nadat ook andere wetenschappelijke specialisaties zich met de bestudering van de relatie tussen de mens en de natuur bezig waren gaan houden, vonden geografen in het landschapsbegrip een nieuwe - eigen - houvast. Bovendien paste het landschapsbegrip in het geheel van [[wetenschapsfilosofie|wetenschapsfilosofische]] ideeën van dat moment, toen er veel aandacht was voor [[holisme|holistische]] begrippen als Ganzheit, Totalität, synthese en [[Gestalt]]. Ten slotte bood het landschapsbegrip de mogelijkheid 'historisch-genetisch' bezig te zijn. Dat wil zeggen dat men bij voorkeur probeerde het karakter van een landschap te 'verklaren' door een analyse van de oorsprong en ontwikkeling van dat landschap in de loop der eeuwen. In dit verband is ook de bijdrage van de [[historische geografie]] van belang geweest.
----
 
In het geheel van de cultuurlandschapsgeografie domineerde de bestudering van nederzettingsvormen[[nederzetting]]svormen, (met name de ontstaanswijze), en de wijze waarop het landelijk gebied gebruikt werd. Eerst aan het einde van de jaren dertig van de vorige20e eeuw krijgtkreeg men meer belangstelling voor de functionele aspecten van nederzettingen in relatie tot het omringende verzorgingsgebied. Daar ligtlag de kiem voor een totaal andere benadering van de geografische onderzoeksvragen zoals die vorm kreeg in de [[centrale-plaatsentheorie|theorie van de centrale plaatsen]] van [[Walter Christaller]].
'''De cultuur(landschaps)geografie van Otto Schlüter'''
 
==1925-1970: Berkeley School==
Otto Schlüter (1872-1952) ziet het landschap als het centrale object van de geografie. Alles wat daar niet onder valt, brengt hij onder bij de politieke geografie. Het gaat om het zichtbare landschap, dat eigenlijk een afspiegeling is van de de cultuur van de menselijke groep. Hij maakt een onderscheid tussen cultuurlandschap en natuurlandschap hoewel het onderscheid tussen deze twee typen niet altijd eenvoudig aan te geven is. Mede dank zij het werk van Schlüter ontwikkelde het landschapsbegrip zich tot een van de centrale aandachtspunten in de Duitse geografie van de eerste helft van de twintigste eeuw. Dat het begrip zo’n goede voedingsbodem vond, kan tevens worden toegeschreven aan de heersende opvattingen en doelstellingen binnen de geografie. In het landschapsbegrip vonden geografen weer een eigen houvast omdat de bestudering van de relatie mens-natuur ook door andere wetenschappen werd beoefend. Bovendien paste het landschapsbegrip in het geheel van ideeën binnen de wetenschap waar veel aandacht was voor holistische begrippen (bijvoorbeeld Ganzheit, Totalität, Synthese, [[Gestalt]]). Tenslotte bood het landschapsbegrip de mogelijkheid historisch-genetisch bezig te zijn. Dat wil zeggen dat men bij voorkeur probeerde het karakter van een landschap te ‘verklaren’ door een analyse van oorsprong en ontwikkeling van dat landschap in de loop der eeuwen. In dit verband is natuurlijk ook de bijdrage van de [[historische geografie]] van belang geweest.
In het geheel van de cultuurlandschapsgeografie domineerde de bestudering van nederzettingsvormen (met name de ontstaanswijze) en de wijze waarop het landelijk gebied gebruikt werd. Eerst aan het einde van de jaren dertig van de vorige eeuw krijgt men meer belangstelling voor de functionele aspecten van nederzettingen in relatie tot het omringende verzorgingsgebied. Daar ligt de kiem voor een totaal andere benadering van de geografische onderzoeksvragen zoals die vorm kreeg in de theorie van de centrale plaatsen van [[Walter Christaller]].
 
