Canoniek recht: verschil tussen versies

27 bytes toegevoegd ,  10 jaar geleden
 
== Canoniek recht in de Middeleeuwen ==
Kennis over het canonieke recht vond men eeuwenlang in een reeks kleine en grote verzamelingen. Omdat er gedurende vele eeuwen nauwelijks of geen officiële rechtsverzamelingen of [[concilie]]akten werden uitgevaardigd, bleef het kerkelijk recht tamelijk diffuus. In de elfde eeuw herleefde in Italië de studie van het [[Romeins recht|Romeinse recht]]. In het kielzog hiervan groeide de aandacht voor het kerkelijke recht. Bisschoppen als [[Ivo van Chartres]] en [[Burchard van Worms]] legden verzamelingen aan die zowel de uitspraken van concilies en synoden bevatten als ook decreten van pausen. [[Gratianus (kerkjurist)|Gratianus]] legde rond 1140 een eerste versie aan van een veel omvangrijker en beter geordend werk, dat hij zelf de ''Concordantia discordantium canonum'' noemde. Latere generaties spraken van het ''[[Decretum Gratiani]]''. Dit werk werd de basis voor het onderricht in het canonieke recht in [[Bologna (stad)|Bologna]] en elders in Europa. In de twaalfde eeuw nam de stroom van pauselijke uitspraken over juridische geschillen sterk in omvang toe. Vooral onder [[Paus Alexander III|Alexander III]] kwamen er steeds meer zogeheten [[decretalen]] (''litterae decretales''), vonnissen in briefvorm. Gedelegeerde rechters deden overal in Europa in naam van de paus uitspraak over allerlei soorten conflicten. Juristen waren zeer geïnteresseerd in deze vonnissen. Zij bewerkten deze decretalen zodanig dat de saillante onderdelen die rechtsvernieuwende werking hadden er het hoofdbestanddeel van vormden. Er ontstond een reeks verzamelingen van dergelijke decretalen, de ''Quinque Compilationes''.
 
[[Paus Gregorius IX|Gregorius IX]] gaf de Spaanse [[Dominicanen|Dominicaan]] [[Raymundus van Peñafort]] opdracht om uit de vele duizenden decretalen van zijn voorgangers een nieuwe officiële verzameling samen te stellen met exclusieve werking: de decretalen die niet erin werden opgenomen, verloren hun rechtskracht. In 1234 verschenen de ''Decretales Gregorii IX'', meestal de ''Liber Extra'' genoemd. De paus liet deze verzameling met bijna 2000 decretalen meteen aan de universiteiten van [[Universiteit van Bologna|Bologna]] en [[Universiteit van Parijs|Parijs]] sturen. [[Paus Bonifatius VIII]] gaf drie canonisten de opdracht om een aanvullende verzameling decretalen te redigeren. Dit werk verscheen in 1298 en heet meestal de ''Liber Sextus''. Latere verzamelingen uit de veertiende eeuw zijn de ''Clementinae'' (1317) en de ''Extravagantes Johannis XXII'' (1325-1327). In 1582 verschenen al deze verzamelingen voor het eerst onder één titel, ''Corpus Iuris Canonici'', in druk, nadat er al eerdere vele tientallen losse drukken waren verschenen in de vijftiende eeuw. Eind zestiende eeuw kwam er een officiële pauselijke editie van deze bronnen van het canonieke recht, waartoe de zogeheten ''correctores Romani'' de betreffende werken nog verder hadden bewerkt.
42.429

bewerkingen