Colonia Claudia Ara Agrippinensium: verschil tussen versies

geen bewerkingssamenvatting
(commonslink)
Nadat [[Julius Caesar]] tijdens zijn veldtocht in [[Gallië]] de [[Rijn]] was overgestoken, wist hij de Germaanse stam der [[Ubii]] te winnen voor een bondgenootschap met Rome.<ref>[[Julius Caesar|Caesar]], ''Commentarii de bello Gallico'' IV 16.5.</ref> Maar het was de veldheer [[Marcus Vipsanius Agrippa]], de schoonzoon van [[Gaius Julius Caesar Octavianus (Augustus)|keizer Augustus]], die de Ubii ook de toestemming gaf zich op de door de Romeinen gecontroleerde linkeroever van de Rijn te komen vestigen.<ref>[[Strabo (historicus)|Strabo]], ''[[Geographika]]'' IV 3 § 4, [[Publius Cornelius Tacitus|Tacitus]], ''[[Ab excessu divi Augusti]]'' (''Annales'') XII 27.1, ''[[De origine et situ Germanorum]]'' (''Germania'') 28.4.</ref>
 
Zo ontstond hier in [[38 v.Chr.]] (volgens sommige historici was dat pas in [[19 v.Chr.]]<ref>{{Aut|J. Heinrichs}}, Zur Topographie des ubischen Neuss anhand einheimischer Münzen, in ''Bonner Jahrbücher'' 199 (1999), p. 72, {{Aut|Ibidem}}, Ubier, Chatten und Bataver. Mittel- und Niederrhein ca. 70-71 v.Chr. anhand germanischer Münzen, in {{Aut|T. Grünewald - S. Seibel}} (edd.), ''Kontinuität und Diskontinuität. Die Germania Inferior am Beginn und am Ende der römischen Herrschaft'', Berlijn - New York, 2003, pp. <span class=plainlinks>[http://books.google.be/books?id=rCJOxv2JiVQC&lpg=PP1&pg=PA266 266]-[http://books.google.be/books?id=rCJOxv2JiVQC&lpg=PP1&pg=PA343 -]</span>344, {{Aut|T. Fischer}}, ''Die Römer in Deutschland'', Stuttgart, 2001<sup>2</sup>, p. 20, {{Aut|W. Eck}}, ''Köln in römischer Zeit. Geschichte einer Stadt im Rahmen des Imperium Romanum'', Keulen, 2004, pp. 46-55. [http://www.novaesium.de/glossar/ubii.htm#fn1 {{Aut|J. Franssen}}, art. Ubii, Novaesium.de (2005), n. 1.]</ref>) het ''[[Oppidum]] Ubiorum'' (d.i. ''Ubiërsstad''), dat bestemd was om het bestuurlijke centrum van de [[provincia]]Germania [[Germanië(Romeinse provincie)|provincia Germania]] te worden<ref name="Rives">[http://books.google.nl/books?id=htUciQ68Ro4C&printsec=frontcover#v=onepage&q&f=false {{aut|Cornelius Tacitus, J. B. Rives}}, ''Germania'' (Oxford 1999), 238.]</ref>. In deze nieuwe nederzetting werd, zeker vóór [[9 v.Chr.]], een vredesaltaar (Latijn: ''ara Ubiorum'') opgericht voor Rome en Augustus, zoals dat reeds te Lugdunum ([[Lyon]]) voor de Gallische provincies was gebeurd.<ref>Tac., ''Ann.'' I 39.1, 57.2.</ref> De exacte ligging van dit altaar is nog steeds niet gekend. De zwager van [[Arminius (veldheer)|Arminius]], een zekere [[Segimundus|Segismundus]] (dat is de gelatiniseerde vorm van ''Sigismund''), werd in 9 v.Chr. als priester aan dit altaar verbonden.
 
Agrippa's kleindochter [[Julia Agrippina minor|Agrippina]], de moeder van [[keizer Nero]], werd hier in [[15]] geboren. Nadat zij in [[49]] in het huwelijk trad met [[Claudius (keizer)|keizer Claudius]] (haar oom nota bene), wist zij hem ertoe te bewegen haar geboortestad het volgende jaar te verheffen tot de status van ''[[colonia (Romeinse term)|colonia]]'', waardoor de inwoners het Italische burgerrecht verkregen.<ref>Tac., ''Ann.'' XII 27.1.</ref> De officiële benaming van deze kolonie werd toen <small>COLONIA·CLAVDIA·ARA·AGRIPPINENSIVM</small>, in inscripties afgekort tot <small>CCAA</small>. De stad werd het bestuurscentrum van de (sinds circa 88) zelfstandige provincie [[Germania Inferior]]. Zij ontwikkelde zich snel tot een belangrijke rivierhaven, waar handel en industrie (vooral de fabricage van glas) bloeiden. De bloeiperiode werd onderbroken door de invallen van de [[Franken (volk)|Franken]] in het midden van de 3e eeuw. De verdedigingswerken van de stad werden versterkt door [[Publius Licinius Egnatius Gallienus|keizer Gallienus]] en door de gallischeGallische tegenkeizer [[Postumus]] (259-268), die er resideerde. [[Constantijn de Grote]] liet het sterke bruggenhoofd ''Divitia'' (''[[Köln-Deutz|Deutz]]'') bouwen, dat door een brug met de stad was verbonden. In [[355]] kwam de stad in handen van de Franken<ref>[[Ammianus Marcellinus]], [http://www.ammianus.info/Vertaling/boek_15.htm#retour13 XV 8.19.]</ref>, maar [[Julianus Apostata|keizer Julianus]] kon ze heroveren. De Franken namen de stad voorgoed in bezit kort nadat, met de moord in Rome op de Romeinse ''[[magister militum]]'' [[Flavius Aëtius]], in [[454]], een machtsvacuüm was ontstaan.
 
De opgravingen na de verwoestingen in de [[Tweede Wereldoorlog]] hebben duidelijk de grote betekenis van de stad in de [[4e eeuw|4de]] en [[5e eeuw|5de eeuw]] aangetoond. Beroemd is het uit de 3e eeuw daterende, zeer goed bewaard gebleven [[Dionysus-mozaïek]], dat in [[1941]] in resten van een grote woning werd aangetroffen. Andere Romeinse resten zijn o.a. de Römerturm (een hoektoren van de antieke omwalling), delen van een aquaduct, van een praetorium en van een paleis. Talrijke inscripties tonen ook aan dat het christendom al vroeg aanwezig was.