Niet alleen in Duitsland heeft de cultuurlandschapsgeografie veel bijval gevonden, maar ook in de [[Verenigde Staten]] kreeg ze veel aanhangers. Een belangrijke rol in de ontwikkeling van de landschapsgeografie was hier weggelegd voor [[Carl Ortwin Sauer]] ([[1889]]-[[1975]]) en de AmerikaanseAmerikaan Nederlandervan Nederlandse afkomst [[Jan O.M. Broek]] ([[1904]]-[[1974]]). Sauer vond dat geografen zich moesten concentreren op het landschap. De basis voor zijn visie op de geografie is te vinden in zijn [[oratie]] ''The morphology of landscape'' uit 1925, uitgesproken bij de aanvaarding van zijn aanstelling aan de [[Universiteit van Californië]] in [[Berkeley]].
 
SauerHet vondging dat de geograaf zich moest concentreren op het landschap. De basis voor zijn visie op de geografie is te vinden in ‘The morphology of landscape’uit 1925, zijn intreerede (oratie) bij zijn aanstelling aan de Universiteit van California in Berkeley. HetSauer gaater eromom via een reconstructie van de opeenvolgende fasen van de landschapsontwikkeling inzicht te krijgen in de huidige verschijningsvorm. ZoJan Broek onderzocht Jan O.M. Broekbijvoorbeeld de veranderingen in het landschap van de [[Santa Clara Valley]] vallei in het westen van de Verenigde Staten vanaf de [[kolonisatie]] van dit gebied door de [[Spanje|Spanjaarden]] en [[Mexico|Mexicanen]] aan het einde van de 18e eeuw. Het cultuurlandschap is volgens Sauer als het ware de ruimtelijke expressie van de menselijke activiteit. Daarbij wordtmaakte hij in principe geen onderscheid gemaakt tussen natuurverschijnselen en cultuurverschijnselen. Zowel veranderingen in het [[klimaat]] als die in [[vegetatie]] wordenwerden in de analyse meegenomen naast de werken van de menselijke groep. Sauer had grote belangstelling voor de verscheidenheid in [[cultuurhistorie]] en geografie van een bepaald gebied. Hij had weinig waardering voor verschinselenverschijnselen als [[industrialisatie]] en verstedelijking, omdat daardoor de harmonische gegroeide verscheidenheid in het cultuurlandschap werd bedreigd. Zijn sterke persoonlijkheid leidde tot de schoolvorming: de Berkeley School. Belangrijk in het wetenschappelijk werk van de Berkeley School is het in kaart brengen van de spreiding van allerlei cultuurverschijnselen, zoals landbouwtechnieken, bouwvormen, religies, dialecten, feesten etc. In feite ligt hier het begin van de zogenaamde (innovatie) diffusiestudies, die later in de sociale geografie van de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw veel aandacht kregen.
----
 
Sauers sterke persoonlijkheid leidde tot [[schoolvorming]]: de [[Berkeley School]]. Belangrijk in het wetenschappelijk werk van de Berkeley School is het in kaart brengen van de spreiding van allerlei cultuurverschijnselen, zoals landbouwtechnieken, bouwvormen, religies, dialecten, feesten et cetera. In feite ligt hier het begin van de zogenaamde (innovatie) [[diffusiestudie]]s, die later in de sociale geografie van de jaren zestig en zeventig van de 20e eeuw veel aandacht kregen.
'''De cultuurlandschapsgeografie van Carl Ortwin Sauer'''
 
