Gijsbrecht van Aemstel: verschil tussen versies

217 bytes verwijderd ,  10 jaar geleden
lf. Cesare
(het kind(?) en B. waren niet enige)
(lf. Cesare)
In zijn succesvolle encènering van ''de Gijsbrecht'' in 1988 voor Het Nationale Toneel toonde regisseur Hans Croiset op het voortoneel scènes in een eigentijdse versie, op het achtertoneel zag men scènes in een stijl die verwees naar uitvoeringen uit vroeger tijden. Hij nam de reien meer op in de dramatische handeling. De derde en vierde rei werden gezegd door Badeloch, de kinderen van Gijsbrecht en andere belangrijke personages. De eerste twee reien werden gezegd door personages met een minder centrale rol.
 
In zijn ''Gysbreght'' voor Toneelgroep Amsterdam in 1991 ging de Haarlemse regisseur en decorontwerper Rieks Swarte op zoek naar Vondels liefdes: [[Peter Paul Rubens]], Vergilius en [[Jacob van Campen]]. HijIn de geheel door mannen gespeelde voorstelling belichtte hij de spelopvattingen van de zeventiende eeuw, de klassieke poses, zoals beschrevente zien in het 'schilder-boeck' van door [[Karel van Mander|Carel van Mander]] in zijn 'schilder-boeck', en het feit[[emblemataboek]] datvan het[[Cesare stukRipa]]. oorspronkelijk geheel door mannen werd gespeeld. Met een knipoog plaatste hij het barokdrama, als een opera met [[recitatief|recitatieven]] en [[Aria (compositie)|aria]]’s, in een sterk picturaal en historiserend kader. Badeloch staat voor huwelijkse trouw en daardoor vertegenwoordigt ze een burgelijk ideaal uit die tijd. Hierbinnen speelden de Vlaamse acteurs in een stijl waaruit al het psychologische realisme was verbannen. Hoewel Swarte geen reconstructie wilde maken is het taalgebruik is zo veel mogelijk behouden. Uitgangspunt bij het voorlezen van de reien was Cesare Ripa, een 16e eeuwse wetenschapper uit Venetië. Het is aantoonbaar volgens Swarte dat Vondel zich door de emblemen van Ripa heeft laten inspireren bij het schrijven van de reien.
 
De voorstellingen van de ''Gijsbrecht'' van Theater Nomade, in 2001 en 2008 onder regie van Ab Gietelink waren toegespitst op de politieke situatie van die tijd. De vijanden in zijn voorstelling uit 2001 waren, als Amerikaanse soldaten gestoken in gevechtstenue. De belegering van Amsterdam verwees naar steden als Jeruzalem en Bagdad of een land als Afghanistan, waar strijders de rechtvaardiging voor hun strijd zoeken in een religieuze overtuiging. Hij probeerde het proces van escalatie te laten zien, dat leidt tot oorlog. In Gietelinks voorstelling uit 2008 verwees hij naar Uruzgan en het Nederlandse aandeel in de strijd tegen de Taliban. Op projectieschermen werden historische oorlogsbeelden getoond. De traditionele 17e eeuwse tekst was aangevuld met militaire en journalistieke termen. <ref>Vussen, Peter van de, ‘De Gijsbrecht met video, techno en rap’ In: Utrechts Nieuwsblad, 14 augustus 2008</ref>
1.565

bewerkingen