Sociale ongelijkheid: verschil tussen versies

518 bytes toegevoegd ,  9 jaar geleden
geen bewerkingssamenvatting
'''Sociale ongelijkheid''' is de ongelijke verdeling over personen en groepen van zaken die belangrijk worden geacht in een samenleving en de ongelijke waardering en behandeling van hen op basis van maatschappelijke positie en leefstijl. Ook rechten en plichten zijn niet gelijkelijk verdeeld. Onder meer verschillen in [[inkomen]], [[kennis]], [[sociale status]] en [[Macht (menswetenschappen)|macht]] kunnen deze ongelijkheid versterken. Sociale ongelijkheid heeft zowel een distributieve als een relationele kant. Het distributieve deel betreft vooral het inkomen en de status, de relationele factor heeft vooral betrekking op macht- en [[Sociale afhankelijkheid|afhankelijkheidsrelaties]].
 
Er zijn relatief objectieve verschillen op basis van de levensomstandigheden en subjectieve verschillen op basis van een sociale hiërarchie of [[Sociale stratificatie|stratificatie]]. De mate waarin men van positie kan veranderen in die hiërarchie hangt af van de [[sociale mobiliteit]]. Deze is vaak groter binnen een sociale laag dan tussen verschillende lagen.
 
In de westerse wereld is de sociale ongelijkheid in de twintigste eeuw afgenomen, hoewel de sociale mobiliteit nog niet groot lijkt te zijn. Tegenover de [[derde wereld]] is de ongelijkheid echter toegenomen.
Terwijl [[Plato]] al stelde dat ongelijkheid te wijten was aan [[specialisatie]] en taakverdeling, was het voor [[Aristoteles]] veel meer een natuurlijk gegeven. In de christelijke wereld was dit laatste eeuwenlang de norm. Na de Middeleeuwen begon dit beeld te verschuiven. Het bestaan van sociale ongelijkheid in de moderne maatschappij wordt wel verklaard vanuit twee verschillende mechanismes. Volgens [[Claude Henri de Saint-Simon|Saint-Simon]] (1760 - 1825) zou niet [[afkomst]] zoals in de [[standenmaatschappij]], maar individuele prestaties het onderscheid betekenen en daarmee tot een opener maatschappij leiden, een [[meritocratie]]. Deze theorie van de industriële [[prestatiemaatschappij]] werd betwist door onder meer [[Karl Marx]] (1818 - 1883). Doordat [[Kapitaal (economie)|kapitaal]] erfelijk is, zou afkomst nog steeds een grote rol spelen.
 
== Meritocratische samenleving ==
Terwijl [[Plato]] al stelde dat ongelijkheid te wijten was aan [[specialisatie]] en taakverdeling, was het voor [[Aristoteles]] veel meer een natuurlijk gegeven. In de christelijke wereld was dit laatste eeuwenlang de norm. Na de Middeleeuwen begon dit beeld te verschuiven.
 
Terwijl [[Plato]] al stelde dat ongelijkheid te wijten was aan [[specialisatie]] en taakverdeling, was het voor [[Aristoteles]] veel meer een natuurlijk gegeven. In de christelijke wereld was dit laatste eeuwenlang de norm. Na de Middeleeuwen begon dit beeld te verschuiven. Het bestaan van sociale ongelijkheid in de moderne maatschappij wordt wel verklaard vanuit twee verschillende mechanismes. Volgens [[Claude Henri de Saint-Simon|Saint-Simon]] (1760 - 1825) zou niet [[afkomst]] zoals in de [[standenmaatschappijStandenmaatschappij|standensamenleving]], maar individuele prestaties het onderscheid betekenen en daarmee tot een opener maatschappij leiden, een [[meritocratie]]. Deze theorie van de industriële [[prestatiemaatschappij]] werd betwist door onder meer [[Karl Marx]] (1818 - 1883). Doordat [[Kapitaal (economie)|kapitaal]] erfelijk is, zou afkomst nog steeds een grote rol spelen.
 
[[Alexis de Tocqueville|Tocqueville]] (1805-1859) zag in [[modernisering]] een beweging naar grotere sociale gelijkheid. Tegelijkertijd zag hij echter ook de gevaren. Zo zouden vrijheid en gelijkheid op gespannen voet met elkaar staan. Een te grote vrijheid gaat ten koste van de gelijkheid, maar andersom geldt hetzelfde. Hij stelde:
42.945

bewerkingen