In de periode 1960-'70 kwam er meer ensteeds meer kritiek op de opvattingen van de aanhangers van de Berkeley School. Men verweet de Berkely School dat zij de vorming van het landschap teveel te zienzag als het resultaat van cultuur als een abstract verschijnsel in plaats van een combinatiegevolg van menselijke beslissingen. Mensen werden teveel gezien als passieve dragers van een cultuur, als pionnen in de loop van de geschiedenis. Bovendien vonden de critici dat er te weinig aandacht was voor de invloed van economische en politieke structuren en teveel aandacht voor niet-stedelijke ruimten.
Niet alleen in Duitsland heeft de cultuurlandschapsgeografie veel bijval gevonden, maar ook in de Verenigde Staten kreeg ze veel aanhangers. Een belangrijke rol in de ontwikkeling van de landschapsgeografie was hier weggelegd voor Carl Ortwin Sauer (1889-1975) en de Amerikaanse Nederlander Jan O.M. Broek (1904-1974).
Sauer vond dat de geograaf zich moest concentreren op het landschap. De basis voor zijn visie op de geografie is te vinden in ‘The morphology of landscape’uit 1925, zijn intreerede (oratie) bij zijn aanstelling aan de Universiteit van California in Berkeley. Het gaat erom via een reconstructie van de opeenvolgende fasen van de landschapsontwikkeling inzicht te krijgen in de huidige verschijningsvorm. Zo onderzocht Jan O.M. Broek de veranderingen in het landschap van de [[Santa Clara Valley]] in het westen van de Verenigde Staten vanaf de kolonisatie van dit gebied door de Spanjaarden en Mexicanen aan het einde van de 18e eeuw. Het cultuurlandschap is als het ware de ruimtelijke expressie van de menselijke activiteit. Daarbij wordt in principe geen onderscheid gemaakt tussen natuurverschijnselen en cultuurverschijnselen. Zowel veranderingen in het klimaat als die in vegetatie worden in de analyse meegenomen naast de werken van de menselijke groep. Sauer had grote belangstelling voor de verscheidenheid in [[cultuurhistorie]] en geografie van een bepaald gebied. Hij had weinig waardering voor verschinselen als industrialisatie en verstedelijking omdat daardoor de harmonische gegroeide verscheidenheid in het cultuurlandschap werd bedreigd. Zijn sterke persoonlijkheid leidde tot de schoolvorming: de Berkeley School. Belangrijk in het wetenschappelijk werk van de Berkeley School is het in kaart brengen van de spreiding van allerlei cultuurverschijnselen, zoals landbouwtechnieken, bouwvormen, religies, dialecten, feesten etc. In feite ligt hier het begin van de zogenaamde (innovatie) diffusiestudies, die later in de sociale geografie van de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw veel aandacht kregen.
 
==Eind jaren tachtig: Culturele geografie==
In de periode 1960-70 kwam er meer en meer kritiek op de opvattingen van de aanhangers van de Berkeley School. Men verweet de Berkely School de vorming van het landschap teveel te zien als het resultaat van cultuur als een abstract verschijnsel in plaats van een combinatie van menselijke beslissingen. Mensen werden teveel gezien als passieve dragers van een cultuur, als pionnen in de loop van de geschiedenis.
Bovendien vonden de critici dat er te weinig aandacht was voor de invloed van economische en politieke structuren en teveel aandacht voor niet-stedelijke ruimten.
 
Aan het einde van de jaren tachtig van de vorige eeuw onderging de sociale geografie andermaal ingrijpende veranderingen. Deze veranderingen staan nu bekend als de 'cultural turn': de groeiende betekenis van sociaal-culturele aspecten bij het analyseren en verklaren van ruimtelijke processen. Er was een gevoel van onvrede ontstaan over de radicale en [[marxisme|neo-marxistische]] benaderingen. Men zocht naar een aanpak die de beperkingen van het [[materialistisch determinisme|materialistische determinisme]] kon overstijgen (zoals bij de [[maatschappijkritische geografie]]) en die tegelijk theoretisch rijker was dan de benaderingen binnen de [[humanistische geografie]].
 
Toch kan niet worden gesproken van een gebundelde krachtsinspanning binnen de sociale geografie om tot een andere aanpak te komen. De onvrede kwam tot uiting op verschillende deelterreinen van de sociaal-wetenschappelijke praktijk. Wat gemeenschappelijk was, was het wantrouwen in het bestaan van een algemeen geldende theorie, een ‘grand'[[grand theory’theory]]'. Men geloofde niet meer dat er één type oplossing was voor de maatschappelijke problematiek en men erkende de aanwezigheid van verscheidenheid aan problemen én oplossingen in de samenleving (zie [[postmodernisme]]). De cultuurgeografen van tegenwoordig houden zich bezig met de ruimtelijke dimensie van cultuur in de ruimste zin van het woord. Landschappen worden gezien als onderdeel van een vaak omstreden maatschappelijke orde en van een bepaald stelsel van [[normen en waarden|waarden en normen]].
----
 
Interessant is de aandacht voor de postmoderne meervoudigheid van het begrip 'cultuur'. Het gaat niet alleen om elitaire cultuur (de hoge cultuur), maar evenzeer om [[pop-cultuur]], massacultuur, jeugdcultuur. Het gaat dus niet alleen om betekenissen die door de elite worden gegeven aan de ruimte, maar ook en vooral om de manier waarop minderheden hunde ruimte beleven. [[feminisme|Feministisch]] geörienteerde onderzoekers wijzen bijvoorbeeld op de verschillende wijzen waarop mannen en vrouwen ruimten in de stad ervaren en beleven. Ruimten (landschappen) zijn niet neutraal maar een afspiegeling van dominante machtsrelaties in de samenleving.
'''De nieuwe culturele geografie (cultuurgeografie)'''
 
De moderne cultuurgeograaf heeft veel aandacht voor [[macht]]. Het gaat niet alleen over macht in politieke zin, maar in het algemeen over de zeggenschap die groepen over delen van de ruimte willen hebben. Zo kan een onderscheid worden gemaakt tussen ruimten die geschikt geacht worden voor geconformeerd gebruik versus ruimten waar het [[non-conformisme]] zich wil manifesteren (zie de discussie over plaats en gebruik van hangplekken[[hangplek]]ken in stedelijke gebieden). Vanuit de aandacht voor de factor macht in de stedelijke ruimte wordt er ook weer gekeken naar het landschap. Zo publiceerde [[Sharon Zukin]] in 1991 ‘Landscapes''Landscapes of power’power'' waarin ze duidelijk maakt hoe economische praktijken hun stempel drukken op het hedendaagse landschap ([[Disneyland]], [[shopping mallsmall]]s, industrieterreinen ). Ook [[toerisme]] is een economische factor met een landschapstransformerende macht. Voorbeelden daarvan zijn bijvoorbeeld te vinden langs bijvoorbeeldde kusten invan tal van landen.
Aan het einde van de jaren tachtig van de vorige eeuw onderging de sociale geografie andermaal ingrijpende veranderingen. Deze veranderingen staan nu bekend als de cultural turn, de groeiende betekenis van sociaal-culturele aspecten bij het analyseren en verklaren van ruimtelijke processen.
Er was een gevoel van onvrede over de radicale en marxistische benaderingen. Men zocht naar een aanpak die de beperkingen van het materialistische determinisme kon overstijgen (zoals bij de [[maatschappijkritische geografie]]) en die tegelijk theoretisch rijker was dan de benaderingen binnen de [[humanistische geografie]].
Toch kan niet worden gesproken van een gebundelde krachtsinspanning binnen de sociale geografie om tot een andere aanpak te komen. De onvrede kwam tot uiting op verschillende deelterreinen van de sociaal-wetenschappelijke praktijk. Wat gemeenschappelijk was, was het wantrouwen in het bestaan van een algemeen geldende theorie, een ‘grand theory’. Men geloofde niet meer dat er één type oplossing was voor de maatschappelijke problematiek en men erkende de aanwezigheid van verscheidenheid aan problemen én oplossingen in de samenleving (zie [[postmodernisme]])
De cultuurgeografen van nu houden zich bezig met de ruimtelijke dimensie van cultuur in de ruimste zin van het woord. Landschappen worden gezien als onderdeel van een vaak omstreden maatschappelijke orde en van een bepaald (weer aangevochten) stelsel van waarden en normen.
Interessant is de aandacht voor de postmoderne meervoudigheid van het begrip cultuur. Het gaat niet alleen om elitaire cultuur (de hoge cultuur) maar evenzeer om pop-cultuur, massacultuur, jeugdcultuur. Het gaat dus niet alleen om betekenissen die door de elite worden gegeven aan de ruimte, maar ook en vooral om de manier waarop minderheden hun ruimte beleven. Feministisch geörienteerde onderzoekers wijzen bijvoorbeeld op de verschillende wijzen waarop mannen en vrouwen ruimten in de stad ervaren en beleven. Ruimten (landschappen) zijn niet neutraal maar een afspiegeling van dominante machtsrelaties in de samenleving.
De moderne cultuurgeograaf heeft veel aandacht voor macht. Het gaat niet alleen over macht in politieke zin maar in het algemeen over de zeggenschap die groepen over delen van de ruimte willen hebben. Zo kan een onderscheid worden gemaakt tussen ruimten die geschikt geacht worden voor geconformeerd gebruik versus ruimten waar het non-conformisme zich wil manifesteren (zie de discussie over plaats en gebruik van hangplekken in stedelijke gebieden). Vanuit de aandacht voor de factor macht in de stedelijke ruimte wordt er ook weer gekeken naar het landschap. Zo publiceerde Sharon Zukin in 1991 ‘Landscapes of power’ waarin ze duidelijk maakt hoe economische praktijken hun stempel drukken op het hedendaagse landschap (Disneyland, shopping malls, industrieterreinen ). Ook toerisme is een economische factor met een landschapstransformerende macht. Voorbeelden daarvan zijn te vinden langs bijvoorbeeld kusten in tal van landen.
Binnen de nieuwe culturele geografie wil men de manier waarop landschappen worden weergegeven ter discussie stellen. Landschapsgeografen wenden zich hiervoor tot bijvoorbeeld de [[literatuurwetenschap]] of de [[semiotiek]] om te analyseren hoe het landschap ‘gelezen’ moet worden. In dit kader is er ook een groeiende aandacht voor het ‘ruimteloos’ (footlooose) raken van economische en sociaal-culturele activiteiten. De oorspronkelijke locale binding gaat verloren. Aan de Spaanse Costa’s verschijnt het ‘echte’ Hollandse café om maar een voorbeeld te geven.
 
Binnen de nieuwe culturele geografie wil men de manier waarop landschappen worden weergegeven ter discussie stellen. Landschapsgeografen wenden zich hiervoor tot bijvoorbeeld de [[literatuurwetenschap]] of de [[semiotiek]] om te analyseren hoe het landschap ‘gelezen’'gelezen' moet worden. In dit kader is er ook een groeiende aandacht voor het ‘ruimteloos’'ruimteloos' (footlooose[[footloose]]) raken van economische en sociaal-culturele activiteiten. Dewaarbij oorspronkelijke localelokale bindingbindingen gaatverloren verlorengaan. Aan de Spaanse Costa’s verschijnt hetverschijnen ‘echte’'echte' Hollandse cafécafés, om maar een voorbeeld te geven.
----
 
{{bronnen|bronvermelding=
Bronnen:
* ''B. Van Gorp, M. Hoff and H. Renes (eds), Dutch Windows. Cultural geographical essays on The Netherlands, FRW, Universiteit Utrecht, 2003''
* ''A.G.J. Dietvorst e.a., Algemene Sociale Geografie. Ontwikkelingslijnen en standpunten, Unieboek, Weesp, 1984''
* ''Ben de Pater en Herman van der Wusten, Het geografische huis. De opbouw van een wetenschap, Coutinho, Bussum, 1996''
}}
 
[[Categorie:Sociale Geografie]]
 
[[en:Cultural geography]]
10.375

bewerkingen